vrijdag 24 april 2015

Requiem: Hoofdstuk 20 (1e deel)








20



            De Weerstand was onderverdeeld in cellen van vier leden. Dit was een veiligheidsmaatregel omdat een grotere samenkomst van individuen veel meer in het oog liep dan een klein groepje van vier mensen die even wat vertier zochten in een of andere donkere kroeg.
            Het 'Gewonnen Goed' was het spreekwoordelijke voorbeeld van zo'n donkerbruine kroeg. Weinig licht en met een lange bar met een rij barstoeltjes die hun betere tijd hadden gekend. Hier was de tijd blijven stilstaan en was de vooruitgang niet binnengeraakt. De geur van verschaald bier kon men er zelfs met de beste wil en veel bleekwater niet uitkrijgen. De kroeg was in twee delen ingericht. Vooraan had je een aantal ronde tafeltjes waar de niet echte barhangers hun drankje konden drinken. De vaste klanten konden rechts aan een lange bar aan hun gading komen, voor zover ze niet vies waren van een plakkende toog en een tot vervelends toe zwanzende barman. In het diepste gedeelte had je twee snookertafels die meestal de ganse tijd bezet waren. Boven de tafels hing er een felle lamp die het groene vilt van de biljart extra goed deed uitkomen in de eerder schemerige omgeving. Er waren nog twee deuren aan de linkerkant van de laatste biljarttafel. Volgens het universele pictogram leidde de eerste deur naar de toiletten en boven de tweede hing er een bordje 'PRIVÉ'. Feliciano herinnerde zich nog dat er ooit nog een bordje ‘PRIVAAT’ gehangen had. Maar dat had hij, na verkenning van de ontmoetingsplaats, via de eigenaar van de bar die hem de ruimte verhuurde, laten veranderen. Zeker toen hij bemerkte dat men zich dikwijls van deur vergiste.
            Feliciano Díaz had de dag voordien via een mailtje een onschuldige boodschap gezonden naar de andere drie leden van zijn eigen cel. Het was een zin die ze vooraf hadden afgesproken en die hen die avond samenbracht in het 'Gewonnen Goed' in de kamer achter de deur met het bordje 'PRIVÉ'.
Iedere cel had een leider en elk lid van deze cel kende enkel de leider van zijn eigen cel. De leider was hierop de uitzondering en kende daarnaast ook diegene waaraan hij verantwoording moest afleggen en een trapje hoger stond in de hiërarchie van de groep. Daarnaast kende ieder afdelingshoofd nog een aantal leiders van cellen die op hun beurt weer hun contacten hadden. Dat was één van de manieren waarop boodschappen doorgegeven werden onder de leden van de Weerstand. Zo werden instructies van boven naar onder en omgekeerd doorgegeven, maar was er ook op horizontaal niveau contact. Op die manier had enkel de leider van de cel contact met andere cellen. Een veiligheidsmaatregel die meestal zijn voordeel had bewezen. Het contact met andere cellen werd tot een minimum herleid tot voordeel van het geheel van de organisatie.
            Rond een rechthoekige tafel zaten Feliciano met de andere drie mensen van zijn groep. Recht over hem zat de man die het meeste gewicht in de schaal wierp. Edmond Foster woog zo rond de 130 kilo en zat wat ongemakkelijk op de te kleine stoel te wiebelen. Heimelijk was hij bang dat hij door de stoel zou zakken. Edmond had echter heel wat paardenkracht. Niettegenstaande zijn wat corpulente omvang was hij een robuuste man met ijzersterke spieren die zware dingen kon tillen. Als Weerstander kon dit in sommige gevallen van pas komen. Niet dat Edmond Foster dit nodig had voor zijn beroep. Als leraar fysica was het zwaarste dat hij moest dragen zijn persoonlijke laptop. Daarnaast had hij nog een zwak voor snelle en dure wagens.
Links van Feliciano zat de aantrekkelijke Iléna Federova met haar Slavische trekken en mysterieuze grijsgroene ogen. Ze pasten heel goed bij haar karakter, niemand kon haar peilen. Iléna had van haar hobby haar beroep gemaakt. Ze was zangeres en had heel wat talent. Een diepe warme alt die iedere man met haar jazzy songs het hoofd op hol kon brengen.
Als het aan Mamacita zou liggen, dan zou ze Feliciano direct koppelen aan Iléna. Gelukkig kende mama Rosita geen enkel van de leden van de cel, dus ook niet Iléna en daarvoor was Feliciano dankbaar. Ergens was hij bang voor Iléna. Hij wist niet echt waarom dit zo was, misschien kon hij gewoon niet goed opschieten met de leden van het vrouwelijke geslacht.
Aan zijn rechterzijde zat de wat oudere en heel wat minder aantrekkelijke Lucy Nicholson. Zij was de leidster van de cel en dat zag je ook aan haar manier van doen. Af en toe was er een vrouw die de broek droeg. Zo werd Lucy Nicholson in het hoofd van Feliciano gecatalogeerd. Iedereen werd in een vakje gestopt of je het wou of niet. Met haar zware bril met donkere montuur – ze weigerde pertinent contactlenzen te dragen niettegenstaande die haar een wat minder streng uiterlijk zouden bezorgen – en haar grijze haar in een knotje samen gestoken, zag ze er eigenlijk op zijn minst tien jaar ouder uit dan de vijftig jaren die ze telde. Haar vooruitgestoken kin en flitsende blik liet niet mis te verstaan dat zij voor niemand zou onderdoen, niet voor een jonger iemand en zeker niet voor een andere vrouw. Soms kon je de vonken tussen Iléna en Lucy heen en weer zien springen, toch tenminste als je de verbeelding van Feliciano had.
            'Als het blijkt te kloppen wat je zegt,' reageerde Lucy ad rem, wat haar direct een verontwaardigende blik van Feliciano opleverde waar zij zich totaal niet aan stoorde en verder ging, 'dan is iedere gechipte persoon een menselijke antenne waarlangs iemand satellieten hun baan rondom de aarde kan aansturen om te spioneren of iets in die aard.'
            Feliciano schudde ontkennend zijn hoofd. 'Ik zou het zo niet willen formuleren. Het spreekt vanzelf dat ik het een en ander heb uitgeprobeerd bij mijn onderzoek op de chip. Blijkbaar is er ook een code of paswoord aan verbonden om dit te kunnen doen en dat hebben we niet. Trouwens volgens mij is de afstand van de chip naar de satelliet te groot dat dit fysisch mogelijk is. Misschien dient het eerder als een soort marker tussen de satelliet en iets…iets anders?'
            Edmond Foster knikte. ‘Volgens mij kan de chip dienen als marker voor het doel voor een raket of zo. Er zijn al vele systemen die op die manier werken. Het is wel de eerste keer dat de marker een mens zelf is, wat de mogelijkheid tot onherstelbare schade bij de persoon in kwestie euh…heel waarschijnlijk maakt. Wat ik daarmee bedoel is dat de man met de chip ergens heel dicht gaat staan bij een mogelijk doel. De chip in het hoofd van die ongelukkige vrijwilliger komt in contact  met de software van de raket die op zijn beurt geleid wordt door de satelliet. De raket, op voorhand geprogrammeerd op de code van de chip van de vrijwilliger kan op die manier zijn doel heel gericht raken. De chip dient dus als een soort baken, een vlaggetje die zegt: Hier vallen en ontploffen alstublieft!’
Edmond veegde na deze uitleg voor de zoveelste keer met een tissue die hij uit een doosje trok die bij hem stond, het zweet van zijn voorhoofd. Het kamertje waar ze met zijn vieren in zaten was niet ruim en bezorgde hem bijna een aanval van claustrofobie.
            'Het is zeker niet het enige wat de chip aan mogelijkheden of toepassingen bezit.' Feliciano pikte gevat in op de uitleg van Edmond. 'Veel meer dan wat de overheid wil loslaten.' Zijn drie toehoorders luisterden met volle aandacht. 'Er zitten verschillende verbindingen op de chip die ik niet eens begrijp. Het ding dient in eerste instantie als zender en ontvanger, dat staat vast. Dus iedereen staat op het scherm als 'stip nummer zoveel'. Maar dat wisten we al gezien het feit dat ik voor de ICSA werk en dit mijn kleine en eerste bijdrage aan de Weerstand was. Dat de chip dient als stralingsdetector is ook geen leugen. Er zit een mini-elektronische soort geigertellerprintje op de chip. Maar in plaats van de straling te meten, geeft hij een sein naar het sympathische stelsel dat ontspringt in de cervicale thoracale en lumbale streek van het lichaam.' Men hing bijna letterlijk aan zijn lippen. Feliciano voelde zich in zijn element. Eindelijk wat waardering voor zijn talenten. Hij vervolgde daarom met plezier zijn monoloog.

'Laat ik dit wat vertalen, zodat iedereen begrijp wat ik bedoel. Het lichaam voelt door dat specifieke sein die het printje doorgeeft dat het zich in een gevaarsituatie bevindt. Dit resulteert in een logische reactie, namelijk het ontvluchten van de gevaarzone. Maar eigenlijk is dat ook niet nieuws. Het klinkt misschien allemaal wel geleerd, maar het is enerzijds wetenschappelijk onderbouwd en het is ons eerder in lekentaal die iedereen begrijpt, verteld via de media. Ik heb trouwens deze gegevens uit informatie gehaald die op het internet beschikbaar is, info die de overheid bij het begin van de lancering van de chip had vrijgegeven. Dus als jullie daarover nog iets wilt weten, is er genoeg info op diverse sites van de overheid te vinden. Er zijn nog te veel elementen op de chip die mij niet vertrouwd zijn en als zij onder andere pulsen naar onze hersenen kunnen sturen kan ik via deductie besluiten dat als de overheid het wil, ons kan besturen als robotjes. Helaas beste vrienden vrees ik dat mijn vermoeden daaromtrent maar al te waar is!'

copyright Rudi J.P. Lejaeghere
24/04/2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen