zondag 14 februari 2016

Requiem: Hoofdstuk 40 (2e deel)













……..




            Op de terugweg van de supermarkt, mijn autobot volgeladen met potgrond, zaden, stekjes en andere agrarisch tuig kreeg ik een berichtje van Eagle Eye. Ik moest direct naar Gekko’s appartement komen. Er waren nieuwe problemen opgedoken, meer zei hij niet en haakte af. Ik dacht direct aan Stephen. Waarom had ik hem niet gebeld? Ik nam in een automatisme mijn mobieltje en belde direct zijn nummer. Het ging over maar weer nam niemand op. De ongerustheid kwam op me af als een niet te ontwijken obstakel. Er was iets en Eagle Eye en de rest wist het al.
            Zonder aarzelen nam ik de automatische besturing over en schoot uit de voorgesorteerde file, kon nog net een aanstormende autobot ontwijken, maar duwde op de snelheidsknop waardoor de autobot als een flits vooruit schoot. Wellicht kreeg ik binnen de paar uur een digitaal bericht binnen met een fikse boete, maar het kon me niet schelen. Ik wilde zo vlug mogelijk weten wat er met Stephen was.
            Toen ik uiteindelijk binnenstormde en Gekko, Eagle Eye en Ji Lang rustig zag keuvelen en zei verrast door mijn wilde entree met open mond me zaten aan te staren, kon ik enkel maar buiten adem stamelen. ‘Stephen…Stephen…?’
            Eagle Eye nam me in zijn grote armen. ‘Kalm maar, meisje. Het is onze andere man uit het Westen, Jack Sterlington die in de penarie zit.’ Hij vertelde me het laatste nieuws. Het verhaal dat Ji Lang van zijn vriend, dokter Saburo Shimazu die Jack de eerste zorgen had toegediend had gehoord. Ja, dat was natuurlijk een probleem die we moesten oplossen. Maar ik voelde me vooral ongerust over het briefje dat Jack de dokter had toegestopt.
            ‘Je zegt toch dat die Jack een waarschuwing doorgaf dat Stephen gevaar liep. Ik weet wel dat we hem hebben zien vertrekken, maar ik heb al twee maal geprobeerd hem op te bellen en hij neemt gewoon niet op. Eagle Eye, dit is niet normaal, het voelt niet goed aan… is hij ginder niet door die senator in moeilijkheden gekomen? Of, of…ik weet het niet, maar ik ben bang dat er iets heel fout is. Ik voel het. Noem het een zesde zintuig, maar iets loopt hier erg verkeerd.’
            Gekko keek me over zijn brilletje met een ernstige blik aan. ‘Yu, je weet dat ik in al dat gedoe van voorgevoelens en zesde of meer zintuigen en zo niet erg geloof, maar je kan gelijk hebben om andere redenen. We zullen dit direct even checken.’ Hij raadpleegde direct zijn computer en vertelde ons dat hij de lijsten van de passagiers aan het checken was van de vlucht die Stephen naar New York had genomen. ‘Ja, hier staat hij, Stephen March zetel 3C eerste klasse. Je moet je dus geen…,’ zijn stem stokte.
            ‘Wat, Gekko? Zeg dan iets, hou ons niet in spanning. Wat zie je?
            Gekko stak zijn hand op en raadpleegde nog even een paar andere gegevens. ‘Stephen stond geboekt voor de vlucht…maar is niet komen opdagen! Ik lees hier een memo van de vluchtleiding dat het vliegtuig nog een tiental minuten is blijven wachten omdat Stephen een belangrijke diplomaat was maar dat hij niet bereikbaar was en dat ze zonder hem zijn vertrokken.’
            Er viel een stilte en ik hoorde mijn eigen hart als een voorhamer in mijn borst slaan. Wat betekende dit? Als hij het vliegtuig niet had gehaald, zou hij ons zeker al hebben gecontacteerd met die info. Neen, er  was iets gebeurd buiten zijn wil om. ‘Gekko, kan je via je computer en de camera’s de route die Stephen gevolgd heeft reconstrueren, of misschien via zijn chip hem lokaliseren?’ Gekko knikte en begon een aantal programma’s te laden en instructies in te geven.
            ‘Ik kan hem niet via zijn chip vinden,’ kwam er nogal heel vlug als antwoord. ‘Even wat anders proberen. Zo,’ zei hij veel vlugger dan ik had verwacht, ‘hier stapt hij in en vertrekt…we springen nu naar een andere camera waar hij zou moeten passeren om naar de luchthaven te zweven…hmm, vreemd, misschien heb ik iets over het hoofd gezien.’ Hij herhaalde nog een aantal maal en ik zag dat hij zich begon te enerveren. Een tic die ik van hem kende, zijn linkerbeen begon op en neer te wippen en dat betekende problemen. ‘Kom, Gekko, wat is er vreemd, vertel het me?’
            ‘De  autobot waarin hij gestapt is om hem naar de luchthaven te vervoeren is niet richting luchthaven gegaan. Ik heb hem hier terug, ja, op weg naar de binnenstad van Sanctuary. Geen probleem, we volgen hem op zijn traject.’ We zagen allemaal de autobot waarin Stephen normaal gezien zou moeten zitten.
            Gekko tikte de ene na de andere code in en we volgend ons doel op het scherm. Plots reed de auto een ondergrondse garage in. Gekko probeerde over te schakelen naar het interne camerasysteem van de garage maar blijkbaar gaf dit problemen. ‘Ik geraak wel binnen, hoe kan dat, dat kan toch niet! Ik heb hier de code van hun systeem, maar het scherm dat ik steeds krijg is van een uur later.’ Gekko controleerde een aantal gegevens. ‘Er is een uur gewist, zonder twijfel. Simpel maar heel doeltreffend.’
            We keken allemaal alsof hij een taal sprak die wij niet verstonden.
            ‘De wisseltruc,’ verklaarde hij zich nader, ‘de oudste truc die er bestaat. De man van de autobot, die naar ik veronderstel Stephen bij zich heeft, stopt in een ondergrondse garage, kent daar iemand of weet zelf hoe hij de camerabanden moet wissen en programmeren. Hij verdwijnt met een ander auto, de camera’s beginnen weer op te nemen maar de eerste autobot staat…hier!’
            Inderdaad zagen we het bewuste vehikel geparkeerd staan. Wat was er gebeurd? ‘Zou dit het werk van Stephen zijn. Is het een voorzorgsmaatregel van hem omdat hij misschien dacht dat hij gevolgd was of is hij…ontvoerd!’ Het was een woord die mij moeilijk over de lippen kwam, maar ik vreesde het ergste, gezien Stephen het vliegtuig niet had genomen.
            Iedereen was stil en keek naar mij. Ik voelde hun blikken branden en ik wist niet hoe ik daarop moest reageren. ‘Gekko, weet jij iets, kunnen we op een andere manier te weten komen waar Stephen zich bevind. Kan je nog eens proberen hem te spotten via zijn chipcode?’
            Gekko moest geen verdere aansporing krijgen, hij was al bezig met de satelliet te hacken en een zoekopdracht in te tikken. Maar ik las samen met mijn vrienden over zijn schouder het antwoord op zijn scherm: ‘Not found!’ Gekko herhaalde verschillende malen dezelfde routine maar het antwoord bleef steeds hetzelfde. ‘Als hij zijn collar aanheeft kunnen we hem sowieso bijna niet opsporen. Het zou op zijn minst een gestoord signaal zijn en nagenoeg onmogelijk om  te volgen.
            Ji had wel een schitterend idee. ‘Je kan toch via de straatcamera’s zien welke auto’s in die tussenperiode, de tijd dus dat het interne systeem van de garage gewist is, de garage verlaten hebben. Hoeveel uitgangen heeft die  garage?’
            Gekko was boos op zichzelf! Dat hij haar niet direct aan had gedacht. Maar hij liet zijn ijdelheid het niet winnen ten opzichte van zijn genegenheid tegenover zijn vrienden. Zeker toen zijn blik de mijne kruiste. Waarschijnlijk zag hij de paniek in mijn ogen. Ik moest mij vermannen. Stephen zou niet gebaat zijn met zo’n hysterisch gedoe. Ik was Kami Akai en moest mij ernaar gedragen.
            ‘Ik tel twee uitgangen. Ben nu bezig met de autobots te markeren die in het eerste uur uit de garage zijn weggereden en dat zijn er…179. Dat wordt puzzelen. Wat ik daarmee bedoel,’ want hij zag dat we weer onbegrijpend naar hem aan het staren waren, ‘is dat ik eerst het identificatienummer van alle auto’s zal nagaan en opzoeken of de autobots eigendom zijn en van wie. Als het leasevoertuigen zijn, zal ik nog andere systemen moeten hacken. Op die manier kan ik achter de identiteit van de huurder te komen. Maar als die ingeschreven staat op de naam van een firma, dan weten we nog niet de persoon die hem gebruikt en moet ik misschien in de interne databanken van die firma’s gaan rondneuzen. Het lijkt misschien op de spreekwoordelijke speld in een hooiberg zoeken maar ik verzeker je, dat ik vast tegen morgenmiddag weet wie er met die 179 autobots de garage uitgereden hebben.’ Daarbij keek hij naar mij en knikte me bemoedigend toe.
            ‘Kunnen wij ondertussen nog iets doen?’ vroeg ik rondkijkend op enige respons.
            ‘Laat ons misschien ter plaatse gaan en de autobot gaan bekijken of met de verantwoordelijke van de garage gaan praten. Misschien heeft die iets gezien of opgemerkt,’ opperde Eagle Eye.
            Een goed voorstel! Nou ja, het was beter dan hier werkloos toe te kijken hoe Gekko als een razende over zijn virtueel toetsenbord aan het tikken was en dingen deed waar we toch de eerste letter niet van snapten. Eagle Eye, Ji en ikzelf haastten ons naar beneden en stapten in mijn autobot die ik naar de bewuste ondergrondse garage programmeerde. Daar aangekomen parkeerden we ons op een vrij plaatsje en gingen te voet naar de plaats waar de autobot van het taxibedrijf stond.
            ‘Gekko, kan je even het taxibedrijf opbellen en vragen waar de chauffeur van de wagen ST656135 zich bevindt. Daar hadden we nog niet aan gedacht.’ Ik had terug mijn oortje bij me zodanig dat we in verbinding bleven met onze thuisbasis. Er volgde een stilte aan de andere kant en daarna hoorde ik een aantal onduidelijke stemmen. Die van Gekko herkende ik wel maar ik verstond niet wat hij zei.
            ‘Yu, ik had hier zojuist een zeer wantrouwige eigenaar van het taxibedrijf zelf aan de lijn. Gelukkig dat ik hem over een beveiligde lijn opbelde en dat hij mij niet kan traceren of ik zat in de moeilijkheden. De taxichauffeur is vermoord teruggevonden, de nek gebroken en achtergelaten in een steegje van Sanctuary. Gelukkig dat wij via de camera’s de taxibot hebben kunnen volgen, want zover ik begreep van de eigenaar was de transponder uitgeschakeld en kon het taxibedrijf de autobot niet meer situeren. Toen hij vroeg waar het vehikel zich bevond, heb ik maar wijselijk afgehaakt. Dus jullie hebben ruim de tijd om de wagen te inspecteren. Maar als ik jullie was, zou ik eerst even bij de beveiliging van de parking langsgaan. Misschien kunnen jullie je voordoen als mensen van het taxibedrijf? Ik kan jullie wel geen identificatiepapieren doorsturen maar ik doe een mail in hoofde van de eigenaar van de autobot en zal hem laten weten dat jullie op weg naar hem zijn.’
            Dank aan Gekko! Hoeveel keren had ik dat al niet gedacht. Zo’n whizzkid was werkelijk een formidabele troef als je die onder je vrienden mocht tellen. Het duurde nog wel een tiental minuten voor we wisten waar we ons moesten begeven om de nodige inlichtingen in te winnen, maar ondertussen zou de man van onze komst op de hoogte gesteld worden.
            In een klein kantoortje dat voor meer dan de helft gevuld was met een console met schermen en toetsenborden zat een jonge kerel, in een grijs pak met een vermoeide blik de schermen te bekijken. Toen we op de glazen deur tikten, schrok hij eerst, maar naar zijn volgende reactie te oordelen had hij de nodige gegevens van Gekko gekregen. De jongen spoedde zich naar de deur en ontsloot die met een rfid-kaart.
            ‘Kom binnen, er is hier wel niet veel plaats. Uw chef heeft mij zojuist laten weten dat jullie een vermiste taxi aan het zoeken waren. Het zal die ST656135 zijn, waar jullie zojuist naar stonden te kijken vermoed ik.’ De jongen glunderde, trots dat hij goed had opgelet en hun op die plaats had gespot.  
            ‘Inderdaad, jongeman,’sprak Eagle Eye met een diepe en ernstige stem. ‘De wagen is ontvreemd en hier achtergelaten. We zijn met verschillende groepen op zoek naar deze wagen en we hebben eindelijk geluk. Mag ik je vragen of je op de beelden iets kan zien of wie deze wagen heeft ontvreemd.’ Eagle Eye moest die vraag stellen, anders zou de jongen misschien onraad ruiken. Een eigenaar zou willen weten wie hij aansprakelijk moest stellen voor eventuele schade aan het voertuig. Al wist Eagle Eye al het antwoord op zijn vraag, hij hield zich van de domme.
            De jongen tikte het nummer van de wagen in en de camera toonde het beeld dat hij de ondergrondse garage binnenreed, maar toen kreeg hij ook noppes. Hij trok een paar keer de schouders op en probeerde het steeds opnieuw. ‘Blijkbaar mis ik hier een half uur en dan begint de camera weer op te nemen, maar de ST656135 is dan al geparkeerd en verlaten. Vreemd. Ik zou het vragen aan een collega want dan had ik geen dienst, maar die is verdwenen op die dag. Nou ja, ik kan het wel begrijpen, zo’n leuk en interessant werk is het nu ook weer niet, maar je kan toch ten minste de beleefdheid hebben om af te klokken en de bazen iets te laten  weten als het je niet meer interesseert.’
            We keken naar elkaar en zonder woorden begrepen we dat er met die collega iets heel ergs zou gebeurd zijn. ‘Bedankt voor je hulp, wij verwittigen de takeldienst en zullen de autobot straks komen ophalen. Je levert hier goed werk.’ We gaven hem een hand en vertrokken om nog maar eens naar de autobot te gaan kijken.
            Gezien de donkere ramen konden we niets onderscheiden binnen de autobot. We keken even rond de auto en Ji vond een paar donkere stippen op een van de treden van het voertuig die aan bloedspatten deden denken. ‘Ik denk dat ik weet waar men de collega zal vinden,’ zei Ji en hij knikte naar de autobot.
            Ik moest even slikken. Michael had eerst de taxichauffeur de nek gebroken, het voertuig gestolen, Stephen ontvoerd en hier naar alle waarschijnlijkheid een veiligheidsbediende  vermoord en in het gestolen voertuig gedumpt. We waren inderdaad van plan het voertuig te takelen, maar nu stonden we voor een dilemma. De jongen had een vervalste mail van het taxibedrijf met onze beschrijving en had onze gezichten gezien. Als we de wagen ophaalden en hij las later dat er een lijk in was gevonden, was er een kans dat hij één en één optelde en de politie inlichtte. Wat nu?



……..



            Hij was wakker gekomen met een kater van jewelste. De laatste tijd was zijn alcoholverbruik exponentieel gestegen. Norino Vastai weet het aan de stress. De zaak had zijn leven op zijn kop gezet. Als vrijgezel had hij aan niemand rekenschap te geven. De tijd dat hij zich bijna ieder dag moest verontschuldigen tegenover zijn vrouw voor de late uren en de onregelmatige werktijden die hij draaide, waren voorbij.
            Zijn vrouw was vertrokken en hij had zijn leven in eigen handen. Misschien zou hij de zaak wat meer aan zijn adjuncten kunnen doorschuiven. Trouwens dit zou wegens zijn leeftijd zeker en vast te verantwoorden zijn. Maar zijn karakter werkte dit niet in de hand. Norino Vastai ging slapen met zijn werk en kwam er ook weer mee wakker. Zijn maîtresse was een veeleisende dame. Soms dacht hij dat het sop de kolen niet waard was. Als je in zijn positie de statistieken onder ogen kreeg hoeveel zaken er onopgelost geklasseerd werden, zou je voor minder moedeloos worden. Waarom stond je dan nog iedere dag weer op met nieuwe moed of was het met de moed der wanhoop? Je zag het reeds in de spiegel wanneer je je scheerde, de blik die je jezelf toewierp. Heeft het allemaal wel zin, maak ik een verschil? De voldoening van een opgeloste zaak kon je vergelijken met een drug. Je raakte eraan verslaafd. Je deed er alles voor. Lange uren kloppen, onbelangrijke details nagaan en uren posten om een glimp op te vangen van een eventuele verdachte. Soms had je geluk, maar soms was het ook allemaal verloren tijd.
            Hoeveel had het hem gekost en hoeveel had het hem opgebracht? Als hij de balans zou maken op dit moment zou hij het niet weten. Op persoonlijk vlak had het hem zijn sociaal leven en tevens zijn huwelijk gekost maar aan de andere kant had hij tijdens zijn lange loopbaan de maatschappij veiliger gemaakt. Menig crimineel zat achter de tralies en zwoer wellicht wraak tegen zijn persoontje. Norino Vastai was niet geliefd in het criminele milieu. Maar deze zaak maakte hem kierewiet. Hij had gelukkig zijn adjuncten die veel van de taken van hem overnamen, maar uiteindelijk lag de verantwoordelijkheid bij hem. Hij had ook niets meer gehoord van directeur Jiro Taketani.
            Misschien had de man een onderzoek gestart en was er ondertussen overleg op een hoger echelon. Norino werd niet op de hoogte gebracht en had de indruk dat er in deze zaak belangen speelden die voor hem werden verzwegen. De zaak had een politiek geurtje gekregen en dat stond hem niet aan. Hoe kwam het dat de moordenaar zo lang uit de handen van zijn diensten kon blijven? Hoe meer hij erover dacht, hoe meer hij ervan overtuigd was dat er een mol was die de moordenaar op tijd de nodige info toespeelde, zodanig dat hij uit hun netten bleef die ze telkens weer voor hem uitspanden. Maar wie? Normaal gezien werd iedereen grondig gescreend vooraleer ze een job bij de Veiligheidsdienst kregen. Aan de ene kant kon het gewoon niet en aan de andere kant was het de enige mogelijke uitleg. Het was iets waar hij al een aantal dagen zijn kop op brak.
            Als het zo verder ging, zou hij zijn adjuncten de opdracht geven om in het verleden te duiken van iedereen van de Veiligheidsdienst die met de zaak te maken had. Een interne controle van zijn eigen mensen, het stootte hem tegen de borst, maar zo kon het niet verder. Aan de andere kant was er ook het probleem van tijd. De tijd om dit allemaal te organiseren tussen de gewone werkuren in. Iedereen had zijn handen al vol en klopte overuren. Terwijl hij nog over deze zaken aan het denken was, kwam er een melding binnen van een brandende autobot in de Deeplands. De plaats waar alles begonnen was. De eerste slachtoffers die daar werden gevonden, de gruwelijkheid van de moorden op zich was weerzinwekkend. De dader was als een spook en hij gleed als lucht door hun handen heen om steeds weer nieuwe slachtoffers te maken. Een moordenaar die hen teksten van het Requiem van Mozart toezond. Teksten die uit hun context waren gegrepen. Hij had ondertussen dat Requiem beluisterd en de volledig vertaalde tekst doorgenomen. Niets, helemaal noppes had het opgebracht.
            Wat was er met de mensen die naar het Westen gereisd hadden? De gesprekken met de nabestaanden waren op een sisser afgelopen. Het feit dat ze allemaal als gemeenschappelijk kenmerk hadden dat ze in het Westen waren geweest en  gechipt waren, moest aan de grondslag van het probleem liggen. Het kon niet anders. Norino had op eigen houtje een aantal vragen afgevuurd op de wetenschappelijke afdeling van de Veiligheidsdienst maar had geen bevredigende antwoorden verkregen. Neen, hij had eerder de indruk dat ze hem met een kluitje in het riet stuurden. Wat hem natuurlijk nog meer in die richting deed denken. Was het om de chip te doen of om de mensen bij wie die de chip waren ingeplant? Verdomme, hij had niet eens de mogelijkheden om dit allemaal uit te zoeken. Hij was afhankelijk van hetgeen zijn directeur Taketani hem met mondjesmaat zou laten weten en op dit moment was dit noppes. Met alle goede wil van de wereld geraak je nergens met die hoeveelheid info.
            Norino Vastai zou zelf de dossiers van iedere man die met de zaak te maken had, bestuderen en hun loyaliteit ten opzichte van de zaak inschatten. Het zou zeker geen kwaad kunnen en op dit moment had hij geen andere ideeën meer. Het zouden korte nachten worden.


 copyright Rudi J.P. Lejaeghere



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen