zaterdag 24 januari 2015

Requiem: Hoofdstuk 12 (2e deel)
















          Na een paar minuten stilte die mij veel langer leken, kwam zijn reactie. ‘Nog zo’n onverstandig antwoord op mijn vragen, Juffrouw Mitsukai en ik snij je mooie keeltje open van hier tot hier,’ terwijl hij zijn knie hardhandig in mijn rug drukte, maakte hij met de duim van zijn hand onder mijn hoofd een niet verkeerd te verstane beweging. Een standbeeld zou vast nog wat kunnen leren van mijn plotselinge onbeweeglijkheid. Ik wilde beleefd vragen wat hij van me wilde, maar ik hoorde mezelf mompelen: ‘mmm, hmmmm,mmmmrm’. Blijkbaar scheen ik toch verstaanbare universele geluiden voor te brengen, een taal die geknevelde personen meestal spreken veronderstel ik, want hij beantwoordde direct mijn vraag. Evenwel juist nadat hij nog een extra pijnlijke por met zijn knie in mijn rug had gegeven.
            ‘Ik wil dat jullie je privéonderzoekje staken. Leg het stil, ga verder zonder om te kijken. Ken je het verhaal van Sodom en Gomorra en de vrouw van Lot, mijn beste Yukiko? Probeer je best te doen om aan de verleiding te weerstaan. Ga door en kijk niet om. Een zoutpilaar worden is nauwelijks benijdbaar. De naam van de vrouw van Lot word nergens genoemd in de bijbel, laat ze niet de geschiedenis ingaan onder de naam Yukiko Mitsukai. Ik ben zeker dat je begrijpt wat ik bedoel. Een lijk of een zoutpilaar, er is voor mij niet veel verschil, ze zijn even dood!’
Ik voelde de druk in mijn rug wegvallen en een verraderlijke stilte bleef in de ruimte hangen. Nog zeker een kwartier bleef ik bewegingloos liggen, tot ik kramp in mijn kuiten begon te krijgen. Toen wist ik zeker dat de man mijn kamer had verlaten. Het duurde op zijn minst nog een half uur voor ik mezelf van mijn boeien had bevrijd. Ik veronderstelde dat ik van geluk mocht spreken, ik zou het kunnen navertellen. Maar aan wie? Was het de moordenaar van mijn ouders geweest of was het iemand die er belang in had dat de moordenaar gewoon zijn gang kon gaan en verder de toestand in de stad en omstreken destabiliseerde?
Hoe was hij in hemelsnaam binnengeraakt? Ik controleerde de deur en zag dat die niet geforceerd was. Daarna volgden de logbestanden van mijn veiligheidssysteem en toen constateerde ik dat de indringer mijn code had gebruikt om binnen te geraken en bepaalde bestanden had gewist! Ik kon hem niet identificeren. Hoe kon….?
Op hetzelfde moment schoot me een herinnering door het hoofd van een of andere actiefilm die ik ooit eens had gezien in de Megaskoop. Gangsters in die film gebruikten een soort lampje om de meest aangedrukte toetsencombinatie te ontdekken. Een soort van infraroodlamp of  had het nu weer te maken met fluorescentie of de slijtage van de toetsen? Gekko zou het antwoord wel weten, maar dat maakte nu geen verschil meer uit. Als die kerel dacht dat deze stunt mij zou tegenhouden en mijn onderzoek zou staken, dan kende hij Yukiko Mitsukai nog niet.



……..
                       
           

            Bij de Sutimoto Bank & Insurance Company werd Stephen March onthaald door de adjunct-directeur. De heer Ayumu was klaarblijkelijk gebrieft door Ayaka Sato van de Fijutso Building Company. Zodoende gingen gesloten deuren voor Stephen open als in het sprookje uit ‘Duizend-en-één-nacht’.  Sesam open u, dacht Stephen terwijl hij tegelijkertijd dacht aan het kluisje en de sleutel die hij aan de heer Ayumu toonde.
            ‘Hajimemashite! Aangename kennismaking! Meneer March, wilt u mij volgen. We gaan met de lift naar de benedenverdieping waar de kluizenzaal is. Daar zal ik u de beschikking geven over het kluisje die bij uw sleutel past.’
            Ze stapten in een lift die zo groot was, dat men minstens met een tiental mensen in die ruimte een feestje kon bouwen. Een licht muziekje maakte onze afdaling ‘iets’ aangenamer. Niettegenstaande de heer Ayumu de ganse tijd een quasi beleefde glimlach op zijn gezicht toverde, twijfelde Stephen aan de oprechtheid van deze man.
            Nou ja, bankiers, een volkje apart, ook in de Oude Wereld. Ze lagen aan de oorsprong van de destabilisatie van de economie in de 21e eeuw waarvan de ‘Grote Oorlog’ een van de voornaamste gevolgen was. Ze maakten de armen armer en naaiden de rijkelui met net zo’n glimlach op hun gezicht. Ze hadden veel meer gezichten dan de God Janus uit de Romeinse mythologie.
            De lift stopte en Stephen kreeg even een wee gevoel in zijn maag en ingewanden. Wat zou hij ontdekken? Hij volgde de nog steeds glimlachende bankier door de gang. De Heer Ayumu schoof een deur open en duidde op een ruimte aan zijn rechterkant.
De ruimte contrasteerde met het moderne design in de inkom van de bank. Hij zag een klassiek Japans ingerichte kamer in Sukiyastijl met uitschuifbare fusamadeuren die aan beide zijden beplakt waren met niet- transparant papier. Binnenin was de ruimte ingericht met tatamimatten van geperst rijststro en een tokonoma, een belangrijk focuspunt in een Japanse kamer. Vroeger, vele eeuwen terug, werden in de Japanse huizen, in zo’n tokonoma, een altaartje opgericht. In de 21e eeuw was dit geëvolueerd naar een ingebouwde nis, waar men er een speciaal voorwerp in plaatste, een weloverwogen uitgekozen object. Hier was het een sculptuur van aardewerk dat de naam ‘Veiligheid’ droeg. Een toepasselijke naam voor het gevoel dat een goede bank aan de belegger moest geven.
            Gewoonlijk werden zo’n ruimtes afgesloten door shojideuren die enkel het licht filterden. Zo’n deuren waren hier minder geschikt, omdat die voor minder privacy zorgden dan de fusamadeuren. Shojideuren bestonden immers uit een soort houten rasterwerk die enkelzijdig beplakt was met transparant papier. De Heer Ayumu vroeg mij hier even te wachten en ik zette mij neer aan de lage teburu, de traditionele Japanse lage tafel. Het deed Stephen ergens denken aan de Japanse ceremoniële theeceremonie. Straks kwam de glimlachende man met een dienblad met twee kopjes en een kannetje thee in plaats van met de kluisbox zoals hij hoopte.
            Het duurde amper een tiental minuten en de Heer Ayumu verscheen terug met een langwerpige metalen doos in de vorm van een balk met een lengte van ongeveer veertig centimeter en een hoogte en breedte van vijftiental centimeter. Aan de voorkant bevonden zich twee kleine ronde glazen oogjes ter grote van het topje van een sleutel met de RFID-tag. Stephen haalde zijn sleutel boven en richtte die naar de linkse uitsparing waarboven het woord ‘huurder’ stond gedrukt. De Heer Ayumu gebruikte een gelijkaardige sleutel voor de tweede holte. Of het zo moest of niet, Stephen hoorde een klikje en het voorste paneel kwam los.
            ‘Ik laat u hierbij in uw privacy, Meneer March, als u mij terug verwacht gelieve uw hand op de sculptuur te leggen. Die zal een elektronisch signaal doorgeven zodanig dat ik weet dat u klaar bent.’ Met die eeuwige glimlach op  zijn Aziatisch gezicht verwijderde de man zich in buigend in een groet de kamer.
            Stephen aarzelde een moment. Zou hij uiteindelijk een antwoord krijgen op zijn vragen. Wie was de zus van Suzy? Waardoor was zij zo in moeilijkheden gekomen dat het haar het leven koste? Zijn hand trok de binnenkant van de doos uit.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen