donderdag 20 november 2014

De vrouw in het rood: Deel 28















28.

            ‘Neen…,’ schreeuwde de Barones in vertwijfeling uit. Haar ogen stonden wijd open van schrik en ze keek strak naar de hand met het pistool tegen het hoofd van Katarina. ‘Ik zal het zeggen…,’ vervolgde ze stil. De tranen liepen weer langs haar gezicht. De trotse vrouw was gebroken en moest haar meerdere erkennen.
            ‘Een wijs besluit, Madame,’ zei de man met het kostuum. ‘Mag ik er u wel op wijzen om ons niet om de tuin te leiden en wel meteen de waarheid te vertellen of ik kan nog altijd een kogel door het mooie hoofdje van je dochtertje jagen. Het zou weliswaar jammer zijn van mijn handschoenen als zij met het bloed van je Katarina zou besmeurd geraken, maar je moet toch iets voor de waarheid over hebben, is het niet?’ Hij scheen blijkbaar geamuseerd met zijn eigen woorden want er verscheen een brede lach op zijn tronie.
            Beatrice slikte nog even en begon terug te spreken. ‘Het zijn inderdaad drie tapes, zoals je zei. Ik heb ze aan drie verschillende mensen gegeven om het risico te spreiden dat ze in de verkeerde handen zouden vallen. Zij moeten ze openbaar maken als ik ten laatste tegen de eerste van volgende maand niets laat weten. Iedere maand spreken we zo af, ik geef steeds een seintje en dan weten ze dat alles in orde is. Dus als zij niets van mij horen tegen dat moment…dan kan ik er niets meer aan doen.’
            ‘Oké,’ zei de aanvoerder, ‘kan ik geloven, een mens moet bepaalde risico’s incalculeren als men zich op glad ijs waagt. Maar ik heb nog altijd niet gehoord bij welke personen je die tapes hebt achtergelaten? Kom, zeg op, mijn vinger begint te jeuken,’ en hij hield het pistool terug tegen Katarina’s hoofd.
            ‘Ze zullen het nooit aan je afgeven, zelfs als je hen bedreigt.’ De Barones zweeg een paar tellen maar vertelde toen toch verder toen de man vragend naar haar keek. ‘De eerste tape is bij Frau Bertha Hofmeister, de tweede bij Thérèse Dupont en de laatste bij Monsieur Charles. Ik veronderstel dat ze ondertussen weten dat ik van de aardbodem ben verdwenen en dat zal ze nog zo wantrouwend maken.’
            De man had Katarina losgelaten en zij was in de armen van Jean-Pierre gevlucht die ondertussen stilletjes was opgestaan. Hij wou geen bruuske bewegingen maken want een van de handlangers had nog steeds een wapen in zijn hand die hij af en toe in zijn richting bewoog.
            ‘Katarina, mijn lieve kind,’ sprak de pedante gangster plots, ‘ik ga je een belangrijke opdracht geven en je zal je uiterste best moeten doen om die tot een goed einde te brengen. Het leven van je moeder hangt ervan af. En als we die hebben geliquideerd, dan komen we om je vriend en als laatste zullen we jou dan aanpakken. Ik verzeker je dat ik je geen blaasjes wijsmaak.’ Hij keek haar even stil aan terwijl hij zijn pistool weer in zijn holster stak.
            ‘Jij gaat voor mij die tapes halen. Ik veronderstel dat jij die mensen goed kent, niet?’ Hij keek haar even aan en toen ze bevestigend knikte, vervolgde hij zijn betoog. ‘Je krijgt van mij de tijd tot de eerste van de maand. Ik wil het zonder geweld proberen, we hebben al genoeg aandacht getrokken met de ontvoering van je moeder. Ik wil de politie niet op ons spoor…als het niet nodig is, natuurlijk. Maar dat heb jij volledig in de hand, begrijp je me goed?’
            Katarina knikte. Ze wist dat het moeilijk zou worden, maar er rijpte al een plannetje in haar hoofd. Jean-Pierre zou haar moeten helpen. Zij hoopte dat hij nog altijd aan haar zijde zou blijven, wat niet evident was in de huidige omstandigheden. Ze zouden al hun charmes, als man en vrouw zijnde, in de arena moeten gooien. De man had gelijk, de drie tapebewaarders zouden op hun hoede zijn. Ze zouden het heel sluw aan boord moeten leggen. Misschien was dit het moeilijkste dat Katarina ooit had moeten doen. Maar moeilijk gaat ook, dacht ze bij zichzelf.
            ‘Oké, dat is dan afgesproken, je hebt ongeveer drie weken tot de eerste van de maand, dat zou tijd genoeg moeten zijn. Laten we de laatste van deze maand hier terug afspreken en als ik jullie hier dan niet zie, zeg dan maar adieu tegen je “maman” en nu ik er toch aan denk…doe ook de groeten aan je tweelingzus aan de voordeur, je echte chauffeur. Wij gaan ervandoor langs de achterkant. Nog een goeie dag en hij tikte met zijn twee vingers nonchalant tegen de zijkant van zijn voorhoofd in een informele groet.
            Zijn handlangers namen Beatrice terug mee, nadat een van hen haar terug had gekneveld. Ze verdwenen te samen met hun baas achter de zwarte gordijnen van de coulissen en na een kort gestommel was het terug muisstil in de nightclub.
            ‘Ken jij dat heerschap, Katarina?’ verbrak Jean-Pierre de stilte.
            Katarina stond te beven op haar benen en haar gezicht was heel bleek van de ondergane emoties. Hij nam haar in haar armen en leidde haar naar een van de zetels aan de zijkant van de ruimte, waar hij haar voorzichtig liet in neerzitten.’
            ‘Ik heb hem nog nooit van mijn leven gezien, maar ik ken dit soort mensen. Hij meent wat hij zegt en zal ook doen wat hij belooft, we moeten die tapes te pakken krijgen.’
            ‘Oké, dat begrijp ik ook. Maar die mensen gaan die zo maar niet aan ons  geven of wel?’ Jean-Pierre krabde even in zijn haar en keek haar vragend aan.
            ‘Neen, dat zullen ze zeker niet, we moeten ze om de tuin leiden of misschien beter gezegd verleiden.’
            Hij keek haar nu nog meer verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je verleiden? Wie moet dit doen? Ik begrijp…’ Hij zag dat Katarina op zijn eerste vraag heel bewust naar hem opkeek en hij begon iets te vermoeden. ‘Je bedoelt dat ik…maar hoe moet ik, bedoel je dat ik…?’ Hij geraakte bijna niet uit zijn woorden.
            ‘Ik weet dat ik dat eigenlijk niet aan je mag vragen, Jean-Pierre. Maar we zijn nu al zover te samen geraakt. Wil je dit probleem helpen oplossen, ik moet je er waarschijnlijk niet aan herinneren dat mijn moeders leven ervan afhangt. Maar als je dat zelfs niet in rekening neemt dan mag je zeker zijn dat hij zijn bedreiging naar ons toe geen mopje was. We zijn allemaal in gevaar als we die tapes niet in handen krijgen.
            ‘Oké, oké…ik sta achter je. Maar wat met meneer Charles, ik denk niet dat hij voor mijn charmes vatbaar is.’
            ‘Je zou misschien nog verwonderd zijn, maar neen, ik denk dat hij liever vrouwelijk gezelschap verkiest. Die neem ik wel voor mijn rekening.’


© Rudi J.P. Lejaeghere
14/11/2014

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen