dinsdag 29 maart 2016

Requiem: Hoofdstuk 43 (1e deel)









43



            ‘Ik vang zijn signaal op,’ riep Gekko. Ik hoorde een bliepje en keek naar het scherm waar Gekko naar wees.
            ‘Hoe bedoel je?’ Mijn hart sprong op, ik voelde het kloppen in mijn keel en durfde het zelf bijna niet verwoorden.’ Is het wie ik denk of …?’ Gekko knikte zo verwoed dat zijn brilletje bijna van zijn neus viel wat hij direct corrigeerde. Hij zoomde in en gaf ons de coördinaten waar wij Stephen konden vinden. ‘Chôme 9- Banchi 23- Gô 27, Sanctuary!’
Wijk 9, huizenblok 23, huisnummer 27, dat was niet zo ver in afstand maar in mijn gedachten was iedere kilometer op dit moment er een te veel.
‘Vlug, naar je autobot, ik zal de bestemming al uploaden in je computer en die van op afstand starten.’ Gekko dacht aan alles en verloor geen seconde.
Ik had vleugels gekregen en in een mum van tijd zat ik aan de console van mijn voertuig die ik op manueel schakelde. Ik wist niet hoe het met Stephen gesteld was. Dat zijn chip een sein doorgaf, betekende nog niet dat hij buiten levensgevaar was. Ik hoorde in mijn oortje, dat ik de laatste tijd steeds voor alle veiligheid bij had dat Gekko, Ji en Eagle Eye had verwittigd. Ji zou ongeveer op het zelfde moment ter plaats moeten arriveren. Eagle Eye was verhinderd en te ver verwijderd om bij te kunnen springen. Ik was blij dat mijn broeder in de Kami Akai er ook bij zou zijn. Mijn zenuwen waren gespannen als pianosnaren en ieder onverwacht geluid of beweging  die ik opving sneed door mijn lichaam als een mes. De angst Stephen kwijt te geraken omdat ik niet alles gaf wat ik kon geven, speelde als een kwelgeest door mijn hoofd. Ik deed halsbrekende stunts in het verkeer. Deze overtredingen zouden mijn bankrekening geen goed doen.
Toen ik bijna ter plaats was zag ik Ji in mijn camera achter mij opduiken uit het verkeer. Blijkbaar stond zijn autobot ook op manueel, want ik zag hem van links naar rechts zwiepen. Het zicht op de risico’s die hij nam deed me beseffen wat ikzelf aan het doen was. We speelden met ons leven! Voor mij vond ik het gerechtvaardigd, alleen al voor Stephen. Ik hoopte alleen dat ik geen ongeluk veroorzaakte. Er waren al genoeg onschuldige slachtoffers gevallen. Mensenlevens kan je niet opwegen tegenover elkaar. We waren ter plaatse : 9 – 23 – 27! We schoven ons naast elkaar en nog voor de aandrijving stilviel van onze voertuigen stonden Ji en ik buiten en keken rondom ons. We waren blind zonder aanwijzingen.
‘Waar, Gekko? Ik zie niets. Kan je ons situeren via ons oortje en zeggen welke richting we uit moeten?’
Aan de ander kant even stilte…Mijn lippen drukten zich in een streep dicht op elkaar, mijn tanden hoorde ik knarsen. Ik wou vloeken en Gekko aansporen om vlugger te antwoorden maar ik wist dat hij alles deed wat mogelijk was. De verlossende woorden kwamen er.
'Achter jullie, naar het noorden een vijfhonderdtal meter en dan de hoek om. Hij is het laatste kwartier niet meer van plaats veranderd.’
De adem stokte me bijna in de keel. Dat kon betekenen dat hij dood was of aan het sterven. We liepen alsof ons leven ervan afhing. Toen we na een sprintje de bewuste steeg insloegen, zagen we een container. Daarachter lag een man, zijn bloederige naakte voeten staken uit en er bewogen niet. Neen, dan kon niet! Ik bevroor terwijl Ji mij voorbijliep naar de container en erachter verdween.
Het waren tergend lange seconden die minuten leken en ik kon geen voet voor de andere zetten. Mijn adem hield ik plots in. In mijn geest speelden zich met een lichtsnelheid dodelijke scenario’s af. De keel overgesneden, gewurgd, door het hart gestoken…ik zag Stephen in alle die beelden .Het was mijn eigen leven die ik weer verloor.
Ji maakte een einde aan dit alles. ‘Hij leeft, vlug Yu, kom mij helpen, hij moet dringend naar een ziekenhuis. Of beter niet, laten we nog eens beroep doen op mijn vriend en arts Saburo Shimazu.’
            Ik rende nu, bevrijd uit mijn verstarring recht naar waar Stephen lag. Mijn tranen sprongen mij in mijn ogen toen ik zag hoe hij eruitzag. Hij was verschillende kilo’s vermagerd, zijn lippen zaten vol korsten en zijn lichaam was er een landkaart bestaande uit blauwe plekken. Zijn handen geboeid en een ketting die naast hem lag. Gelukkig was Ji bij mij en konden we hem in een mum van tijd in de autobot krijgen en naar dokter Shimazu rijden.
            Stephen kwam bij en terwijl Ji in volle vaart naar het adres van de arts reed, liet ik Stephen slokje per slokje uit een flesje water drinken. ‘Yu, …,’ hij wilde wat zeggen maar ik probeerde hem te kalmeren.
            ‘Ssst, drink nu wat, probeer wat op krachten te komen, we voeren je naar een bevriende arts.’ Ik zag Stephen kijken naar iets dat aan het dashboard lag en toen begreep ik zonder woorden wat hij wou. Er lag een chocoladereep die ik vlug nam en hem ook stukje per stukje gaf. Ik veronderstelde dat Michael hem had gemarteld. Gezien zijn lichamelijke conditie moest hij het hard verduurd hebben. Maar door de kilo’s die hij vermagerd was, kon ik ook besluiten dat hij niet al veel te eten had gekregen. Nou ja, als je iemand wou vermoorden waarom zou je hem nog voedden. Het was alsof hij in een driesterrenrestaurant aan het eten was. Hij zoog op de stukjes chocolade alsof zijn leven ervan afhing. Hij zag mijn tranen die ik niet kon inhouden.
Met zijn geschaafde hand wreef hij die weg en fluisterde, ‘Niet wenen, Yu, we leven, dat is het belangrijkste.’ Hij moest weer even op adem komen, zelf spreken ging hem moeilijk af.
Ji belde zijn vriend op. Blijkbaar kreeg hij wel een reeks pijnlijke vragen die hij moest beantwoorden. Tweemaal op een rij een dubieus gekwetste man binnenbrengen was bijna scheepsrecht. Uiteindelijk eindigde het telefoongesprek. ‘Oké, oef…dat was niet eenvoudig! Saburo klonk nogal wantrouwig, ik heb hem wel het een en ander over de zaak moeten vertellen, anders wou hij ons niet helpen. Ik kan hem wel begrijpen.' Ji tastte in zijn vestzak en vroeg of ik even plaats wou maken. Hij stelde de autobot op automatische piloot en begon ondertussen aan de boeien van Stephen te morrelen en na een minuut of twee vielen die van zijn handen. ‘Het zou misschien een verkeerde indruk geven als we bij mijn vriend zo toekwamen, ik ben dan misschien wel geen Houdini, maar een handboeien hebben geen geheimen voor mij’ grinnikte hij.
Uiteindelijk viel alles mee. Dokter Shimazu was eerder positief over de conditie waarin Stephen verkeerde. Hij was vermagerd dat was een feit, maar gezien hij voordien wat overgewicht had, zou hem dat na zijn herstel enkel maar ten goede komen. Stephen kon er zelf om lachen. Hij had geen breuken en zijn blauwe plekken zouden genezen. Kneuzingen op verschillende delen van zijn lichaam als gevolg van de slagen zouden zijn tijd nodig hebben om te genezen. Hij schreef hem ontstekingsremmers voor en een zalfje, gaf hem de nodige spuitjes.
Wij moesten terwijl hij Stephen behandelde als tegenprestatie het ganse verhaal uit de doeken doen terwijl onze patiënt een tijd aan een infuus lag. Het zou hem sterken en op die manier zou hij niet naar het ziekenhuis moeten. Mits hij zich rustig hield,  kon hij daarna met ons mee. We vonden dit het minste van alle kwalen en vertelden honderduit over onze ervaringen. Saburo Shimazu’s ogen sperden zich open toen hij ons wedervaren hoorde. Voor hem klonk het dan misschien wel allemaal avontuurlijk maar voor Stephen was het bijna een dodelijke ervaring geweest.
Ik hoorde Gekko in mijn oor iets zeggen. Omdat ik zo naar Ji’s uitleg had zitten luisteren, moest ik hem vragen zijn woorden nog eens  te herhalen. ‘Wat?’ riep ik uit. Iedereen keek naar mij en vroeg zich af wat er nu weer gebeurd was. ‘Gekko heeft juist een bericht gehackt van de Veiligheidsdienst. ‘Collega’s van Inspecteur Norino Vastai hebben hem deze morgen dood teruggevonden bij de ingang van zijn huis. Hij is om het leven gebracht met een Nihonto. Jullie weten wat dit wil zeggen. Hij is een van de slachtoffers geworden in zijn eigen onderzoek. De arme man!’
Stephen was ook overdonderd door het nieuws. Hij had de man persoonlijk ontmoet en niettegenstaande hij geen vriend van de hoofdinspecteur was, voelde hij toch verdriet om zijn dood. De man was bijna op gerechtigde pensioenleeftijd en werd dan nog  gedood. Misschien was hij te dicht bij een oplossing gekomen, zat hij de moordenaar op de hielen. Als stond hij op de payroll van de Veiligheidsdienst, deze man stond aan de goede kant. Een mensenleven dat verspild wordt, vernietigd wordt door iemand waarvoor het leven generlei waarde geeft was altijd betreurenswaardig. Iedereen met het hart op de juiste plaats zou op zo’n manier reageren.
            Toen Stephen gedurende zijn infuus wat op adem was gekomen, gaf hij zijn relaas over de feiten. Ik las de schrik nog ik zijn ogen terwijl hij vertelde. Hij begon met zijn ontvoering op het moment dat hij naar de luchthaven wou vertrekken. Op een of andere manier had Michael hen geschaduwd en had de gelegenheid te baat genomen om Stephen te ontvoeren terwijl hij zich voordeed als bestuurder van een taxibot. Het verwonderde ons allen dat hij zo gefixeerd was op Stephen zelf. Stephen zei dat Michael hem had verteld dat de initiële reden waarom hij Stephen ten allen prijzen wilde vermoorden bij zijn vader  lag. We waren natuurlijk allemaal verrast. Hoe langer deze zaak aansleep, hoe meer we links vonden naar het verleden en naar de Oude Wereld. Stephen zelf was teleurgesteld dat terwijl zijn leven aan een zijden draadje hing, hij toch niet de juiste toedracht tot de reden van de moord op zijn vader en stiefmoeder te weten was gekomen.
            Hij vermoedde dat zijn vader in het verleden op het spoor was gekomen van gesjoemel. Deze onregelmatigheden moesten te maken hebben met de chip die in de Oude Wereld werd gebruikt en ook ergens een connectie hebben met de mensen die vermoord werden in de Nieuwe Wereld door Michael. Al bij al mocht hij niet klagen, dacht hij bij zichzelf. Hij had zichzelf op een bepaald moment ten dode opgeschreven, had het opgegeven. Dat hij afscheid had genomen, zou hij echter nooit aan Yu vertellen. Het belangrijkste was dat hij nu hier was, levend en wel. Hij kreeg een nieuwe kans en die hij zou met twee handen aanvaarden.



……..


copyright Rudi J.P. Lejaeghere


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen