zondag 7 februari 2016

Requiem: Hoofdstuk 40 (1e deel)









40



            Toen het licht weer aanging op het moment dat hij aan het indoezelen was, schrok hij en voelde zich nog meer gedesoriënteerd dan de eerste keer toen dit gebeurde. Het scheelde niet veel of Stephen begon te hyperventileren. Hij schudde zijn hoofd. Gelukkig was zijn hoofdpijn heel wat minder. Hij probeerde zijn adem onder controle te houden en op de juiste manier te ademen. Gauw voelde hij de druk op zijn borst wegtrekken. Maar als die gek iedere keer het licht aan en uit deed…de reden daarvan nam een vorm aan. Men wou hem vermoeien, afmatten. Telkens wanneer hij bijna sliep het licht aan doen was een martelmethode, een uitputtingsslag voor het lichaam van het slachtoffer in kwestie.
            ‘Lafaard! Vuile smerige moordenaar, kom te voorschijn en toon je een man in plaats van je te verschuilen achter muren. Je bent bang van je eigen schaduw. Dood me dan, ik ben niet bang om te sterven, je hebt me al alles afgenomen, waar wacht je op?’ Stephens hoofd was rood van woede. Hij was nu meer dan ooit zijn bijnaam Furious waardig. Het weinige vocht dat hij nog in zijn mond over had, vloog in witte vlokken met zijn woorden mee. Zijn angst werd weggeduwd door een woede die uit hem opborrelde al een bron die onverwacht aangeboord werd.
            Toen ging de deur in de muur open en kwam Michael binnen. Stephens stem stokte toen hij de man zag binnenkomen. Hoe was het mogelijk dat zo iemand al die moorden had gepleegd. Het was inderdaad een Euraziaat en deze keer had hij geen spookachtig doek over zich gedrapeerd zoals bij de moord op Suzy. Hij was ongeveer één meter tachtig groot, wat nogal lang was voor een Euraziaat. Een pezig uiterlijk, waarschijnlijk geen grammetje vet teveel en spieren die er staalhard uit zagen, te zien naar het nauwe vest dat hij droeg en zijn gespierde bovenlichaam accentueerde. Het enige dat Stephen zo frappant vond aan hem waren zijn ogen. Die waren zo fel en op hem gericht dat de angst die hij zopas ontkend had duidelijk voelde in het stijgend ritme van het kloppen van zijn hart. Het waren ogen waarin waanzin blonk. Zijn blik ging daarna werktuiglijk naar de handen van Michael. Hij had een soort van gummistok vast. Hij zou nu nog niet sterven, dacht Stephen. Als Michael integendeel zijn Nihonto meegebracht had, zou het andere koek  geweest zijn. Stephen zette zich krap op wat zou komen.
            ‘Wat heb ik je in hemelsnaam misdaan? Wat heeft mijn zus Suzy je misdaan en de ouders van Yukiko Mitsukai? Waarom heb je hen vermoord? Geef me, als je me dan toch doodt, tenminste de waarheid mee. Geef me die genade en laat me weten waarom ik moet sterven.’
            Michael wandelde door de kamer, ijsberen was eigenlijk een beter woord. Van links naar rechts, van rechts naar links. De stok in zijn handen maakte verschillende ingewikkelde bewegingen. De man was aan het showen. In hemelsnaam, hij was met zijn gevechtstechniek aan het pronken. Stephen had de beweging nauwelijks kunnen volgen, maar hij voelde bijna de pijn tegelijkertijd met het besef dat Michael in een flits had toegeslagen en zijn arm een harde slag had toegediend. De pijn straalde door gans zijn arm tot in de toppen van zijn vingers.
            ‘De Witte Engel heeft mij opgedragen dat jij moet sterven. De Witte Engel is alles voor mij. Ik ben maar haar dienaar, haar wrekende hand. Ik doe wat ze zegt en ze zegt: Stephen March moet sterven!’ Terwijl hij nog sprak, draaide hij zich in een vliegensvlugge beweging naar Stephen toe en gaf hem een reeks slagen links en rechts op zijn lichaam die heel hard aankwamen. Stephen kreunde van de pijn. Zijn wonden van de metro waren nog niet helemaal genezen en hij kreeg terug een pak slag om u tegen te zeggen, je zou voor minder kreunen.
            ‘Stephen March moet sterven zegt de Witte Engel. Maar ze heeft niet gezegd op welke manier. Daar kan ik zelf in kiezen. Je zal een langzame dood sterven en ik zal er uitermate plezier aan beleven.’
            Stephen probeerde het nog eens, nadat hij met moeite de pijn verbeet van de laatste slagen. ‘Maar waarom juist, geeft ze je dat gezegd, waarom ik juist?’      
            ‘Je bent een gevaar. Je bent de zoon van Thomas March en Kathy Chang. Ze zegt dat het allemaal begonnen is met Thomas March, dat kan ik je wel zeggen. Ik zal je een geheim vertellen, ik wist niet of ik het jou zeggen. Maar je hebt gelijk dat een ter dood veroordeelde het recht op de waarheid heeft. Thomas March heeft de Witte Engel bedreigd. Dat had hij niet moeten doen. Hij bedreigde haar geheimen openbaar te maken en daarom moest hij sterven. Zijn dood moest op een ongeluk gelijken, dat was de enige voorwaarde. Jammer, ik had het graag anders gezien, die keer kon ik mijn Nihonto niet gebruiken,’ grijnsde Michael als een gestoorde.
            Als Stephen nu niet vastgebonden was, had hij hem aangevlogen zonder rekening te houden met de consequenties. Die man had zijn vader en stiefmoeder vermoord en kwam er hier zomaar voor uit.‘Wat heeft mijn vader met dit alles te maken, welke geheimen? Wie is de Witte Engel?’
            Als antwoord kreeg hij nog voor hij was uitgesproken een reeks slagen op zijn armen en benen, zodanig hard dat hij het uitschreeuwde van de pijn. Zijn lichaam zou straks een landkaart van blauwe plekken zijn.
            ‘Je vraagt te veel in één keer, Stephen March. Ik heb je tot nu toe de waarheid verteld, zoals ik hem ken. Ik lieg niet. Wees geduldig, misschien vertel ik je nog wat…als je de pijn verder kan verdragen.’
            Hij maakte even de ketting los aan de haak van de muur en Stephen viel op zijn knieën.
            ‘Drink!’ Een kort bevel, maar een waar Stephen, niettegenstaande de pijn die uit al zijn ledematen straalde, graag op in ging. Het bakje die voor hem stond kwam nu in zijn bereik en met enkele slokken had hij het volledig uitgedronken. Michael maakte de ketting terug vast en zette het bakje terug voor hem en vulde het terug met water uit een plasticflesje dat hij bij zich had en verliet daarop de kamer.
            Na een vijftal minuten ging het licht terug uit. Het zoemen van de generator stopte; Toen was Stephen alleen in het donker met zijn gedachten en werd met zijn pijn achtergelaten. Hoe zou hij dit moeten aanpakken? Die waanzinnige zou hem verder martelen en hem beetje bij beetje vermoorden en hem tegelijkertijd wat stukjes van de waarheid voeren als een de spreekwoordelijke wortel die men voor een ezel hangt. Net zoals hij hem als een wild beest aan een ketting wat water voerde. Stephen vond zichzelf ook een ezel, dat hij niet op tijd gezien had dat het geen gewone taxibot was en dat hij daardoor ontvoerd werd door Michael. Hij voelde zich schuldig dat hun plan in het water viel door zijn onvoorzichtigheid.. Het water zou hem een tijdje langer in leven houden, maar dat was waarschijnlijk juist de bedoeling van Michael. Een tijd waarin hij zijn sadistische lusten zou kunnen botvieren en er nog bevrediging in vond op de koop toe.
            Zou Yu aan hem denken? Misschien had ze hem al proberen op te bellen? Ze hadden beloofd contact te houden, dus vroeg of laat zou ze toch wantrouwig zijn als ze geen antwoord kreeg. Misschien zou ze uit beleefdheid wat wachten om hem te contacteren en in haar gedachten rekening houden met jetlag en het maken van de contacten waarover hij haar gesproken had. Dat zou te laat worden. Michael wou weliswaar hem niet direct doden. Hij kon de gedachte bijna niet verwerken zonder een paniekaanval te krijgen. Hij hoorde zijn tanden klapperen. Was dit van de angst of van de koude? Dat hij bang was, reken maar! Neen, het was ook gevoelig kouder geworden in de ruimte waar Stephen zich bevond. Wat een pervers spelletje speelde die kerel nu weer? Hij probeerde zich Yu voor te stellen in zijn hoofd, enkele en alleen om zijn andere zwarte gedachten te verdringen. Hij zag haar met die eigenwijze manier van kijken en haar zwarte haar, haar Oosterse ogen. Ogen waar hij zoveel positieve dingen in las. Zou hij ooit de kans krijgen om in werkelijkheid nog eens haar lieve hoofd in zijn handen te mogen nemen en haar zachte kleine mond te kussen?



……..

copyright Rudi J.P. Lejaeghere




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen