zaterdag 6 juni 2015

Requiem: Hoofdstuk 23 (2e deel)















..........          


           Plots scheen Gekko nog een inval te hebben en reed zijn rolstoel een eindje verder naar een andere console. ‘Et voilà, messieurs et madame!’. We keken allemaal naar het scherm waar hij op duidde met zijn theatrale Franse uitdrukking. Eagle Eye dacht soms dat men hem als een buitenbeentje beschouwde maar die Gerekko Dai was toch een heel geval apart. Het gebeurde vaak dat Eagle Eye, wanneer hij in zichzelf aan het praten was, dat automatisch deed in zijn moedertaal. Maar die vreemde Japanner begon nu in het Frans te spreken. Frans was voor Jérome zijn tweede landstaal en daarom kon hij niet laten even in zijn vuist te lachen om de eigenaardige uitspraak van Yukiko’s vriend.
            ‘Ik dacht zo, gezien het feit dat er in de stick een zendertje was verborgen, het de bedoeling was om Stephen sowieso af te luisteren. Het is een zender met een beperkt bereik, dus de luistervink met het ontvangertje, waarschijnlijk ingebouwd in een oortje, net zo een zoals ik jullie al heb gegeven, moet zich in de omgeving van Stephen hebben bevonden. Dus laten we onze straatcamera’s en hun opgenomen beelden even bekijken.’ Gekko straalde weer, tevreden om zijn deductievermogen en omdat hij ons weer te vlug af was met zijn idee. Misschien dat wij daar vroeg of laat ook nog zouden aan denken maar Gekko was graag de eerste en hij had de middelen en de kennis om dat wat hij beweerde op zijn consoles tevoorschijn te toveren én te bewijzen.
            Na een aantal bezwerende bewegingen over zijn touchscreens en af en toe een onherkenbaar deuntje die zijn zoektocht begeleidde zagen we de straat waar de Sutimoto Bank & Insurance Company zich bevond. Gekko switchte een aantal keer tussen een aantal camera’s terwijl hij inzoomde op beelden en dan weer uitzoomde om het zelfde proces met een andere invalshoek te herhalen.
            ‘Hai!! Ik heb hem!’ We reageerden allen zo onverwacht dat Ji en ik onze hoofden tegen elkaar stootten om het beeld te bekijken waar Gekko met zijn hand naar wees. Maar daar we allebei koppig waren en over een hard hoofd beschikten bleef het bij een pijnlijke grimas. Even wrijven over de zere plek en we waren weer geconcentreerd op wat Gekko ons toonde. We bemerkten dat in een donker portaal aan de overkant van de bank een man in een lange donkere regenjas stond en vergaten direct onze pijn. De bovenkant van zijn lichaam was in duisternis verhuld maar we konden zijn handen zien en zijn onderlichaam. Was dit genoeg? Waarschijnlijk niet, maar we waren als kinderen zo blij en de high five die Eagle Eye en Ji deden was er het bewijs van. Ik speurde het scherm af en bemerkte direct iets die mij heel vreemd overkwam. De man in het portaal was geen Japanner of Chinees. Iets ertussenin, zijn huid was niet aardappelbruin zoals de meeste Japanners het zelf ook uitdrukten als ze bij zo’n vraag hun huidskleur moesten beschrijven en de gelige Chinese huidskleur was het ook niet. Iets ertussenin, iets gemengds. Het zou ook een Europeaan kunnen zijn met Oosterse roots. Ik vertelde mijn bevindingen aan mijn vrienden.
            ‘Kijk, nu haalt hij iets uit zijn jas. Zet het beeld even vast, Gekko,’ vroeg Eagle Eye.
Er werd ingezoomd en inderdaad nam hij iets uit zijn vestzak. Gerekko zoomde nog wat nader in en we zagen dat het voorwerp in zijn hand…het zakje van op de film was. De afluisteraar stak er zijn hand in en haalde er iets uit en bracht het naar boven, waarschijnlijk naar zijn mond.
            ‘Even terugdraaien…,’ en Gekko voegde de woord bij de daad, ‘ en nu even stilzetten, daarbij wat inzoomen en wat is het dat onze vriend daar aan het nuttigen is?’ 
            ‘Japanse walnoot,’ klonk het ten minste uit drie monden. Zowel Ji, Gekko als ikzelf hadden het herkend.
‘Dat weten we nu toch ook al weer. Mijnheer eet graag zijn nootje als hij mensen afluistert,’ klonk het wat sarcastisch uit de mond van Stephen.
            ‘Beter dan niets, Stephen. Laat ons afwachten wat hij verder doet. Misschien kan Gekko ook straks opzoeken wat een soort regenjas, broek en schoenen hij aanheeft. Kan dat,’ vroeg ik aarzelend aan hem. De blik die ik kreeg toegeworpen snoerde me de mond. Gekko haalde altijd het onderste uit de kan, het was een overbodige vraag geweest.
            De man nam af en toe een nootje uit het zakje en dat was alles. We bekeken beeld per beeld en zonder door te spoelen maar op het moment nadat Stephen de bank had verlaten, wat we ook via een ander scherm konden volgen, zagen we de persoon het portaal verlaten. Een regenkap verhulde zijn gezicht, maar de tred verraadde hem. Het was dezelfde persoon die we op de beelden die Eagle Eye ons had getoond van de ontvoering van Myo en Dakai. De persoon ik kwestie moest goed ingelicht zijn, was zich bewust geweest van de camera’s en de mogelijkheid tot identificatie. Misschien dat Gekko er nog iets meer uit kon lospeuteren.
            ‘Laten we voor alle zekerheid eens de beelden van de beurt van de Oji bekijken. Ik zie dat hij Stephen is gevolgd. Dus waarschijnlijk moet hij jullie daar ook afgeluisterd hebben.’
            Ik hoorde de tanden van Stephen knarsen van woedde en onmacht. Zo dichtbij en ons weer ontsnapt. De moordenaar was als een spook, bijna onzichtbaar en ongrijpbaar.
            Terug werden camera’s gehackt en beelden gecheckt maar in geen enkel portaal of donkere hoek was onze nootjes etende moordenaar te bekennen. ‘Hij kan ook ergens binnen gezeten hebben, maar het is een speld in een hooiberg zoeken en daar hij zich bewust is van de stedelijke surveillancemiddelen zal hij wel zijn voorzorgen hebben genomen. Maar ik zoek verder,’ zei Gekko vastberaden.
            Ikzelf wist als ik hem zou tegenkomen dat ik hem zou herkennen enkel al aan zijn manier van bewegen. Bij twee gelegenheden had ik onze stalker nu al zijn bewegingen op beeldmateriaal kunnen bestuderen. Iedere mens heeft een andere manier van stappen, zijn houding en de synchrone handeling met de armen als hij loopt of wandelt. Sommige leken dan misschien goed op elkaar maar toch was er dat kleine minieme verschil, het doordrukken van de linker- of rechtervoet of een ingehouden of juist uitwaaierende zwaai van de armen. In de Kami Akai werden we daarop geoefend. Ji Lang zou hem zo ook uit een massa mensen kunnen halen. Dat was een klein maar hoopvol begin. Hij begon fouten te maken en hij wist niet dat wij daarvan op de hoogte waren. Dat was een klein voordeel dat wij hadden op hem.
            Nadat ik dat ook aan Stephen en Eagle Eye vertelde, zag ik plots nog iets. ‘Weet je, ik zie het nu pas op het beeld, zoom nog eens wat in op die noot’ sprak ik nadat iedereen een poos in zijn eigen gedachten verzonken naar het bevroren beeld van de nootjes etende moordenaar aan het kijken was. ‘Ja, inderdaad, ik heb het juist opgemerkt. Die nootjes die hij eet, dat zijn een speciaal soort Japanse walnoten. Men noemt het ook ‘Hartnoot’ vanwege hun vorm. De Latijnse naam is Juglans Ailantifolia voor de geïnteresseerden onder jullie. Een heel lekkere zoete noot, kan ik uit eigen ervaring getuigen en ten sterkste aanbevelen. Mijn vader, Arturo Mitsukai at ze ook graag omdat ze niet de bittere nasmaak hadden van andere soorten walnoten en hij had ze zelfs in zijn tuin staan. Hij heeft er mij dikwijls op gewezen en over verteld. Het is ook door hem dat ik de Latijnse naam ken. Kunnen heel grote bomen worden, zo’n twintig, zelf dertig meter hoog.’ Dat onze moordenaar dat ook zo graag mocht eten vond ik geen prettig idee. Maar laat ik eerlijk zijn, noten eten is nog geen moord plegen.
            ‘Zie je, zo geraken we ergens,’ voegde Eagle Eye er bemoedigend aan toe, ‘we zijn begonnen met niets en nu weten we al dat hij een litteken in de nek heeft, dat hij een heel specifieke manier van bewegen heeft, dat hij graag Japanse walnootjes heeft. Dat hij noch Chinees, noch Japans is. Straks kennen we zijn naam en adres. Dan kunnen we hem bij zijn lurven pakken.’
Dat vond iedereen nu wel iets te optimistisch maar de brede lach van Eagle Eye kon niemand weerstaan en we voelden de atmosfeer omslaan. We hadden weer wat hoop. We zagen een klein beetje licht in de donkere tunnel waar we de laatste tijd in ronddoolden. Gekko maakte voor alle veiligheid een kopie van de inhoud van de videostick en sloeg die gegevens op verschillende plaatsen op. Hij verwijderde met een pincet het minuscule zendertje uit de gedemonteerde stick en vernietigde het kleinood, nauwelijks een paar millimeter groot door met zijn rolstoel erover te rijden, waarna hij de stick terug in elkaar monteerde en hem aan Stephen teruggaf.
 Als Gekko hier en daar nog wat gegevens kon lospeuteren uit het beeldmateriaal of uit het bekijken van de camerabeelden bij de bank of het Oji, wie weet, had Eagle Eye wel een punt. Misschien stonden we straks onverwachts op de stoep van de moordenaar en dan…?



copyright Rudi J.P. Lejaeghere

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen