dinsdag 8 juli 2014

Vertekend


Schaduwen tekenen schimmen op de muur en het plafond van mijn slaapkamer. Het is een luguber vlammenspel, vreemde figuren die zwellen en terug inkrimpen op een muziek die ik niet kan horen. Een macabere dans van licht en donker boort zich in mijn ogen en blijft hangen op mijn netvlies. Ik zie trollen en kobolden, monsters met misvormde koppen en klauwen die zich in het behangpapier krassen zonder geluid, maar ook zonder sporen na te laten.
Het is echter niet stil. De harde wind fluistert onverstaanbare woorden die zich aan het slaapkamervenster klampen, mijn oren binnendringen en zich binnenin mijn hoofd vermengen met de beelden die ik zie. Een hond blaft in de verte, ik hoor de angst in zijn stem, een waarschuwing voor wat kan komen…of er misschien al is.
De spanten van het dak kraken onheilspellend. Het gebinte, de gordingen en nok lijken hun verbinding te verliezen. Ik vrees verpletterd te worden onder  de klanken van sprekend hout. Het zijn misschien de knoken van de geesten die zich ontspannen en bevrijden uit hun geraamte van latwerk. Ik hoor ze spreken op de vliering van de zolder. Zonder ze te verstaan, weet ik dat ze houden van dit soort donker, dat ze gedijen op de flarden angst die in mijn korte ademstoten mijn mond ontsnappen.
Ik wil wel het donsdeken over mijn hoofd trekken, maar durf mij niet onderdompelen in het donker. Verdrinken in de duisternis, verstikken onder de gedempte klanken die over mijn dekbed glijden, het is een onmogelijke keus tussen twee verschrikkelijke uitkomsten. Verstijfd, ontbeend van elke beweging lig ik muisstil te baden in mijn zweet.
Het kloppen in mijn keel, mijn kurkdroge mond, het suizen in mijn oren…mijn bloed is verkild en stolt als ik de klink van de deur zie bewegen. De tijd rekt zich uit in afgetelde seconden die urenlang duren, het onoverkoombare dat staat te gebeuren. Ik maak me klaar om weg te springen, te lopen en nooit meer om te kijken, te schreeuwen, mijn angsten uit te spuwen in een bloedstollende kreet, mijn ogen uit te krabben om niet te moeten zien.
En toch doe ik niets als uiteindelijk de deur opengaat  en een kleine stem, nog floers van slaap, stil zegt: ‘Papa, ik kan niet slapen!’ en mijn droom verjaagt.


© Rudi J.P. Lejaeghere 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen