maandag 9 februari 2015

Bloeddorst: Hoofdstuk 7


7


De vier mannen waren gemaskerd. De grootste onder hen had het gezicht van de Amerikaanse president Richard Nixon, de tweede die je zonder overdrijven dik mocht noemen had voor Donald Duck gekozen. De twee mannen die op de achterbank zaten, hadden respectievelijk het gezicht van Stan Laurel en de andere van Oliver Hardy. Hun getrainde bewegingen hadden niets weg van het gestuntel van het legendarische filmduo. Met geoefende handen, controleerden ze hun vuurwapens. De duisternis van de nacht was de perfecte achtergrond voor hun illegale activiteiten. Hun zware SUV hield halt voor de winkel van Shimshon Reihman, een juwelier van Joodse origine. De dikke chauffeur, Donald Duck, reed de auto achteruit, zodanig dat hij een eind weg maar recht tegenover de winkeletalage kwam te staan. Toen de grote Nixon knikte, reed hij Donald met de versterkte voorbumper van de SUV de winkel binnen. Nu hadden ze nog juist geteld vijf minuten om alles mee te graaien en nog twee minuten om weg te komen. Het had hun wat geld gekost om deze informatie te verkrijgen, maar iedereen heeft zijn prijs. Iemand die geholpen had met de beveiliging van de winkel, had graag iets bijverdiend. Niet echt ethisch van die kerel, maar de een zijn brood, is de ander zijn dood. Zo dachten de vier gemaskerde gangsters er toch over.
            Laurel en Hardy sprongen met lenige bewegingen uit de auto. Verder kwamen ze niet. Aan de rechterkant keek Stan Laurel in de grijze ogen van een zwartharige vrouw die volledig in het leder was gekleed. Oliver Hardy had aan de andere kant kennis gemaakt met haar metgezel die voor de gelegenheid in een driedelig maatpak droeg, dat hem als gegoten paste. Julius en Diana hadden niet de minste moeite met het komisch duo. Vooraleer ze hun wapens in de aanslag konden houden hadden de nachtwandelaars hun tanden in de nek van hun slachtoffers gezet en al geproefd van het bloed van Laurel en Hardy.
            Nadat Nixon en Donald Duck, het bizarre tafereel met verbazing hadden aanschouwd, gebeurde alles heel vlug. Donald vergat dat ze hier waren om de diamanten en zette de SUV in zijn achteruit, terwijl hij het gaspedaal induwde. Met piepende banden maakte de wagen een korte bocht en de beide gemaskerde mannen die nog overbleven kozen het hazenpad. Ze hadden echter niet gerekend op de snelheid van Julius en Diana.
            Het was voor hen een kinderspel om aan een snelheid die men met het blote oog bijna niet kon volgen, het vehikel in te halen. Julius sprong met een grote pas op het dak van de rijdende SUV terwijl Diana zich met een sprong aan de achterkant van de auto had vastgegrepen. Donald Duck probeerde nog om met de auto te laten slingeren en hen op die manier van de auto te werpen. Maar zonder moeite bleven beide nachtwandelaars aan de auto hangen alsof ze eraan vastgekleefd waren. Julius sloeg met een gerichte slag de zijruit aan diggelen en greep een verraste Nixon bij zijn nekvel. Julius trok de man die als een speenvarken piepte, door de zijruit van de vluchtende auto en sprong met hem van de wagen. Zonder dat hij een schrammetje opliep, landde hij met zijn slachtoffer in zijn macht op zijn beide voeten. De opwinding van de jacht had hem honger laten krijgen. Het was inderdaad een goed idee van Diana geweest. Met kracht boorde hij zijn tanden in de nek van zijn slachtoffer en deed zich tegoed aan zijn bloed, dat rijkelijk stroomde.
            Diana had ondertussen de achterklep van de auto opengedaan en moest toch nog even een kogel ontwijken die Donald Duck op haar afvuurde. Niet dat men haar daarmee kon doden, maar het zou voor kostbaar oponthoud zorgen en haar prooi zou misschien op die manier kunnen ontsnappen. Met een paar passen landde ze op de passagierszetel en wrong het pistool uit de hand van een panikerende Donald. Ze hield het wapen tegen de zijkant van het hoofd van de inbreker. ‘Stoppen!’
            ‘Dan dood je me,’ schreeuwde de cartoonfiguur terug. Hij had gezien hoe Laurel en Hardy geëindigd waren en wist dat zijn leider Nixon hetzelfde lot was beschoren. Ze zouden voor hem geen uitzondering maken. Hij zou blijven rijden besloot hij in zijn doodsangst. De enige fout die hij maakte was om in de ogen van Diana te kijken.
            ‘Ik zei, stoppen en dat ga je nu ook doen.’
            De dwingende ogen van Diana deed elk greintje wilskracht die in hem aanwezig was afbrokkelen en niettegenstaande zijn verstand zei dat hij moest blijven duwen op het gaspedaal, reageerde zijn lichaam anders. De auto stopte langs de kant van de weg en Donald Duck kreeg kippenvel op zijn armen van de roofdierachtige blik in de ogen van Diana.
            ‘Gelukkig dat ik eendjes lust.’ Het waren de laatste woorden die de chauffeur hoorde. Diana boorde haar witte tanden in de nek van de man en stopte niet vooraleer zij de laatste klop van zijn hart in zijn pulserende openliggende ader voelde.
            Het had allemaal niet veel meer geduurd dan vijf minuten. Ondertussen was Julius, toen hij reeds van ver de naderende politie had gehoord, naar de SUV gelopen. ‘Misschien kan je best vanop de achterbank je maaltijd verzetten, schat. Anders moeten we als toetje nog een paar politiemensen drinken. Ik houd niet echt van dat soort drankje, geeft me altijd het maagzuur.’
            Diana keek op en achterom naar de naderende politiewagens. Met een zwaai wierp ze het kadaver uit de wagen. ‘Geef maar gas, Julius, laten we ze laten werken voor hun loon. Straks na een leuke race, kunnen we de auto ergens dumpen en terug naar huis keren.’ Ze keek hem even aan van opzij en glimlachte naar hem. ‘Dit was heerlijk, schat, mmm, was echt lekker, ik voel me als herboren. Heb verschrikkelijke lust in seks, jij ook?’ Julius trapte het gaspedaal bijna door de bodem van de auto, terwijl de wagen slingerend en piepend wegschoot.


……….



            Markus had haar aangekondigd met haar mensennaam Elisa Thompson. De secretaris van Dragosj had verwonderd gekeken toen ze zo maar kwam aanwandelen in de hall van hun nest. Het was onmogelijk om voor een gewoon mens de ingang daarvan te kunnen forceren. Je moest eerst een deur van pakweg een paar honderden kilo zwaar kunnen openduwen, als je dan ook al de sleutelcode bezat voor de lift die je naar de hall zou brengen. Markus was zeker dat de vrouw de sleutel niet bezat, anders zou hij een vermelding hebben op inlog van de liftprocedure. Toen ze binnenkwam, had hij dit automatisch gecheckt aan de balie en gezien dat dit niet zo was. Hij was ook zeker van het feit dat zij niet de spierkracht bezat om zelf die deur open te duwen. Het zwaarste dat vrouwen met de taille van een mannequin zoals zij tilden was hun glas champagne of ten hoogste hun trouwe poedel.
            Mercedes had geen moeite gehad om het adres van Dragosj te vinden. Ze had zelfs niet de moeite genomen om een zoekersbezwering te weven. Ze leefde in de 21e eeuw en had met een duur computerprogramma een query laten lopen waarbij zij een aantal bekende feiten had ingegeven met als variabele en onbekende de gemeenschappelijke plaats. De ingenieuze software, de hedendaagse tovenaar van deze tijden, had haar niet in de steek gelaten. Ze kreeg weliswaar een vijftal resultaten waarvan ze de voor de hand liggende favoriet uitpikte. Dit was de plaats waar ze het meest kans had om Graaf Dragosj te ontmoeten. Zijn signatuur gedurende de laatste eeuw had een digitaal spoor nagelaten. Niets was onzichtbaar op de internetsnelweg als je de juiste toetsen indrukte.
            Het kaartje dat ze aan Markus had gegeven, vermelde haar zoveelste alias. Het was interessant om af en toe van identiteit te verwisselen, zeker voor een wolfheks, die door de eeuwen heen, veel vijanden had gemaakt. Er stond een grote prijs op haar hoofd en ze wou dat hoofd nog een eindje op die plaats houden waar het normaal gezien hoorde. Elisa Thompson was advocate van beroep. Niet dat Mercedes veel van rechtszaken afwist, maar ze had altijd al gedacht dat dit soort van mensen op de vreemdste plaatsen en in de raarste omstandigheden werkzaam waren. Ze wist uit ervaring ook dat men ofwel een immens ontzag had voor dit beroep ofwel een heilige schrik, toch voor deze die het gemaakt hadden. Daarom had ze een digitaal spoor nagelaten, die van haar de beste strafpleiter in de regio maakte. Geen magische truck, enkel wat goochelen met websites en valse geloofsbrieven. Je moest je kunde niet te grabbel gooien.
            Markus had haar met een kluitje in het riet willen sturen, toen zij haar verzoek om Dragosj te spreken had geuit. Zijn dwang werkte niet op haar, zoveel wist hij al. Dit was geen gewoon mens en daarom gaf hij haar een tweede kans. ‘Hoe kent u de Heer Dragosj?’ had hij gevraagd om toch met iets in de handen tegenover zijn meester te komen.
‘Zeg maar dat de dochter van Pandora er is. Graaf Dragosj,’ beklemtoonde ze, ‘heeft nog een schuld af te lossen. Ik wacht ondertussen hier wel…maar mijn geduld is niet oneindig.’
Markus had haar aangekeken met een opgeheven wenkbrauw. De naam zei hem niets en het lag voor de hand door haar opmerking over zijn titel dat ze wel wist over wie ze sprak.
Graaf Dragosj had zelfs niet omgekeken, toen hij hoorde dat Elisa Thompson aanwezig was. Hij had een leeftijd waarbij men niet meer opschrok of verwonderd was over een of andere gebeurtenis. Alhoewel bij de bijkomende informatie dat het om de dochter van Pandora handelde, hij zijn wandelstok wat harder vastnam, zodanig dat de reeds witte knokkels van zijn hand nog witter werden. ‘Laat ze binnen, Markus…en…wees respectvol tegen haar. Ze is de dochter van een oude kennis.’
Markus was nog meer verwonderd. Hij dacht iedereen te kennen uit de kennissenkring van zijn Meester. Dat was gewoon zijn vak. Daarop steunde de beveiliging rond zijn werkgever nu eenmaal op. Hij moest iedereen kennen om zijn veiligheid te kunnen waarborgen. Hij kende niemand met de naam Pandora, de enige Pandora waar hij ooit van gehoord had…Neen, dat idee verwierp hij gewoon als nonsens.
‘Dag, jongedame,’ begroette Dragosj de vrouw met het roodbruine haar. ‘Ik wist niet dat Pandora nog levende dochters had. Voor zover ik mijn geschiedenislessen onthouden heb, had zei maar drie dochters, Phrophasis, Metamelea en Pyrrha. Die zijn allemaal reeds een tijdje dood. Kan ik misschien een geneesheer aanbevelen? Die kan je zeker en vast helpen met je probleem.’ Dragosj stopte met spreken maar had zich altijd niet omgedraaid. Het was alsof hij wachtte op iets vooraleer hij verder wou gaan.
‘Graaf Dragosj, ik moet je inderdaad de groeten doen van Pandora, over de dood heen en…neen, ik heb ze nog allemaal op een rijtje. Mijn moeder heeft je lang geleden de vrijheid gegeven in haar jeugdige nieuwsgierigheid. Ze heeft alles geprobeerd om veel van haar fouten goed te maken, maar helaas is dit niet gelukt. Ik weet wat er in doos zat, want ik ben de vierde dochter van Pandora, waarover de geschiedenis niet spreekt. Mijn moeder heeft je toentertijd uit de doos laten ontsnappen net als zovele kwalen die over de wereld zijn gekomen. Het wordt tijd dat je iets voor haar terugdoet…toch als je wil overleven als…ras!’
Nu draaide Dragosj zich met een onvoorstelbare snelheid om en torende in één tel boven de vrouw uit. ‘Ik laat me niet bedreigen door een sterveling en nog minder door iemand die wartaal verkoopt.’ Hij wou met een gericht houw van zijn hand met de messcherpe vingernagels de keel van de vrouw doorsnijden. De volgende seconde werd hij door een onzichtbare kracht in de hoek van de kamer gekatapulteerd.
De vrouw stond in de kamer met de handpalm naar hem gericht. Haar lange haar waaierde uiteen als in een vlammenkrans, terwijl in haar ogen een gevaarlijk vuur gloeide. ‘Er komt niemand om je te helpen, als je dat verwacht. Ik heb de ruimte met een beschermingsspreuk afgesloten voor geluiden. Mijn echte naam is Mercedes en ik ben bijna even oud als u, Graaf Dragosj. Ik wil je geen kwaad doen, dat zweer ik op het hoofd van mijn moeder, de eerste wolfheks der tijden, zowaar ik haar dochter ben. We hebben allemaal een nieuwe vijand en we moeten ons verenigen of het wordt voor ons allemaal de dood. Moeder heeft je laten leven, terwijl ze je terug in de doos kon opsluiten, ik wil deze schuld vandaag innen.’
Dragosj stond terug recht en stofte zijn klederen wat af met zijn handen. De spanning was gebroken, hij wist wie hij voor zich had. Niemand anders kon weten waar zijn oorsprong lag. Niemand behalve Pandora of haar nakomelingen. ‘Welkom, Mercedes, je hebt een merkwaardige manier op je punt duidelijk te maken. Ik denk wel dat we het over een samenwerking eens kunnen geraken. Wat mij vooral interesseert is wat je eigenlijk afweet van onze nieuwe vijand?’
‘Dat zal ik je nu eens haarfijn uitleggen, hooggeboren Graaf Dragosj.’


© Rudi J.P. Lejaeghere

09/02/2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen