zondag 22 mei 2016

Chateau Rouge: Deel 11





















11. Een persoonlijk bericht


            Gelukkig duurde het niet lang vooraleer Cecile op het kasteel aankwam. Ze had voor alle zekerheid zelf al contact opgenomen met haar vriend, François. Het was verstandig van haar, want Katarina was volledig van de kook door de laatste ontwikkelingen en de vingerafdrukken op het voorwerp van de brandstichting. Hoe waren die vingerafdrukken van haar vriend op dat blik gekomen, Jean-Pierre hield zich niet bezig met zo’n materiaal?  Ze begreep niet waarom iemand het blik in hun slaapkamer had verstopt.
            Met tranen in haar ogen wierp ze zich in de armen van haar zus, die haar direct troostte en luisterde naar hetgeen ze vertelde. Ze leidde haar naar het salon waar ze de aanwezige personen buiten borstelde omdat de Barones rust nodig had. Cecile was beleefd maar kordaat en de bedienden, niettegenstaande ze enkel orders van Katarina of van haar vriend aanvaarden, voldeden aan dit verzoek.
            ‘Je hebt groot gelijk, Katarina, dit moet een groot misverstand zijn en zelfs al weten we niet wat er allemaal achter zit, Jean-Pierre heeft hier niets, maar dan ook niets mee te maken. Ik heb wat zitten denken in het naar hier rijden en weet je wat ik geloof?’
            Katarina was ondertussen wat gekalmeerd en keek haar zus vragend aan. ‘Waar wil je heen, Cecile, wat heb je gedacht in de weg hierheen?’
            ‘Ik denk ze dat ze Jean-Pierre hebben om jou te raken of iets van jou te verkrijgen. Is dat geen mogelijkheid?’
            Katarina keek even naar haar zus en trok vertwijfeld de schouders op. ‘Ja, ik had ook al zoiets gedacht, het zou kunnen. Maar dat verklaart nog niet wat er hier op het kasteel is gebeurd.’
            ‘Neen, zusje, maar misschien is dit gewoon een samenloop van omstandigheden  en hebben de beide zaken niets met elkaar te maken. Of misschien wel, maar ik heb Jean-Pierre ondertussen ook wat leren kennen en hij is onschuldig. Wees gerust, François weet dit ook, maar hij moet met alles rekening houden. Zijn job is politieman en hij moet ook handelen als zo iemand. Alle mogelijkheden afchecken en op het eind de oplossing overhouden.’
            Juist op dit moment kwam Marie-Anne het salon binnen. Haar gezicht was, als dit ook maar mogelijk was, nog witter dan dit van Katarina. ‘Is het waar wat ik gehoord heb?’ snikte ze.
            Katarina die zich plots op dit moment bewust was van de aanwezigheid van de zuster van Jean-Pierre op het kasteel, draaide als een blad in de wind. Van ontredderde vrouw veranderde ze in troostend familielid. Ze sprak met zachte woorden op Marie-Anne in en vertelde haar in haar bewoordingen wat er allemaal gebeurd was en dat zowel zij als Cecile zeker wisten dat Jean-Pierre in dit alles ook een slachtoffer was en geen dader.
            Marie-Anne kalmeerde en zei op haar beurt ook dat ze dit nooit van Jean-Pierre zou denken. ‘Hij heeft een gouden hart. Hij zou geen vlieg kwaad doen, ik…, ik hoop dat ik mijn broer nu niet kwijt ben nu ik hem juist terug heb.’ Ze huilde zacht en terug troostte Katarina haar.
            ‘We moeten…,’ maar ze kon niet verder zeggen omdat haar mobieltje overging. Razendsnel nam ze op, maar ze herkende het nummer niet. Even dacht ze dat het Jean-Pierre was die zou vertellen dat alles maar een slechte nachtmerrie was en dat alles zou goedkomen. Haar ogen gingen wijd open toen ze luisterde naar de stem aan de andere kant van de telefoon.
            Cecile en Marie-Anne keken verontrust naar de gelaatsuitdrukking van Katarina, die van angst naar woede en terug naar angst overging. Uiteindelijk knikte ze en duwde ze het gesprek af.
            ‘Wat was dat, zus?’ vroeg Cecile. ‘Iemand die je kent, of was het met nieuwe informatie over Jean-Pierre?’
            Katarina wreef even in haar ogen en ze keek dan vermoeid om haar heen. Ze voelde alsof ze een rol speelde in een slechte B-film en alles leek zo onwerkelijk. Ze zag de rode overgordijnen van het salon en keek naar de versieringen die aangebracht waren als voorbereiding voor het feest. Het feest. Dat zou voor de tweede keer niet doorgaan. Dat wist ze nu wel. Niets zou nog doorgaan wat ze gepland had. Hoe had ze kunnen denken dat het geluk om op te rapen viel? Haar leven was zo niet. Er was geen toekomst voor haar weggelegd, zeker niet nu Jean-Pierre niet bij haar was.
            ‘Katarina, hoor je mij, wat is er aan de hand, het is alsof je een spook hebt gezien…, of gehoord. Wat was dat telefoontje?’
            De stemmen van haar eigen zus en die van Jean-Pierre leken heel ver weg en kwamen maar half door. Ze keek afwezig om zich heen en zag toen plots de verontrustende blik op Cecile’s gezicht.
            ‘Als je nu niet antwoord, Katarina, dan haal ik er een dokter bij, je maakt me heel ongerust. Antwoord dan toch!’
            Katarina zuchtte diep. ‘Ik hoor je, Cecile…ik hoor je.’ Ze strekte haar arm en streelde met haar hand de wang van haar zus. ‘Bedankt, zusje, voor je goede zorgen. Ik weet dat ik op je kan rekenen en daarom zal ik me sterk houden. Ik wist even niet hoe ik het had en het leek of ik mijn verstand zou verliezen, maar ik ben er weer.’
            ‘Zo hoor ik het liever, Katarina, je liet me daar even panikeren. Ik dacht dat je zou flauwvallen of erger. Ben je zeker dat het zal gaan, ik wil gerust een dokter laten komen. Het is normaal dat een mens zich niet goed voelt na al deze gebeurtenissen. Je zou gek worden voor minder.’
            Katarina omhelsde zowel Cecile als Marie-Anne. ‘Ik ben blij dat jullie hier zijn, wij drie vrouwen moeten elkaar steunen. We zijn misschien niet zo sterk als een man, maar we zijn wel drie keer zo slim.’ Een flauw glimlachje zweefde rond Katarina’s lippen.  
            Cecile interpreteerde dit als het feit dat haar zus met haar twee voeten op de grond stond en zou strijden voor haar vriend en zijn onschuld in deze zaak.
            Ze wist alleen niet hoe waar dit was. Toen Katarina even later naar haar bureau terug ging en in de onderste lade van de linkerkant van haar bureaumeubel een eikenhouten kistje bovenhaalde, wist ze dat ze sterk zou moeten zijn. Ze opende de rijk versierde houten doos en haalde er een pistool uit.
Een Sig Sauer 226 X-Five Match, 9 mm kaliber, 1290 gram en goed voor negentien kogels. Negentien kansen om Jean-Pierre uit de handen van zijn ontvoerders te bevrijden. Het was een wedstrijdwapen dat ze reeds lang had. Een geschenk van Generaal de Tavernier toen ze eenentwintig was geworden. De Generaal had ook voor de vergunning gezorgd en had erop aangedrongen dat ze schietlessen volgde. Hoewel ze niet van vuurwapens hield, had ze zijn advies gevolgd. Katarina had redelijk goed gescoord tijdens de oefeningen. Ze was die lessen nog niet vergeten en ze wist hoe ze het wapen moest gebruiken. Katarina herinnerde zich het telefoongesprek van zojuist woord voor woord.

‘Spreek niet maar luister heel goed als je je vriend in leven wil houden, Katarina, Barones van het voormalig Chateau Dauphin, nu hedendaags Chateau Rouge genoemd. U hebt waarschijnlijk ondertussen vernomen dat uw vriend Jean-Pierre verdwenen is. Hij is in onze gevangene en hij leeft nog…, voorlopig althans.
Hoe voelt het om iets afgenomen te worden, Katarina? Nijpt de angst je keel toe? Voel je het kloppen van je hart in je keel? Ik kan het me niet echt inbeelden, weet je, dit gevoel is me onbekend. Maar ik wil je alle registers laten doorlopen van deze ongemakkelijke gevoelens van gemis en verdriet, Katarina. Want eigenlijk als ik eerlijk moet zijn, ben jij de enige die ik echt wil laten lijden.
Kom vanavond na donker naar de open plek in het bos. Je weet wel welke plaats ik bedoel. Waar de geheime gang vanuit het kasteel uitkomt. Ja, ik ben bekend met dit fantasietje van het Chateau. Kom alleen, geen politie of hulp. Als je doet wat ik zeg dan laat ik je vriend vrij en hij blijft leven. Jij zal echter niet zoveel geluk hebben…, jammer toch? Maar ik beloof je dat ik het zo lang mogelijk zal rekken, daar mag je echt op rekenen.’

            Katarina keurde het wapen en laadde het wapen met een magazijn kogels, gebruiksklaar om zoveel mogelijk schade aan te richten. Haar leven was misschien ten einde maar ze zou er zoveel meenemen op haar reis als ze maar kon.

© Rudi J.P. Lejaeghere
17/01/2016



            

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen