donderdag 20 augustus 2015

Requiem: Hoofdstuk 28 (1e deel)








28



            Ik had Stephen een rondleiding in mijn appartement gegeven. Gelukkig had de logeerkamer een aparte, wel wat kleinere badkamer, zodanig dat we zonder elkaar te storen de nacht konden doorbrengen. We namen nog een slaapmutsje vooraleer we onder de wol gingen.
            ‘Bedankt Yu, ik waardeer het echt dat ik hier bij jou mag overnachten.’ Het klonk vermoeid maar gemeend uit de mond van Stephen. ‘Het is de laatste dagen qua emoties wat veel geweest en…nou ja, ik zou me niet op mijn gemak gevoeld hebben in het Oji. Alleen al met die waarschuwingen aan mijn adres.’ Hij zuchtte even, ‘ik ben niet bang aangelegd en kan mijn mannetje wel staan, maar we hebben hier niet te maken met een of andere herrieschopper die ik met een paar rake meppen tot andere gedachten kan brengen. Een moordenaar met een spoor van bloed op zijn hielen lijkt voor mij iets te hoog gegrepen. Ik heb trouwens gehoord van Eagle Eye dat jij en Ji allebei Rode Cirkels zijn in de Kami Akai. Dus ik denk dat de keuze dan rap gemaakt is.’
            Ik dacht aan de nacht dat ik overvallen was. Mijn kennis van de Kami Akai had mij niet geholpen. Ondertussen had Gekko ervoor gezorgd dat mijn veiligheidssysteem vervangen was door wat meer gesofisticeerde technologie. Dus daar moest ik mij dan ook geen zorgen meer over maken. Terwijl we van ons drankje nipten, vertelde ik hem over mijn ouders Arturo en Sachiko. Hoe ik mij had gevoeld op het moment dat ze mij waren ontvallen. Over de leuke dingen die we samen hadden beleefd. Over hun passies. Het verwonderde mij ten zeerste dat ik mij zo gemakkelijk tegenover Stephen openstelde. Dat was niet mijn gewoonte. Hoe lang kende ik hem pas? Toch viel het mij niet moeilijk om over vertrouwelijke onderwerpen met Stephen te spreken.
            Stephen ontspande zich blijkbaar. Het waren voor hen allemaal, ook voor Ji en Eagle Eye, stresserende dagen geweest. ‘Nog eentje om het af te leren,’ vroeg ik aan Stephen. Hij lachte. Het was een vriendelijke glimlach die niet alleen op zijn mond te lezen was maar ook in zijn bruine ogen. Ik raakte per toeval zijn hand aan toen hij zijn lege glas aanreikte en een seconde langer dan bedoeld bleven we zo staan. ‘Dank je,’ redde hij me, ‘nog eentje en dan hoop ik dat ik je niet wakker hou met mijn gesnurk.’
Ik lachte op mijn beurt, ‘wie weet kunnen we er een symfonie van maken.’ Dat kwam er nu weer niet uit zoals ik bedoeld had en ik werd rood tot over mijn oren. Als Japanner heb je natuurlijk het nadeel dat je gauw gaat blozen en dat je niet zo goed tegen alcohol kan. Dat besefte ik nu plots weer. Ik had omdat ik mij daarover als tiener schaamde, ergens gelezen dat dit te maken had met een variatie in het ADH2- en het ALDH2-gen bij Aziaten wat maakte dat een glaasje alcohol sneller werkte en trager werd afgebroken. Pech voor ons en helaas had ik dit reeds een aantal maal aan de lijve ondervonden. Maar Stephen March was een heer en deed of zijn neus bloedde en keek benieuwd rond.
            ‘Je bent niet voor de Japanse stijl van inrichting of is het specifiek een keuze die je gemaakt hebt,’ vroeg hij me.
            ‘De Japanse stijl is me de paplepel ingegeven of hoe drukken jullie dat uit? Mijn ouders waren heel traditioneel en zoals elke tiener heb ik op een bepaald moment een fase doorlopen van opstandigheid en een zoeken naar een eigen stijl, een eigen gezicht. Dit appartement, eerder modern ingericht is er het resultaat van. Maar ik moet zeggen dat ik met ouder worden me weer meer thuis begin te voelen in een Japans interieur. Ik zal je een dezer dagen eens meenemen naar mijn ouderlijk huis. Het is er leeg zonder hen en toch voel ik ze dichter bij mij als ik er ben. Ik zie ze in zoveel voorwerpen, in verschillende zaken die we te samen hebben aangeschaft. Soms doet het nog echt pijn, maar ik heb zoveel goede herinneringen dat er binnen in mij een zekere balans is bereikt, alhoewel er in een klein hoekje een stuk Yukiko zit die nog steeds héél boos is om wat er gebeurd is.’
            Stephen knikte. ‘Ik begrijp je volledig. Je mag je niet laten verteren door woede of vergelding. Dat kan nooit goed zijn. Maar als je het zijn plaats kan geven en als het moment er aan komt dan zal je zeker die woede moeten ventileren zonder mentaal gekwetst te raken’.
            ‘Hei, meneer de filosoof, waar heb jij al die diepzinnigheden opgedaan?’
            ‘Je mag niet vergeten dat Suzy en mijn stiefmoeder mij ook een aantal zaken hebben geleerd, waarvoor ik hen nog altijd dankbaar ben. Ik zoek ook zo’n plaats waar ik mijn woede kan wegstoppen tot het gepaste moment daar is om die op de juiste manier aan te spreken. Vergeving is een mooi woord, maar voor moordenaars…? Ik heb het daar moeilijk mee, misschien is dat te wijten aan mijn Westerse opvoeding of herkomst, ik weet het niet? Maar wat ik wel honderd procent zeker weet,’ en hij verborg een geeuw achter zijn hand,’ is dat als wij nu niet gaan slapen, we morgen niet fit zullen zijn.’ Ons glas was ondertussen leeg en ik toonde Stephen zijn slaapkamer en we wensten elkaar wat onwennig wel te rusten.
            Ik was benieuwd of hij een pyjama droeg in bed en de gedachte alleen al deed mijn gezicht weer rood gloeien. Het werd dringend tijd voor een koude douche! ‘Foei, Yukiko,’ zei ik tegen mijn spiegelbeeld in de badkamer.




……..




            Ji Lang en Eagle Eye waren beiden het ‘Chashitsu Tuyan’ binnengetrokken zoals ze de dag voordien bij Gekko hadden afgesproken. Chashitsu Tuyan was het theehuis waar Gekko hun stalker had kunnen lokaliseren. Om niet uit de toon te vallen bestelde ze voor beiden een kyûsu sencha-thee. De eigenaar had Eagle Eye met een wantrouwig oog bekeken toen ze de zaak binnengingen. Hun fake papieren die Gekko had geprepareerd en die ze aan de eigenaar hadden laten zien, deden zijn belangstelling gauw verminderen. Eagle Eye die toonde niettemin dat hij vertrouwd was met de Japanse traditie en veroverde met zijn natuurlijke charme en brede lach direct de jongedame die het theepotje voor hen opdiende.
            ‘Ohayou gozaimasu, gokigen ikaga desu ka, goede morgen, hoe gaat het?’ groette hij de dame.
‘Genki desu, arigatou gozaimasu, goed dank u’ antwoordde ze met een kleine hoofdknik. Ze was gekleed in de traditionele kimono en het schoeisel dat ze droeg waren zori of de Japanse slippers in kunststof nu dat de geta, het traditioneel Japans schoeisel, enkel nog maar door geisha’s gedragen werd. Heden ten dage kwam dit zelf niet zoveel meer voor. De kimono zou wel uit polyester zijn, een goedkopere soort, want zijden kimono’s kostten heden ten dage duizenden euro’s. Bij heel plechtige gelegenheden en feesten zag men de oudere generatie die wel nog eens bovenhalen. In het begin van de 21e eeuw was deze gewoonte wat verdwenen maar na de Grote Oorlog was er bij een deel van de bevolking, misschien als reactie op de Westerse invloed, een tegenbeweging gekomen die dit gebruik weer promootte. Een terugkeer naar oudere tradities als bezwering tegen de gevolgen die de gemoderniseerde wereld over zich had geroepen.
Deze vrouwelijke bediende moest waarschijnlijk hier voor haar beroep wel de traditionele kledingsstukken dragen. De kimono die met de Nagoya obi voor gewonere gelegenheden en met de Fukuro obi voor meer officiële gelegenheden, een soort brede ceintuur zo vastgemaakt werd dat eerst de rechterzijde van de kimono over het lichaam werd gedrapeerd en dan de linkerzijde van de kimono erover plooide, was een typisch Japans ceremonieel kledingstuk. De obi werd achteraan geknoopt in verschillende vormen naargelang de gelegenheid. Sommige knopen waren werkelijke kunststukken. Een paar kleinere centuren zoals de obi-age en de obi-jime hielden de bredere obi op zijn plaats en werden vooraan ook op een kunstzinnige manier geknoopt. De bediende was een mooi plaatje om te zien en zorgde dat eventuele bezoekers direct in de sfeer van het theehuis gedompeld werden .
            Ji toonde nogmaals zijn nepidentificatie van de Veiligheidsdienst en informeerde bij de vrouw of hij haar iets mocht vragen. ‘Ik passeerde deze week hier langs het Chashitsu Tuyan en ik meende een oude tomadachi, een oude vriend te herkennen aan een tafeltje.’ Hij wees op het tafeltje in kwestie.  ‘Ik kan me zijn naam niet herinneren, want het is al een hele tijd geleden dat we elkaar gezien hebben, maar ik ben zeker dat hij het was. Ik was nogal gehaast wegens een afspraak, anders was ik zeker binnengekomen. Bij mijn terugkomst was hij echter verdwenen. Hij houdt vooral van gyokuro-thee en eet graag nootjes, hartnoot in bijzonder. Zegt het u iets?’
De jongedame legde uit dat haar collega de vorige dagen had opgediend en nu een aantal dagen in verlof was, maar dat zij het zeker aan haar zou vragen bij haar terugkomst. Als de heren de volgende week het Chashitsu Tuyan met nog een bezoekje vereerden zou ze zeker het antwoord  voor hen klaar hebben. ‘Mata itsuka oaishitai desu, ik hoop dat we elkaar nog eens weerzien,’ zei ze met een lichte glimlach.

            Zonder hun teleurstelling te tonen bedankten ze haar. Met een traditionele groet verwijderde de dame zich en Ji en Eagle Eye dronken verder van hun thee. Je kon natuurlijk niet altijd direct scoren maar ze hadden toch dringend eens wat geluk nodig. Een meevaller zou leuk meegenomen zijn. Toch zouden ze moeten wachten, misschien had Gekko meer geluk met zijn onderzoek naar de gemeenschappelijke kenmerken in al die moordzaken die nu al gepleegd waren. Zou hij meer kunnen zien dan de Veiligheidsdienst of waren zij al iemand op het spoor maar hadden ze nog niets laten weten aan de bevolking om het onderzoek niet in gevaar te brengen? Het waren allemaal mogelijkheden die meespeelden en die het hun niet gemakkelijker maakte.

....

copyright Rudi J.P. Lejaeghere

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen