maandag 6 april 2015

Bloeddorst: Hoofdstuk 11


11


            Ik opende de doos en de kwalen en rampen overspoelden de aarde zonder onderscheid van ras of sekse. Ziekten woekerden onder verschillende bevolkingsgroepen. De een al erger dan de andere. Sommige toonden zich aan de buitenkant door etterende zweren of bloederige wonden. Andere vraten langs de binnenkant van de mens. Kanker dunde met een regelmaat van de klok de wereldbevolking uit. De Pest kwam neer op de knaagdieren die men ratten noemt. Zij stierven echter niet, maar werden de dragers van de ziekte die ze in de achterbuurten van de steden verspreidde.
            Onrust werd op de aarde gelegd en de grond beefde op plaatsen zo erg, dat hele rijen huizen de grond inzakte, bruggen werden vernield met alle mensen die erop liepen. Wouden branden als onblusbare fakkels en namen de steden aan hun rand in hun vlammen op. Vulkanen barsten uit en lava stroomde in rivieren door de landen. Vruchtbare vlaktes werden overspoeld door overstromingen, vee en duizenden mensen verdronken.
            Nadat deze uitbarsting van ellende ten einde kwam, wanneer de overlevenden hun slachtoffers telden, verstopten zich de kwalen en de rampen in de zandloper van de tijd. Zonder waarschuwing sloegen ze op ongeregelde tijden toe, genadeloos en zonder iemand te ontzien. Onderhuids ontwikkelden zich anomalieën, tot in het diepste van het levend wezen, kropen de rotte vruchten uit de doos die mijn man had gekregen en nestelden zich in de mens.
            Onvrede heerste, zelfs om de kleinste dingen. Ruzie ontstond om het minste meningsverschil. Deze kleine ongeregeldheden werden opgeblazen tot grote conflicten. Volkeren namen de wapens op tegen elkaar en vochten tot der dood. Bloed werd vergoten in naam van overtuigingen die men probeerde op te dringen. Iedereen was overtuigd van zijn gelijk en van het ongelijk van de vijand.
            Wolken met donkere magie dreven over de aarde en oceanen. De plaatsen die ze aandeden werden overspoeld met zure regen en ondoordringbare mist. De magie kleefde zich aan sommige schepsels. Sommigen kregen onnoembare eigenschappen door deze zwarte tovenarij.
            Op de eerste dag daalde de regen neer op de hoofden van verschillende onwetende zielen. Zij kregen de kracht van de transformatie en sommigen werden ’s nacht onder het licht van de maan wolf. Hun lichaam doorstond telkens een pijnlijke verandering vooraleer ze beschut door de duisternis hun slachtoffers zochten.
            De tweede dag ontstond er ondoordringbare mist die neerdaalde uit de zwarte wolkenmassa. Je kon amper de man naast jou onderscheiden langs de straten van het dorp waar deze magie zich neersloeg. De meeste werden bezeten door ongekende demonische krachten en sloten een verbond met de Duivel. Ze zouden zijn werk op de aarde verderzetten. De andere demonen nestelden zich in huizen en kastelen en spookten er elke nacht, tot de inwoners er gek van werden.
            Op de derde dag bliksemde en donderde het uit de wolkenmassa. Velen levende wezens werden neergebliksemd, maar de mensen onder hen stonden na een ogenblik weer recht en gingen op stap als dienaars van het Donker. Tovenaars en heksen bedreven met hun nieuwe krachten Zwarte Magie met als enige doel, de mensheid in een poel van pijn en verdriet te verdrinken.
            De vierde dag regende het bloed uit de hemel en de wolken losten op. Diegenen die deze rode zondvloed proefden op hun lippen, kregen een onverzadigbare dorst naar bloed. Hun twee bovenste snijtanden werden langer en scherper. Ze gebruikten ze om hun slachtoffers de keel open te bijten en te drinken van hun nog warme bloed dat hun stervende hart naar boven pompte.
            Al deze wezens en nog veel meer gespuis en duister gebroed spreidde zich over de wereld. Ze maakten gebruik van de schaduwen en de bescherming van de nacht om nieuwe slachtoffers te maken. Hun aantallen groeiden aan, want in sommige van deze wezens zat de kracht om van hun slachtoffers nieuwe dienaars van het Kwaad te maken.
            Van dit moment af was er rampspoed op de aarde, vanaf deze dag voelde niemand meer zich veilig
            Hoe kan een mens vergiffenis krijgen voor zoveel leed!



……….


           
            Het dagboek van Pandora was een gruwelijk geschenk die ze aan haar dochter had nagelaten. Ze had, na haar onvergefelijke fout, niet geweten hoe ze al dit leed kon rechtzetten. Ten einde raad had ze voor haar nageslacht proberen alles op te schrijven wat ze te weten kwam over de rampspoed die ze over de wereld had losgelaten.
            De gruwel die ze op de verzamelde perkamenten beschreef, was op zijn minst bloederig en verschrikkelijk te noemen. Zowel voor Diana als voor Julius was het een verrassing te lezen over de oorsprong van de nachtwandelaars en sommige andere bekende wezens van de nacht.
            ‘Heb jij ook je kracht op die manier ontvangen, Mercedes?’ Julius had het uittreksel uit het dagboek met aandacht aangehoord. Hij was door Dragosj gemaakt en Diana’s maker was ondertussen al naar de zon gereisd en was er dus niet meer. Beiden waren geen eerste generatie.
            ‘Mijn moeder werd extra gestraft om haar ongehoorzaamheid en nieuwsgierigheid. Mijn wolf-zijn heb ik ontvangen door middel van een goddelijke afgunst, mijn andere kant, de heks in mij komt uit de doos. Ik heb mij door de eeuwen heen kunnen leren bedwingen om de verkeerde weg in te slaan. Het heeft mij moeite gekost en is zeker niet gebeurd zonder slachtoffers te maken. Het is een emotionele bagage die ik nooit zal kwijtraken. Er is en blijft altijd een zwarte kern in mij.’
            Diana meesmuilde om de gevoelige snaar die Mercedes aan het bespelen was. ‘Wat jij emotionele bagage noemt, is voor mij ervaring en kracht. Je zou moeten fier zijn omdat je geen gewone sterveling bent.’
            Het was alsof Julius hierop wou reageren, maar uiteindelijk ging hij er niet op in. Voor hem speelde nog altijd zijn haat tegenover Dragosj omtrent de dood van zijn moeder. Op die manier stelde hij zijn nieuwe bestaan als quasi onsterfelijke in vraag.
            Vroeger zou Diana deze twijfeling als onmacht of verraad gezien hebben, maar nu ze zijn verhaal had gehoord, gaf ze hem het voordeel van de twijfel. Ze zou proberen hem te helpen om wat er nog van zijn menselijke kant in hem sluimerde uit te schakelen. Hij zou veel beter af zijn. Zeker met de mogelijkheid dat hij Graaf Dragosj zou kunnen opvolgen.
            ‘Weet je zeker dat je hierin iets gezien hebt over Het Water van de Verloren Zuchten?’ Diana was ongeduldig want ze vermoedde dat hun vijand niet stil zou zitten. Ze mocht dan wel bijna onverslaanbaar zijn, ze wou het niet op een rechtstreekse confrontatie laten opdraaien zonder dat ze meer informatie had. Informatie hoe ze dat wezen konden verslaan bijvoorbeeld.
            Mercedes bladerde tussen de folio’s die aan de randen krulden van ouderdom. ‘Hier, ik heb het gevonden. Ik wist dat er hier iets van in stond.’
            ‘Geef hier,’ snauwde een ongeduldige Diana, ‘waar ligt dat water?’
            Met toegeknepen ogen keek Mercedes naar Diana, die geen haarbreed terug krabbelde onder de vlammende blik van de wolfheks.
            ‘Oké, laat me dan maar eens horen hoe je kennis is van het Oude Grieks, beste Diana.’
            ‘Oud Grieks?’ Diana had zich voor haar hoofd kunnen slaan. Natuurlijk was de tekst in Oud Grieks geschreven. Pandora stamde uit die tijd en plaats waar deze taal gebruikt werd in de geschriften. ‘Goed, wijsneus, lees het ons dan voor.’ Ze moest bakzeil halen, iets wat ze niet gewoon was.
            Met een lichte glimlach die Mercedes niet kon wegstoppen richtte ze haar blik op de berichten van haar moeder.
           
            Het Water van de Verloren Zuchten is niet van deze wereld…

‘Excuseer, wat betekent dat, niet van deze wereld? Je gaat ons toch geen sprookjes wijsmaken toch?’ Diana stond met haar handen in haar zij. Blijkbaar zou zij nooit vriendjes worden met Mercedes, zoveel was zeker.
‘Diana, houd nu even je mond en laat de vrouw uitpraten. Dan hebben we nog alle tijd om bezwaren te opperen of als je het dan niet kan laten, haar af te kraken.’
Met een geschrokken blik trok het weinige kleur dat Diana in haar gezicht had weg. Zo had Julius nog nooit tot haar gesproken. Ze wist echter dat ze lager in de hiërarchie stond en verbeet haar woede. Ze zwaaide met haar hand naar Mercedes als teken dat ze verder kon gaan.

Het Water van de Verloren Zuchten is niet van deze wereld. Op het punt waar de Styx, de Phlegeton, de Acheron, de Cocytus en de Lethe samen komen is een moeras. Dit moeras is onbevaarbaar voor een sterveling. Charon zal betaald moeten worden met de dood en een obool op de tong, om mee te mogen varen. Wie de dood te slim af is, zal als beloning naar het Water van de Verloren Zuchten worden gevaren. Daar kan hij in het wateroppervlak zien wat hij zoekt of wat hij verloren is. Dit moet allemaal gebeuren binnen de tijdspanne van twee zandlopers. Indien deze tijd overschreden wordt, wacht de ongelukkige een eeuwige dwaaltocht langs de rivieren van de Onderwereld.

‘Serieus, fluitje van een cent.’ Diana hield zich verder echter in en wachtte op de reactie van Julius en Mercedes.
‘Eerlijk, Mercedes, wat wordt hier allemaal mee bedoeld? Dat zijn toch allemaal oude mythen. Ik moet Diana gelijk geven als ik dit allemaal hoor dan twijfel ik toch aan de betrouwbaarheid van die teksten.’
Ondanks de reactie van de beide nachtwandelaars, die nu plotseling toch aan hetzelfde eind trokken, verscheen er een glimlach op het gezicht van Mercedes. ‘En mijn moeder dan? Pandora, zij wordt toch ook beschreven als een mythe. De doos van Pandora, ook een mythe? Al de nachtwezens, waarvan jullie weet hebben, ook een fabeltje? Mag ik erop wijzen dat ik uit vlees en bloed besta en dat ik mijn moeder persoonlijk heel goed heb gekend. Ik kan jullie met zekerheid bevestigen dat zowel de Onderwereld als Charon bestaan. Misschien dan wel niet zoals jullie het misschien voorstellen, maar ze zijn er…nog altijd.’
‘Goed dan. Waar kunnen we die vinden. Is er ergens een hol die naar deze rivieren en de Onderwereld leidt of heb je een geheime schatkaart in dat dagboek verborgen zitten?’ Het werd wel enigszins spottend gezegd, maar Diana had een punt. Als de tekst van Pandora op de werkelijkheid gesteund was, waar bevond zich dan die plaats?
Mercedes werd plotseling heel serieus en twijfelde om te antwoorden. Julius zag haar aarzeling. ‘Zeg het maar, Mercedes, moeilijk gaat ook. We hebben al voor hetere vuren gestaan. Moeilijkheden zijn er om overwonnen te worden en nu we de handen in elkaar hebben geslagen, zijn we samen sterker dan alleen.’
De wolfheks knikte en slikte even haar laatste twijfel in. ‘We moeten ons niet verplaatsen voor deze gevaarlijke reis. Dat is niet het probleem. Maar we moeten eerst een andere voorwaarde vervullen vooraleer we die tocht kunnen aanvatten.’
‘Goed, kan ik aanvaarden. Zeg het ons, laat ons die voorwaarde zo vlug mogelijk vervullen dat we op stap kunnen gaan. Zo moeilijk kan het nu ook niet zijn, niet?’ Julius had moed gekregen. Hij geloofde in Mercedes en in de teksten van haar moeder. Hij dacht aan Shakespeare, een tijdgenoot uit zijn oude leven. Er was meer tussen hemel en aarde dan hij vermoedde en daarom geloofde hij dat er voor alles een oplossing was.
‘Ik weet niet of jullie beseffen wat deze tocht inhoudt. Om te varen op de Styx en de andere rivieren van de Onderwereld moet je eerst en vooral…dood zijn!’

© Rudi J.P. Lejaeghere
04/04/2015


            

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen