donderdag 27 november 2014

Requiem: Hoofdstuk 9 (1e deel)








9



           Hij was vaderloos opgegroeid. Zijn moeder sprak over zijn biologische vader in bewoordingen als nietsnut, klootzak, dat stuk onbenul dat enkel dacht met zijn lul, want verstand had hij immers nooit gehad of het had tussen zijn benen moeten zitten. Allemaal koosnaampjes die niet echt getuigden van ‘de grote liefde’ tussen zijn ouders. Ze had zijn natuurlijke verwekker eruit gebonjourd in de eerste maanden van zijn prille leven. Op zekere dag had ze zijn gitaar te samen met zijn mooie liedjes uit het venster van de eerste verdieping naar zijn hoofd gegooid toen hij voor een gesloten deur stond. De man begreep direct de hint die ze hem nariep. ‘Hit the road, Jack’. Zijn vader verdween met stille trom en liet nooit meer van zich horen. Gezien zijn eigen huidskleur moest zijn vader een buitenlander geweest zijn. Het gebeurde soms dat kwajongens uit de buurt hem soms achter zijn rug ‘De Mongool’ noemden. Hij had het maar een paar keer persoonlijk gehoord en dat was de jongen in kwestie niet goed bevallen. Hij liet niet met zich spotten.
            Hij groeide verder op in een eenoudergezin. Zijn moeder had een onderbetaald baantje bij een wegrestaurant als opdienster. Toch kwamen ze goed rond, beter dan de meeste gezinnen in de buurt die over betere jobs beschikten. Beter dan koppels die met hun beiden uit werken gingen. Het waren zaken die hij toen niet in vraag stelde. Zijn moeder koos hem een goede school uit en die was allesbehalve goedkoop. Hij kreeg regelmatig en voldoende zakgeld, waarbij hij zich als kind geen vragen stelde. Toen hij wat ouder werd begreep hij het allemaal beter.
Op een avond toen hij al in een paar uur in zijn bed lag en de slaap niet kon vatten hoorde hij weer ‘de geluiden’. Zoals iedere twaalfjarige jongen was hij bang van ‘de geluiden’, zeker van deze die hij niet kon toewijzen aan iets concreets, iets tastbaars. Het was niet de eerste keer dat hij ze hoorde. In plaats van zoals gewoonlijk het donsdeken over zijn hoofd te trekken en zijn oren toe te stoppen, besloot hij deze keer toch zijn moeder wakker te maken. Stilletjes gleed hij met de moed der wanhoop uit zijn bed in zijn slippers en ging de gang van de overloop op.
Er scheen licht onder de slaapkamerdeur van zijn moeder…en ‘de geluiden’ bleken afkomstig te zijn van uit haar kamer. Hij herinnerde zich nog goed het juiste moment dat zijn nieuwsgierigheid het won van zijn angst. Een kleine pyrrusoverwinning bleek achteraf. Hij opende voorzichtig de deur en zag een vreemde kerel die boven op zijn moeder lag. De man hijgde als een postpaard en zag zo rood als een tomaat. Zowel zijn moeder als de hijger waren poedelnaakt. Blijkbaar had hij ietsje teveel lawaai gemaakt en zijn moeders strenge blik wendde zich naar de slaapkamerdeur waar ze hem als een klein standbeeld stil en beschuldigend naar hen zag kijken.
Gezien zijn moeder deftig in het vlees zat, sterker was dan menig man en haar bezoeker eerder mager uitgevallen bleek, had zij niet de minste moeite om die rode tomaat van zich af te werpen, haar nachthemd te grijpen, aan te trekken en naar de deur tot bij hem te lopen. Dit allemaal in een reeks vloeiende bewegingen, alsof zij niet aan haar proefstuk toe was. Wat hij echter niet zag aankomen, was die eerste oorveeg. Zijn oor en wang prikte van de pijn en hij voelde de slag nazinderen tot in zijn gebit. Zijn moeder nam hem hardhandig bij zijn oor vast en trok hem op die manier terug naar zijn eigen kamer. Daar werd hij met een stevige duw in zijn bed gedumpt.
            ‘Met jou spreek ik straks nog wel!’ Zijn moeder was een vrouw van weinig woorden en het zou hem verwonderen dat ze veel uitleg over de situatie zou geven. Na wat gestommel en vloeken die hij amper kon verstaan, laat staan begrijpen, werd het weer stil in huis. Hij wist wat er gebeurd was zonder dat zijn moeder de zaken zou moeten ophelderen. Hij had van een kameraad in school wat boekjes in bruikleen gekregen waarin heel wat naakte vrouwen en mannen in allerlei standjes probeerden wat hij zojuist in de slaapkamer van zijn moeder had gezien.
Het had hem opgewonden om de foto’s in die boekjes te bekijken en zijn lichaam had er vreemd op gereageerd. Stiekem als zijn moeder van huis was, had hij meerdere malen gemasturbeerd bij het doorbladeren van de boekjes. Het zien van zijn moeder met die vreemdeling had niet hetzelfde effect gehad, eerder het tegenovergestelde. Walging en een stukje haat welde ergens uit een diepe duistere kern in hem op. Zijn moeder was dus gewoon een vuile hoer! Een vrouw die haar lichaam verkocht aan de eerste beste die wat geld op tafel kon leggen.
Zijn slaapkamerdeur vloog open en voor hij het wist regende het slagen die hij tevergeefs probeerde af te weren. Hij weende niet, daarvoor was hij te kwaad op zijn moeder. Hij zag alle hoeken van de kamer, probeerde weg te lopen, maar zijn moeder was nog rapper en deed de kamer op slot. Hij kon geen kant meer op. Als twee kemphanen stonden ze op een moment hijgend tegenover elkaar. De een murw van de slagen, de ander moe van het slaan.
Het wijde nachthemd van zijn moeder viel bovenaan enigszins open en hij zag haar grote borsten en hard opstaande tepels op en neer gaan bij elke zwoegende ademtocht. Niettegenstaande zijn pijn kreeg hij een erectie wat zijn moeder opmerkte. Ze grijnsde kwaadaardig, sprong nader en trok zijn pyjamabroek naar beneden. Het schaamrood van vernedering steeg naar zijn hoofd maar hij durfde niets te zeggen uit vrees voor nog meer slaag.
            Haar hoofd dicht bij het zijne zei ze stil maar heel uitdrukkelijk, ‘Nu moet je eens goed luisteren, klein mannetje van mij. Je komt nooit, luister goed…NOOIT meer naar mijn slaapkamer zonder dat IK het je ZELF vraag.’ Ze keek hem met een onderzoekende blik aan. ‘Je bent vannacht van de trap gevallen als men op school vraagt waarom je blauwe plekken hebt.’ Zij pauzeerde even om te kijken of hij het begreep. Het was alsof ze naar zijn penis keek, dacht hij, maar dat zou wel zijn verbeelding zijn. Hij was nu ook niet achterlijk en knikte bevestigend terwijl hij op zijn lippen beet om de pijn te verbijten. Nog nooit had hij zo’n pandoering gehad. Hij had trouwens ook nog nooit een erectie gekregen wanneer hij zijn moeder naakt zag.
Zijn moeder bleef bezoekers ontvangen. Hij was nu niet meer bang van ‘de geluiden’. Het was één van de dingen die erbij hoorden. Zij kwam niet meer terug op het gebeuren maar een jaar later gebeurde er iets wat zijn leven thuis totaal veranderde. Voordien had zijn moeder niettegenstaande ze in een restaurant werkte waarschijnlijk meer dan genoeg de gelegenheid gehad om wat drankjes achterover te slaan tussen de diensten. Hij had haar echter nooit betrapt op overdadig alcoholgebruik. Nu rook hij dikwijls de weeë geur van alcohol in haar adem als ze ‘s avonds thuis kwam.
 Als ze in zo’n roes verkeerde, werd het gevaarlijk voor hem. De ene keer kon ze hem zo maar zonder reden een muilpeer geven terwijl ze op een andere keer hem kon knuffelen en strelen als haar liefste teddybeer. Hoe langer deze situatie duurde hoe meer het hem verwarde. Als hij zich minder hij verzette tegen haar schizofreen gedrag, hoe vlugger hij kon ontsnappen aan haar onvoorspelbare buien en zich opsluiten in zijn slaapkamer. En toen op zijn veertiende verjaardag gebeurde er iets wat de verzuurde moeder- kindrelatie nog meer schaadde. Het was een keerpunt in zijn bestaan. Soms wordt een mens door één bepaald moment zo getekend, dat hij het als een smet zijn hele leven als een juk meedraagt of af en toe is het een punt waar je als persoon voor de rest van je leven fatalistisch door getekend wordt. Het stuurt je onvermijdelijk naar één enkel moment in je leven waar alles te samen komt en die voor de rest van je leven je toekomst bepaald.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen