dinsdag 1 juli 2014

Eenzaam


De oude man zat verweesd door het raam te kijken. Niet dat er zoveel te zien was. Buiten een toevallige voorbijganger die gehaast en zonder binnen te kijken het gebouw passeerde, was het stil op de weg. Wie hier langs kwam om langer te blijven, arriveerde vroeg of laat ook voor hetzelfde venster.
Zijn gezicht was getekend door de tijd. Het weinige haar dat hij nog had, was zilvergrijs en mooi achteruit gekamd, zo in de vorm gelegd dat de kale plek boven op zijn kruin bedekt was. Hij had dit graag op die manier, een kleine ijdelheid die hij zich nog kon veroorloven. De diepe groeven in zijn gelaat legden een schaduw op zijn gezicht die het enigszins karakter gaf. Ze getuigden van leed, verdriet en pijn. De zeldzame keren dat deze rimpels door een lach in beweging kwamen, leken ze meer dan tekens van ouderdom.
Met een blik op oneindig keken de waterige grijze ogen naar een andere wereld. Momenten uit een ver verleden, die op het vensterglas werden geprojecteerd. Zijn plechtige communie waar hij zijn eerste grote fiets had gekregen, hoe hij zijn vrouw had ontmoet, zijn eerste kind in haar armen. Af en toe liep er een traan over zijn gezicht, langs en over de rimpels tot in een of andere mondhoek, waar zijn koortsige lippen de herinneringen in het zout proefde. Zijn kin die in de onmacht trilde.
Iedere morgen onderging hij de nodige verzorging om zich uiteindelijk daarna nog dat kleine stukje mens te voelen. Een vriendelijke verpleegster, die hem af en toe sussende woordjes toesprak die hij maar half hoorde, ontdeed hem van zijn nachtkleding. Vroeger was het ergste wat hij zich kon indenken dat hij een ongelukje voorhad en hij zichzelf gedurende zijn slaap bevuild had. Vandaag was het de vraag of de Pampers het gehouden hadden tijdens de nachtelijke uren. Vaardige handen wasten hem en begeleidden zijn stramme ledematen in verse kleren.
Niettegenstaande de moeite die het koste, keek hij telkens weer uit naar de periodes waar hij gevoederd werd. Het klinkt misschien onmenselijk en denigrerend, maar het was de juiste omschrijving van de etensactiviteiten. Telkens was het een huzarenstukje om zonder morsen wat van het fijngeprakte eten binnen te krijgen. Hijzelf had niet meer de handigheid om met een lepel of vork tot bij zijn mond te komen. Om een grotere smeerboel te voorkomen, lepelde men hem beetje per beetje het ondefinieerbare goedje binnen.  De bewegingen van zijn kaken en tong waren het niet altijd met elkaar eens, daarom gebeurde het dikwijls dat het prakje langs zijn kin terug weer voor de vrijheid koos. Gelukkig zorgde het slabbetje ervoor dat zijn verse hemd niet elke keer besmeurd werd.
Na een obligaat middagdutje kwam men hem halen voor de namiddagrecreatie. Actief zijn, bestond er voor hem uit om te kijken naar de wat agielere ouderen die som knutselden of een grote bal naar elkaar toerolden. Af en toe kwamen kinderen op bezoek, dan was het bij velen feest. Voor hem mocht het allemaal niet te lang duren. Hij kreeg hoofdpijn van die vele kleine stemmetjes.
Het was een verademing na het vieruurtje om wat naar buiten te staren door de ruit van zijn kamer. Een kleurrijke auto die soms voorbij zoefde, die mus die onbevreesd elke keer terug kwam op de vensterbank, de bomen die geluidloos wiegden in de wind. Misschien kon hij, op een van zijn betere dagen, wat televisie kijken. Hij wachtte meestal op de man die hem met handige bewegingen in zijn bed stopte. Dan was het dank zij dat kleine pilletje, slapen zonder zorgen tot een nieuwe morgen hem wakker riep. Een dag waar het allemaal opnieuw begon.



© Rudi J.P. Lejaeghere

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen