vrijdag 18 december 2015

Requiem: Hoofdstuk 37 (2e deel)














……..



            Het zweet liep me over het voorhoofd. Ik had dan weliswaar geen groene vingers maar ik had wel handen die ik uit de mouwen kon steken. De hoeveelste kruiwagen ik al uit de serre had gevoerd en op de composthoop had uit gekieperd, wist ik niet. Het moesten er al vele zijn. Mijn spieren deden pijn en mijn rug roerde zich ook al. Niet gewoon om te werken meisje, dacht ik bij mezelf. Je bent echt een watje, dacht ik ook nog!
            Eigenlijk voelde ik me al bij al goed. Het was een fijne gewaarwording iets te doen. Iets men mijn eigen handen te verwezenlijken. Misschien was het daarbij ook een symbolische daad. Ik maakte schoon schip in mijn hoofd en in de serre. Men zou me voor gek verklaren als ik mijn gevoelens zou uitspreken, maar ik voelde dat mijn ouders meekeken. Ze zouden het welletjes gevonden hebben dat ik zolang hun planten en bloemen waar zij zoveel tijd hadden ingestoken, had laten verkommeren. Ik had mij schuldig gevoeld, maar vandaag was het een soort verlossing en daarom wierp ik mij er voor honderd procent tegenaan. Al deed het pijn, het voelde verschrikkelijk goed!
            Mijn gedachten sprongen heen en weer tussen herinneringen aan mijn ouders en mijn recentere belevenissen met Stephen. Zou hij slagen in hetgeen hij van plan was? Een diplomaat had vele connecties en kon aan vele touwtjes trekken. Relaties die hij gedurende zijn loopbaan had opgebouwd en mensen die hem iets schuldig waren. Maar in een potje roeren die al van op een afstand stonk, was uitermate gevaarlijk. Het was voldoende om één iemand wakker te maken die aan de verkeerde kant stond en het zou voor Stephen verkeerd kunnen aflopen. Neen, geen negatieve gedachtes, Stephen zou de taak klaren als het enigszins mogelijk was. Ik had het volste vertrouwen in hem.
            Van de serre zou ik terug iets maken waar mijn ouders trots op zouden zijn. Eerst wilde ik beginnen met een deftige schoonmaak en dan zorgen voor nieuwe plantaarde en de nodige meststoffen. Mijn vader had ook een soort logboek waarin hij vele zaken in neerschreef. Handige tips voor het kweken van die of die bloem. Ik moest dat boek vinden! Het zou mijn handleiding zijn om er weer iets moois van te maken en het te doen op de manier zoals het voorheen gebeurde door de handen van mijn vader.
            Zou ik Stephen vanavond opbellen? Het was een non-stopvlucht en duurde ongeveer dertien uur. Normaal gezien was hij nog voor de middag vertrokken, dus zou nog voor middernacht in New York zijn. Hij zou wel moe zijn, misschien wat jetlag, misschien was het beter dat ik wachtte tot hij uitgerust was. Hij zou eerst wat contacten in New York aanspreken over die senatorhistorie en proberen uit te vissen over wie die Jack Sterlington het had. Dan zou hij naar Detroit reizen en kijken of hij met zijn referenties aan het kluisje van Jack kon geraken. Hoe hij dat zou klaarspelen was voor mij ook een raadsel?
            Mijn eerste taak na het uitmesten van de serre zouden de ramen zijn. Mijn vader had mij ooit verteld dat de ramen zuiver moesten zijn en vrij van schimmels. Daarvoor had hij een middel dat verneveld werd zowel buiten als binnen op het glas van de serre. Dat moest dan een aantal dagen intrekken. Omdat dit product nogal agressief was als reinigingsmiddel, gebruikte het men best als  de serre leeg was. Het kon dus geen beter moment zijn om dit nu te doen. Op de bijsluiter las ik trouwens dat het tevens de schimmels doodde die in alle hoekjes en kantjes tijdens het jaar waren gevormd. Ik veronderstelde dat gezien mijn inactiviteit in deze branche dit wel nodig zou zijn!
            Vader Arturo had verteld dat er drie belangrijke punten waren die men goed in het oog moest houden in een serre. Eerst en vooral de ph-waarde van de grond, het humusgehalte en de bijmesting. Dat zat er nog wel ingebakken maar de juiste getallen en de verhoudingen zou ik toch maar best even opzoeken en zelf misschien wat raad vragen in de winkels waar ik deze benodigdheden zou kopen. Misschien lagen er nog restjes in het bijgebouwtje en kon ik de merken opschrijven. Ik besefte dat ik, niettegenstaande een grote bewonderaar was van de creaties op dit gebied, daar zelf niet veel kaas van had gegeten. Maar het zou me wel lukken, mijn vader had ook ooit alles moeten leren. Voor alles is een begin.
            Na een tijdje kon ik wel een pauze gebruiken en besloot om wat te verpozen met een kopje thee. De jasmijnthee van mijn moeder stond nog altijd op zijn vaste plaats. Ik besefte dat ik bezig was met mijn eigen soort ceremonieën, oude gebruiken die ik me eigen maakte. Ik liep letterlijk en figuurlijk in de voetsporen van mijn ouders. Na een tijdje geurde het naar jasmijn in de keuken en ik dacht automatisch aan mijn moeder. Sachiko Matai was een zachte en opgewekte vrouw geweest. “Sachiko” wat trouwens geluk of gezegend kind betekende was een gepaste naam voor mijn ma. Ik had haar nooit haar stem horen verheffen en ze hield verschrikkelijk veel van mijn vader. Ik miste haar, het was een stuk die men uit mijn leven had gerukt en die nooit meer ingevuld zou raken.
            In de keuken had zij altijd haar stempel gedrukt. Sachiko was een goede kokkin en had gedurende haar vele levensjaren zich daarin beetje per beetje nog meer bekwaamd. Ik herinnerde me de vele uitzonderlijke gerechten die zij hier had klaargemaakt. Japanners probeerden van ieder eetmaal iets speciaals te maken en ook aan te passen aan het seizoen. Dit wortelde in hun bijzondere band met de natuur en de seizoenswisselingen. Naast de typische gerechten als sushi, had ik hier ook sashimi gegeten met de verste en fijnste vis en schelpdieren. Ook langoest en Sint-Jakobsvruchten gegrild in de schil van cederappel stonden op Sachiko’s lijstje van geliefde gerechten. Mijn favoriet was een flan van lauwe oesters met King Crab en heerlijk ruikende paddenstoelen. Mijn vader had het nogal voor de ingewanden van de pijlinktvis die zij af en toe klaarmaakte maar dat gerecht kon mij minder bekoren. Het is nu eenmaal zo, dat over smaken en kleuren je moeilijk kan discussiëren. ‘De gustibus et coloribus non est disputandum’. Het was een Latijnse spreuk die ik ooit eens had gelezen en die hier meer dan anders waarheid bevatte.
            Mijn moeder had een keuken waar men zoveel dingen terugvond die men gebruikte in de Japanse kookkunst. De Japanse gekookte rijst, de gohan of de meshi die de geest van Japan vertegenwoordigde, mocht natuurlijk niet ontbreken in de landelijke keuken, maar ook sojasaus en mirin, een soort sake maar minder sterk van alcohol was van de partij. Wasabi, de Japanse specerij die wat op mierikswortel lijkt en tofu en nori respectievelijk gemaakt van sojabonen en vellen zeewier kon je hier ook terugvinden. De gari, een soort ingemaakte gember moest men in de gerechten met mate gebruiken, gezien de sterke smaak. Dit had ik allemaal geleerd van mijn ma.  Soms mocht ik mijn moeder helpen maar meestal was het haar privédomein waar ze met zachte hand de plak zwaaide en me met vriendelijke maar onverbiddelijke gebaren de keuken uit weerde. Ik was nu eenmaal geen kokkin zoals Sachiko ooit was geweest, maar ik nam me voor om op zijn minst eens een van haar gerechten proberen te maken voor Stephen. Er was nog zoveel dat ik hem te vertellen had, zoveel dat ik met hem wou delen.
            Het was vreemd maar steeds kwam ik weer uit bij Stephen. Misschien zou ik even stout zijn en Gekko laten kijken via de satelliet waar Stephen zich juist bevond. Neen, dat zou hij absoluut niet kunnen waarderen. Trouwens waarom deden we nu al die moeite? Het was om die verregaande inbreuk op de privacy tegen te gaan. George Orwell met zijn boek ‘1984’ uit de 20e eeuw was een visionair geweest. Hij had niet kunnen vermoeden dat nu we nu in 2112, meer dan een eeuw later op een punt stonden die zijn visie ruim zou overschrijden. Deze keer was het geen fictie.
            Mijn pauze zat er bijna op. Ik had me zelf een uurtje gegeven om wat te bekomen en weer met nieuwe moed aan te vallen op de serre. Ik dronk het laatste slokje jasmijnthee op en trok weer naar buiten met vernieuwde moed. Gesterkt door de kracht van het verleden en de positieve gedachten die door mijn hoofd vloeiden, ging ik er weer tegenaan. Ik zou niet alleen hun respect verdienen maar ze zouden ook trots op me zijn als ik hier gedaan had wat ik van plan was!

copyright Rudi J.P. Lejaeghere



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen