donderdag 19 maart 2015

De vrouw in het rood: Deel 45
















45.

Jean-Pierre had nog voor dat Katarina wakker was het ontbijt besteld. Hij kende ondertussen haar voorkeur. Drie sneetjes geroosterd wit brood, eentje met kaas en twee met aardbeienjam, koffie zwart en daarna twee stuk fruit, liefst kiwi. Hijzelf kon ’s morgens niet veel binnenkrijgen, alhoewel hij zich dwong om toch op zijn minst een sneetje brood te eten.
De geur van de warme koffie had Katarina gewekt. Ze kwam uit de slaapkamer, enkel gekleed in haar slipje.   Ze rekte zich uit en lachte naar Jean-Pierre. De nachtrust had haar blijkbaar goed gedaan. De avond voordien had ze nog gedacht dat ze ziek zou worden. Een mens heeft zijn grenzen en na al hun avonturen rond de ontvoering was die plotseling bereikt. Gelukkig dat een goede nacht slaap weer wat reserve kon opbouwen.
Katarina zag een hemd liggen van Jean-Pierre en deed het glimlachend over haar blote bovenlijf. Ze deed eerst alle knopjes toe maar toen ze zag dat hij haar aan het bekijken was, deed ze plagend weer enkele van de bovenste knopjes open.
Jean-Pierre vond haar sexy zo, met haar haar in de war, met zijn hemd aan en in het rode slipje dat af en toe van onder het hemd uitkwam. Ze ging zich aan tafel zetten en begon direct aan haar sneetjes brood.
‘Hoe voel je je, Kat?’ Hij verwonderde zich aan haar veerkrachtigheid. Het was niet evident dat een vrouw die datgene dat zij beleefd had, zo vlug verwerkte. Katarina had een sterk karakter. Ze had dit waarschijnlijk van haar moeder geërfd. Alhoewel Jean-Pierre niet wist welk karakter haar vader ooit had.
‘Oh, redelijk goed naar omstandigheden. Ik heb goed geslapen en heb weer stukken meer energie.’ In een mum van tijd had zij haar sneetjes brood binnen en begon ze met haar kiwi’s te schillen. ‘Bedankt voor het lekker ontbijt te bestellen.’ Het fruit was mooi rijp en Katarina smulde van de groene vruchten.
‘Ik zat juist te denken dat je waarschijnlijk van karakter goed op je moeder moet lijken, of niet. Ja, ik weet natuurlijk niet hoe je vader was.’
‘Ik heb hem nooit gekend, mijn moeder heeft wel over hem verteld. Jean-Luc was een lieve man, zacht van aard en hij zag mijn moeder dolgraag. Jammer dat het zo heeft moeten aflopen. Ik denk dat moeder het nooit volledig heeft verwerkt, zeker ook omdat de familie van Jean-Luc haar nooit heeft geholpen.’
Jean-Pierre trok zijn wenkbrauwen op. ‘Hoe bedoel je. Dachten ze misschien dat het haar schuld was dat ze overvallen waren?’
‘Ze hebben het nooit met zoveel woorden gezegd, maar ik denk dat ze dit inderdaad dachten. Moeder was van een lagere stand en zijn familie heeft haar nooit aanvaard. Ze hebben alles geprobeerd om haar het Chateau afhandig te maken, dat Jean-Luc op haar naam had gezet. Ze is jaren aan een stuk lastig gevallen door advocaten en ander gespuis die de familie had ingehuurd om het haar moeilijk te maken.
‘Maar daar konden ze toch niets aan doen, als het kasteel wettelijk op haar naam stond, dan konden ze daar toch niets tegen doen.’
‘Neen, maar toen op dat moment en ze heeft het nooit kunnen bewijzen, zijn er verschillende keren vensters ingegooid met stenen en werden de muren beklad met woorden als ‘hoer’ en ‘nymfomane’.
‘Hoe is je moeder dan eigenlijk begonnen met de diensten die ze leverde op het kasteel om het maar met een eufemisme uit te drukken.’
Katarina zuchtte even. ‘Ja, op een bepaald moment is de behandeling van haar persoon door de familie haar dan toch in het verkeerde keelgat geschoten. Ze heeft verteld dat als de familie dacht dat ze een hoer was en een nymfomane, dat ze dan zou zorgen haar kasteel zou gebruikt worden om de duurste en de beste meisjes en jongens op te leiden voor die taak. Het waren juist leden van de adel en hoogstaande burgers die gebruik maakten van deze diensten. Haar wraak zou zoet zijn en ze heeft haar doel bereikt. Het duurde geen twee jaar vooraleer ze een gevestigde naam was in dit beroep. Na vijf jaar was ze uit de rode cijfers en nog eens vijf jaar later maakte ze meer winst dan een gemiddelde goed draaiende onderneming. Ze heeft ondertussen haar geld in verschillend vastgoed belegd.’
Na deze uitgebreide uitleg, begon Jean-Pierre een beetje te snappen hoe alles in het werk was gegaan. In het begin had hij de Barones een wat arrogant type gevonden. Maar nu hij zich een beeld kon maken hoe zij tot dit beroep was gekomen, had hij zelf wat bewondering en zeker medelijden met de ontvoerde vrouw.
Een klop op de deur deed hem uit zijn gedachten opschrikken. Hij ging naar de deur en hoorde gestommel op de gang. Blijkbaar iemand die zich vergist had. Voor alle zekerheid deed hij de deur open om op de gang te kijken. Met geweld werd de deur volledig opengeduwd en werd hij door de slag tegen de muur geworpen.
Twee mannen drongen binnen en overmeesterden Jean-Pierre die door de slag, half verdoofd was. Achter zich hoorde hij Katarina schreeuwen, maar dit duurde niet lang, want hij voelde een prik in zijn hals en alles werd zwart.

© Rudi J.P. Lejaeghere

13/03/2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen