zondag 10 april 2016

Chateau Rouge: Deel 5












5. Marie-Anne’s verhaal


            Ze zaten alle drie te samen in het grote salon van het Chateau Rouge. Jean-Pierre, Marie-Anne en ook Katarina die juist kennis had gemaakt met de zuster van haar vriend nipten van een glaasje champagne. Het was het juiste drankje om de hereniging van twee familieleden te vieren, vond Katarina. Ze had Marie-Anne met open armen verwelkomd alsof het haar eigen familielid was.
            Marie-Anne was eerst wat overdonderd, maar toen ze een tijdje in het gezelschap van de nieuwe Barones van het kasteel was, zag ze direct dat Katarina haar niet anders voordeed dan hoe ze werkelijk was. Noch Jean-Pierre, noch zijn vriendin drongen aan om Marie-Anne haar levensloop van de laatste jaren te vertellen. Ze veronderstelden beiden dat de vrouw, gezien haar man overleden was, een moeilijke tijd achter de rug had.
            Na gewoon wat over algemeenheden te hebben gebabbeld, begon Marie-Anne zonder aanleiding zelf te vertellen.
            ‘Ik weet dat je waarschijnlijk met duizenden vragen zit, broertje. Ik zal goed mogelijk proberen te vertellen wat er allemaal gebeurd. Ik kan je verzekeren, het is allemaal nog erger dan wat je vermoed hebt.’ Er gleed een schaduw over haar gezicht en de uitdrukking in haar ogen kreeg iets triests.
            Jean-Pierre legde een hand op haar schouder. ‘Marie-Anne, niemand verplicht je om uitleg te geven. Ik ben al gewoon blij dat ik je weer zie en dat je niet boos op me bent. Neem gerust je tijd en het moet daarom zeker niet vandaag te zijn.’
            Zijn zus glimlachte even naar hem, dankbaar om zijn empathie. ‘Neen, Jean-Pierre, bedankt voor je begrip, maar ik wil het gewoon van mijn hart hebben. Ik had me voorgenomen om het zo vlug mogelijk te vertellen. Dat zal ik dan ook doen.’
            Marie-Anne nam een grote slok van haar glas champagne, alsof ze haar toch even moed moest indrinken. Ze schraapte nog even haar keel en begon toen uiteindelijk aan een verhaal die deed denken aan een misdaadfilm.
            ‘Gerry was een charmeur en daar viel ik voor. Ik was eigenlijk voor ik hem ontmoette nooit geïnteresseerd geweest in mannen. Ik vond mezelf nog te jong om te binden of zelfs om een liefdesrelatie te hebben, niettegenstaande vele van mijn vriendinnen al getrouwd waren en sommige zelfs al een kind hadden.’ Jean-Pierre’s zuster trok even haar schouders op en ging toen verder.
            ‘Ik veronderstel dat als de bliksem inslaat, een oude schuur goed brandt. Dat beweren ze toch en ik kan het in mijn geval zeker beamen. Eigenlijk liep ik van dat moment met oogkleppen op. Zijn innemendheid en charisma gekoppeld aan het feit dat bij hem geld geen probleem was hebben mij overgehaald om met hem naar Salt Lake City te trekken en zijn vrouw te worden.’
            Katarina en Jean-Pierre luisterden zonder haar te onderbreken. Ze veronderstelden dat het voor de vrouw moeilijk was om over die periode te vertellen en lieten haar de tijd om het allemaal voor haar op een rijtje te zetten.
            ‘In het begin was het werkelijk zoals Gerry beloofd had. Ik leefde als in een sprookje en had niets tekort. De villa waar we woonden was zeer luxueus en omgeven door een van de mooiste tuinen van de streek. Zijn personeel behandelde me alsof ik een prinses was. Op dat moment wist ik dat ik de juiste keuze had gemaakt. Ik kon me jammer genoeg niet meer vergist hebben.’
            Ze speelde met haar glas champagne zonder dat ze er verder van dronk. ‘Op een bepaalde avond was ik vroeg gaan slapen, maar om een of andere reden werd ik wakker en halfdronken van slaap slofte ik naar beneden. Ik hoorde vreemde stemmen nog voor ik beneden was en keek van op de overloop naar het gelijkvloers.’
            Marie-Anne slikte even. Ze had het duidelijk moeilijk maar sprak toch aarzelend verder. ‘Gerry stond daar te samen met twee van zijn mannen. Er lag een plastieken zeil op de grond van het salon waar de tafel opzij was geschoven. Op het zeil zat een man op zijn knieën, een prop in zijn mond, geboeid en hij bloedde.’ Haar adem stokte. Er lag een blik vol angst in haar gezicht. Waarschijnlijk zag ze het beeld zo voor haar ogen.
            ‘Ik herinner me nog dat ik mijn hand voor mijn mond sloeg, anders had ik zeker en vast geschreeuwd. Ik hoorde Gerry juist op dat moment opdracht geven om de man, die hij een verrader noemde, te vermoorden. Voor mijn ogen werd de man met een schot van een pistool met geluiddemper op, door het hoofd geschoten.’ Er gleden tranen langs Marie-Anne’s gezicht. Katarina ging direct op haar af, zette zich naast haar en legde troostend haar arm om haar schouder.
            ‘Dank je, Katarina, maar ik moet verder vertellen, nu dat ik het nog durf.’ Marie-Anne kuchte een paar keer en vervolgde haar griezelverhaal. ‘Met uiterste moeite kon ik mijn afschuw en ongeloof bedwingen en liep ik stil terug naar mijn kamer. Had Gerry iets gehoord of niet, ik weet het niet? Hij kwam een paar minuten later in mijn slaapkamer binnen en vroeg me of ik al lang wakker was. Hij moet aan mijn gezicht gezien hebben dat ik op zijn minst iets opgevangen had. Hij bedreigde me dat ik mijn mond moest houden of dat ik hetzelfde lot beschoren zou zijn. Van zijn charme was er geen enkel spoor meer. Ik zag de bruut die hij werkelijk was.’
            Jean-Pierre fronste de wenkbrauwen. Hij wist dat die Gerry niet zuiver op de graat was, maar een regelrechte moordenaar was toch iets anders.
            ‘Vanaf dat moment werd ik meer als zijn gevangene, dan als zijn vriendin behandeld. Ik wilde terugkomen, weg uit Amerika, maar dat was gemakkelijker gezegd dat gedaan. Men hield me in de gaten en ik kon in het begin zelfs met niemand contact zoeken. Ik liet hem langzamerhand geloven dat ik vrede had met de situatie. Hoe walgelijk ik het ook vond, deelde ik terug zijn bed. Het was de enige manier om meer vrijheid te bekomen en de mogelijkheid te krijgen om te vluchten. Uiteindelijk vertrouwde hij me terug.’
            ‘Maar hoe ben je dan toch weggeraakt? Was het omdat hij dan gestorven was dat je vrij was? Is hij misschien zelf vermoord geweest en hebben zijn handlangers je laten gaan?’
            Marie-Anne veegde haar tranen weg met de achterkant van haar hand. ‘Was het maar zo eenvoudig, Jean-Pierre. Eens je in die wereld zit, raak je moeilijk weg.’
            ‘Maar je bent hier toch, Marie-Anne,’ reageerde Jean-Pierre op haar laatste bewering. ‘Je moet toch iets gevonden hebben om Amerika te ontvluchten.’
            ‘Ja, broertje, ik heb het uiteindelijk gevonden. De enige manier waarop ik vrij zou zijn. Ik heb contact gemaakt met een concurrent van mijn man, een even grote moordenaar. In ruil voor een vals paspoort en een vliegticket naar Europa heb ik hem de veiligheidscodes van de villa doorgegeven. Het was voor hem en zijn mannen dan heel eenvoudig om wanneer ik zogezegd was gaan shoppen, binnen te sluipen en mijn man te elimineren. Ik heb zelf de trekker niet overgehaald om Gerry te vermoorden, maar je kan gerust zeggen, dat ik indirect de oorzaak ben van zijn dood. Ik ben een moordenaar op de vlucht, Jean-Pierre!’

© Rudi Lejaeghere

19/10/2015


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen