zondag 5 juni 2016

Requiem: Hoofdstuk 47 (2e deel)














……..



            Joeri sloop met Nikolaj in zijn kielzog dicht bij de grond naar de deur van de wachtpost. Gezien de kamer van de wachtpost van op heuphoogte uit doorzichtig glas bestond, kon hij maar op die manier langs de man komen. Achter die gang bevond zich hun bestemming. Joeri voelde als het ware de stick met het Requiemvirus branden in zijn gordel. Aan de deur gekomen zonder kleerscheuren, keek hij nog even om naar Nikolaj die hem bemoedigend toeknikte. Ze zouden de man moeten overmeesteren.
Gekko zweette en bette met zijn mouw zijn voorhoofd af. Hij wou hen aanmoedigen, maar een te luid woord in het oortje kon misschien toch gehoord worden op zo’n dichte afstand, hij wist het niet, maar riskeerde het in alle geval niet. Totale radiostilte zoals men had afgesproken totdat deze fase achter de rug was.
            Ondertussen was Joeri op zijn buik de kamer van de wachtpost binnengeslopen. Hij was niet aan zijn proefstuk toe. Nikolaj wachtte buiten af in stilte. Gehurkt en klaar om in te grijpen en zijn broer te helpen. Langzaam kwam Joeri recht, centimeter per centimeter maakte hij zich klaar om met een sprong de wachtpost te verrassen. Hij was zo dichtbij, dat hij bijna de man kon aanraken. Op het moment dat Joeri zich afzette, keek de nachtwaker om en in die beweging ging automatisch zijn hand naar de knop. Amper een centimeter verwijderd van het alarm werd de man met een ruk door Joeri achteruitgetrokken. Het had geen haar gescheeld.
            Nikolaj had geluid gehoord, dat betekende dat zijn broer had toegeslagen. Hij sprong recht en liep de kamer in. Blijkbaar had Joeri zijn handen vol aan de zich hevig verwerende man. Het was een bonk van een kerel en die had Joeri een opdoffer met zijn achterhoofd verkocht die zo hard aankwam dat de man iets meer bewegingsvrijheid kreeg. Net genoeg om te doen wat ze zo gevreesd hadden. Hij kon vooraleer Nikolaj hem weer tegen de grond drukte op de knop duwen. Joeri maakte in de frustratie van het moment korte metten met de man en kon hem met  de hulp van Nikolaj boeien en knevelen. Ze namen zijn sleutelkaart en spoedden zich naar de deur aan het einde van de gang. Het was een stil alarm, ze hoorden geen bellen of toeters. Maar ergens zou een lichtje branden en werden er opdrachten gegeven, sprongen mensen in hun gevechtskledij, controleerden hun wapen en sprintten naar hun voertuigen richting ‘De Kelder’. Van waar zouden ze komen? Waar hadden ze hun hoofdkwartier? Dat hadden ze niet kunnen achterhalen. Er waren verschillende posten. De dichtste zou binnen de tien minuten ter plaatse kunnen zijn, als die van dienst waren. Ze moesten rekenen op tien tot vijftien minuten, meer zouden ze niet krijgen. Nu zou het secondewerk worden. Zowel Joeri en Nikolaj wisten…vreesden dat ze niet weg zouden geraken, maar als ze hun job op tijd konden uitvoeren was er een mogelijkheid dat ze dit niet voor niets hadden gedaan. In de periode dat ze samen hadden gewerkt met de mensen van de Weerstand hadden ze iets begrepen van de gedrevenheid van deze groepering. Hun gevecht tegen hun eigen mensen die de menselijke privacy zo schonden dat het woord gewoon zijn mening had verloren. Het had hen geraakt en ze waren overtuigd van de goede invloed van de Weerstand.
            De kaart ging door de gleuf en met een diepe zucht in stereo, geslaakt door de beide gebroeders Volkov, ontsloot zich de deur. Beiden spoedden ze zich naar binnen en sloten terug de deur. Terwijl ze rondom zich keken, zagen ze een paar kasten, bureaus en bijhorende stoelen en in de hoek ‘Het Apparaat’.
            ‘Laat ons eerst de deur barricaderen, misschien levert ons dat een paar minuten respijt op,’ meende Nikolaj. Met vereende krachten schoven ze de kast en een bureau voor de deur en toen renden ze naar de CCD in de hoek. Joeri haalde de stick die hij van Feliciano had gekregen uit zijn gordel. De stick met het Requiemvirus dat Gekko had ontworpen en doorgezonden naar zijn vriend bij de Weerstand. Hij had het virus weggestopt in een gescrambeld bericht die op het eerste gezicht onschadelijk bleek. Met de juiste code die Feliciano in stukjes en beetjes had doorgekregen van Gekko, ook uit veiligheid werd het virus gescheiden van de onschadelijke tekst. Feliciano had het virus dan gebrand op het apparaatje dat hij nu in de hand had.
            Nikolaj hoorde zijn broer vloeken. ‘Wat?’ vroeg hij aan Joeri. Maar hij zag direct wat de oorzaak was het ongenoegen van zijn broer. Er was geen USB-aansluiting waar hij de stick in kon steken. Nikolaj zowel als Joeri wisten dat dit geen onoverkomelijke hindernis was, maar dat betekende dat ze de CCD zouden moeten ontmantelen om intern een verbinding te maken met de harde schijf en hun stick. Technisch allemaal geen probleem, maar de tijd tikte ongenadig verder en er was alarm gegeven. Ze hadden nu misschien nog een tien à twaalf minuten na het aanleggen van hun barricade. De gebroeders Volkov raakten niet in paniek. Ze waren misschien iets meer gespannen dan normaal, maar elk van hen kende zijn taak en ze wisten als dat de enige manier was om hun missie te klaren dat ze er geen kwartier moesten over palaveren. Nikolaj had aan zijn gordel een pakketje dat hij daarvan losmaakte en open rolde.
            Het was een setje waarin sleutels, kleine schroevendraaiers en zelf een klein boortje in zat. Joeri en Nikolaj keken even naar de CCD en Joeri legde zijn oor even  aan de linkerkant en dan aan de rechterkant van het apparaat. Nikolaj deed hetzelfde en beiden wezen ze naar rechts. Daar zat de harde schijf. Met hun materiaal begonnen ze de rechterkant te ontmantelen.



  ……..




            Stephen was met zijn autobot naar het ouderlijk huis van Yukiko gereden. Hij verheugde zich erop om daar weer even te zijn. Straks met Yukiko zou hij weer genieten van de Japanse sfeer die het huis uitademde. Niet alleen dat, het was er zo rustig. Een oase van kalmte. Hier zou Stephen zich wel kunnen bezinnen hoe hij zijn leven verder zou inkleuren. Toen hij op een zaisu, de Japanse tegenhanger van de westerse stoel aan een teburu aanzat en wat rondkeek, besefte hij dat hij hier wel zou kunnen aarden. Hij wist natuurlijk dat de Japanse bedrijven ook een onmenselijke druk op hun werknemers legde. Maar voor zover hij wist, was dit toch ‘iets’ beter dan in vergelijking met de vorige eeuw. De werknemers waren op een bepaald moment halverwege de 21 eeuw voor hun rechten opgekomen en eisten komaf te maken met de onmeedogende druk die op de rug van de gewone werkende man en vrouw rustte. Ze hadden niet alles verkregen wat ze vroegen, maar er was toch een kentering gekomen. De werktijden waren versoepeld en iets ingekort. Indien met overwerkte, werd dit beter beloond. Het zou vroeger nooit gekund hebben dat Yukiko zo lang van haar werk afwezig was. Er waren zowel hier als  in het Westen natuurlijk verschillen in behandeling tussen de goede en minder goede werkkrachten.
Yukiko, naar hij meende, was een van de betere bedienden in haar boekhoudkantoor, waardoor ze aan de ene kant minder gemist kon worden, maar aan de andere kant meer gewaardeerd werd. Dit resulteerde voor haar in begrip voor haar situatie. Ze had haar ouders onverwachts verloren en de manier waarop, zou iedereen beroeren. Hij was blij dat ze er ook nog wat vriendinnen had, zoals die Satomi die haar dossiers voor een tijdje had overgenomen. Hij had ergens het gevoel dat Yukiko klaar was om een nieuwe start te maken. Als deze zaak achter de rug was, zou dit ook voor haar een nieuwe episode in haar leven worden.
Hij vroeg zich af hoe ze hun levens ergens aan elkaar zouden kunnen koppelen. Hij voelde zich enorm aangetrokken tot Yukiko, maar hij had zijn verplichtingen. Hoewel hij die de laatste tijd meer en meer in vraag had gesteld. Hij dacht aan zijn vader, het had de man ook geen windeieren gelegd. Diplomaat in een wereld als deze was een gevaarlijk beroep. Er waren zoveel extreme groeperingen die het hadden voorzien op het diplomatieke corps. Stephen was misschien één van de uitzonderingen die zonder lijfwacht zijn beroep uitoefende. Misschien onterecht. Dat was de laatste dagen meer dan eens gebleken. Als hij een lijfwacht had genomen, was hij misschien niet ontvoerd door Michael. Zo schoten de gedachten door zijn hoofd en maakten verbanden, legden voornemens vast, dachten mogelijkheden uit. Hij hield van Yukiko, daar twijfelde hij niet aan. Maar hoe kon hij dit doen werken?
Hij kon niet eisen van Yu dat ze haar leven hier achterliet en een voor haar vreemde wereld introk. Misschien een wereld die haar volledig zou tegenstaan en die hun verhouding zou verzuren. Stephen had al veel tijd doorgebracht in de Nieuwe Wereld en hij hield ook van hun steden en hun manier van leven. Hun cultuur lag hem wel. Misschien was het voor hem met het tweede huwelijk van zijn vader met Kathy Chang wat gemakkelijker geweest om de stap te maken. Hij wilde nog geen beslissing nemen, maar een leven hier zou hem zeker niet tegenstaan.
Terwijl hij in gedachten verzonken toekomstplannen aan het bouwen was had hij echter niet gehoord dat er iemand achter hem stond.


copyright Rudi J.P. Lejaeghere






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen