donderdag 16 oktober 2014

De vrouw in het rood: Deel 22










22.

            Het was ondertussen vroeg in de morgen. Er hing een lichte nevel over de velden en de omgeving oogde somber en verlaten. Katarina had de sleutels van een bestelwagentje weten te bemachtigen. Blijkbaar behoorde dit, gezien de attributen die ze in de auto vonden, toe aan Helga of Irene. De dames hadden een ruim assortiment aan marteltuigen.
            Jean-Pierre had een boksbeugel die hij tussen deze sadomasochistische kleinoden had zien liggen, opgeraapt en in zijn broekzak gestoken. Het was geen mes of een pistool, maar het was zeker een wapen waarmee hij zich kon verdedigen. Blijkbaar was dit nodig als je in de nabijheid van Katarina verbleef.
            ‘Wat is er eigenlijk gaande, Katarina? Waarom al die ophef? Is er meer aan de hand, dan wat ik heb gezien?’ Jean-Pierre wou antwoorden. Het spelletje had lang genoeg geduurd. Hij was niet heiliger dan de paus, maar dit ging te ver.
            ‘Ik kan me niet inbeelden, dat men iemand gaat martelen om bekentenissen af te dwingen over…nou ja, wat jullie op het kasteel doen.’ Hij kon het woord prostitutie niet over zijn lippen krijgen. Jean-Pierre had toegestemd om deel uit te maken van hun organisatie maar het uitspreken dat hij zijn lichaam zou verhuren voor geld, was blijkbaar nog moeilijk.
            Katarina beet op haar lip, terwijl ze aandachtig de wagen bestuurde. Ze keek even opzij naar Jean-Pierre met een vertwijfelende blik. Zou ze hem de waarheid vertellen? Wat maakte het uit. Ze waren nu al zo ver. Katarina had met de aanval op de SM-meiden een weg ingeslagen waar ze geen rechtsomkeer meer kon maken.
            ‘Weet je, Jean-Pierre…het had niet mogen zo lopen, maar zonder dat ik het wou, ben ik verliefd op je geworden.’ Ze legde haar hand op de dij van Jean-Pierre. Hij voelde de koelte van haar hand door de stof van zijn broek. Katarina zweeg, maar Jean-Pierre kon het een en ander vanzelf invullen. Katarina moest hem rekruteren voor het kasteel. Ze had trouwens bekend dat hij gescreend was, dus de ontmoeting met haar was geen toeval. Hij keek haar aan en zag een traan langs haar wang naar beneden glijden.
            ‘Katarina…,’ zijn stem stokte. Hij voelde hetzelfde. Deze vrouw in het rood had hem weliswaar verleid met de verkeerde motieven, maar hij had zijn hart aan haar verloren. Ze zaten in de penarie en hij wist niet hoe ze eruit moesten geraken en toch had hij zin om haar in zijn arme te nemen en hartstochtelijk te kussen.
            ‘Ik kan niet verwachten dat je bij me blijft,’ verbrak Katarina zelf de stilte. ‘Ik zou het je niet kwalijk nemen als je me zou verlaten en me nooit meer zou willen zien. Maar ik kan er niets aan doen…ik hou van je zoals ik nog nooit van iemand heb gehouden. Eigenlijk wil ik niet meer dat je voor mijn moeder zou werken.’
            Jean-Pierre had naar haar geluisterd. Hij had gehoord dat haar stem bijna brak bij haar bekentenis. Haar hand op zijn dij had zich verkrampt uit vrees dat hij haar zou bevestigen en vragen om te stoppen en uit zou stappen en weggaan zonder nog een keer om te kijken.
            Hij schraapte zijn keel. ‘Ik kan niet zeggen dat ik me niet verontwaardigd voel, als ik denk aan de manier hoe we elkaar hebben leren kennen. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen als ik niets voor je voel. Integendeel, Katarina.’
            ‘Echt waar, Jean-Pierre?’ Ze lachte naar hem door haar tranen heen. ‘Je weet niet hoe blij je me maakt. Ik maak het allemaal weer goed, ik beloof het je. Het zal de moeite waard zijn.’ Haar hand op zijn dij ontspande zich nu.
            Het duurde allemaal maar een aantal seconden. Juist op het moment dat Katarina naar Jean-Pierre keek met een dankbare blik, kwam een tegenligger uit de bocht die het niet nauw nam met de ononderbroken witte lijn in het midden van de weg. Katarina zag het te laat en probeerde nog bij te sturen naar rechts, maar het was te laat.
            De zware terreinwagen schampte hun bestelwagen en daardoor begon hun auto te tollen. Katarina kon de wagen niet meer onder controle krijgen en ze vlogen door de omheining in een lager gelegen weide met een greppel. Hun vaart werd met een klap gestopt en de airbags van de auto klapten open. De wagen was blijven zitten in de ondiepe beek die de weide omringde.
            Een onheilspellende stilte volgde op de slippartij. Er waren glasscherven en stukken bumper die getuigden van de hevige klap van de beide wagens. Hun aanrijder was even verder tot stilstand gekomen. Er kwam rook uit het bestelwagentje. Noch Katarina noch Jean-Pierre gaven teken van leven.

© Rudi J.P. Lejaeghere
12/10/2014


Geen opmerkingen:

Een reactie posten