zaterdag 11 juni 2016

Requiem: Hoofdstuk 48 (1e deel)








48



            Het alarm van het apparaatje op het nachtkastje wekte de senator. Normaal gezien rond dit uur was dit geen goed nieuws.  Nadat ze met een beweging over haar kastje het licht aandeed, zette ze haar brilletje op en toetste een nummer in. ‘Jullie hebben dit ook doorgekregen? Weet je iets meer…waarom is het alarm afgegaan?’ Er kwamen enkel maar ontkennende antwoorden. ‘Stuur direct een verkenningsteam naar De Kelder!’
            ‘Is al gebeurd mevrouw, die zijn al op weg,’ sprak een onderdanige stem aan de andere kant van de lijn. Het was de standaardprocedure. Haar vraag was overbodig. Bij een alarm werd steeds een ploeg op pad gestuurd om visueel te checken of het om een loos alarm ging of het een werkelijke bedreiging was . De dichtste ploeg was op dit moment waarschijnlijk nog een tiental minuten verwijderd van de ondergrondse lift. Het ging hier wel om een alarm in de nabijheid van de CCD. Daarom werd ook een blokkade aangelegd rond de toren als voorzorgsmaatregel. Op de uitvalswegen die van de toren wegleidden, werd op een afstand van een vijfhonderd meter tot één kilometer alles afgezet. Een muis zou moeite hebben om onopgemerkt te passeren. Dit was ernstig en werd op die manier ook behandeld.
            Wat was dat nu weer dacht de senator? Ze waren eerst de verbinding verloren met Michael II. Een bijkomend mysterie bij de zo vele die de laatste tijd opdoken in verband met hun project. Volgens hun apparatuur zou Michael I nog leven en zijn gedoodverfde overwinnaar was van het speelbord weggeveegd. Zij kregen net als voorheen, geen contact met Michael I. Niets liep zoals ze gepland hadden! Markus Moore die dagelijks de contacten met Michael I onderhield was ook van de aardbodem verdwenen. Ze zou haar plannen moeten versnellen. Het invasieleger zou ‘nu’ moeten ageren. De senator voelde nattigheid en wou toekomstige problemen voor blijven. De mannen waren klaar en wisten wat hun taak was. Ze waren geprogrammeerd als machines. Met wat verbeelding na hun behandeling waren ze niet meer of minder dan een robot in de handen van haar technische ploeg die hen stuurde. Enkel de opperbevelhebber, Douglas Porter kon naast haar ingrijpen. Nu was het moment!
Ze pleegde het telefoontje naar Douglas Porter waarop hij de laatste dagen op wachtte.
‘Oké, Mevrouw, binnen het uur vliegt de eerste militaire vliegbot uit, waarop iedere vijf minuten een nieuwe lichting volgt. We zijn klaar. De wereld is straks van u!’ En ook een beetje van mij, dacht Douglas Porter. Hij had gedroomd van dit moment. Het zou hem een postje bezorgen die hij nooit had durven dromen. Vicepresident! Hij zou zijn stempel drukken op het militair systeem in beide werelden. Douglas Porter had grote plannen en hij zag zichzelf reeds op de internationale tv-zenders een communiqué geven over zijn gezichtspunten qua veiligheidsbeleid en de militaire consequenties voor de gewone burger. Hij zou de man achter de vrouw zijn die alles in de goede richting stuurde. Althans, dat dacht ‘hij’ toch.
            De senator had op dit moment andere zorgen. Ze dacht op de laatste plaats aan het postje dat ze beloofd had aan Generaal Porter. Hij was een instrument dat zij kundig had bespeeld, zoals zij dat met alle mensen deed die iets voor haar konden betekenen. De rest liet ze links liggen, die waren van geen belang.
            Ze haalde uit een schuif een ander mobieltje waar één nummer was voorgeprogrammeerd. Ze toetste een lange alfanumerieke code in die ze van buiten had geleerd. Na een paar minuten kreeg ze haar antwoord in een even lange rij cijfers en letters. Ze duwde af en wist zeker dat de boodschap was overgekomen, begrepen en aanvaard. Het is was nu om doen, nu kon ze niet meer achteruit. De senator had zojuist in code het doodsvonnis getekend van James Loft en Irene Langham, president en vice-president van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap! Wat smaakte de toekomst goed, dacht ze, al half vergeten dat ze zojuist een alarm doorgekregen had.
            Nu ze toch wakker was, nam ze vlug een douche en kleedde zich aan. Binnen een paar uur werd het dag en zou ze moeten optreden voor een grote zaal. Het grootste publiek dat ze ooit had toegesproken. De inwoners van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap. Ze was haar speech al aan het oefenen in haar hoofd.
We betreuren ten zeerste de laffe moord op onze President James Loft en zijn vicepresident Irene Langham. Ons land is niet alleen in rouw maar geschokt tot op zijn grondvesten. We hebben de Nieuwe Wereld en hun bevolking de hand geboden in alle vriendschap en het vertrouwen altijd een kans gegeven. Zij hebben dit met deze onvergeeflijke daden beloond. Het is nu mijn taak als voorzitster van het Huis van Afgevaardigden en als plaatsvervangend president volgens onze grondwet dit als een oorlogsdaad te bestempelen en als zodoende ook te beantwoorden. Op dit moment dat ik jullie toespreek, wetende dat jullie verdriet nog zo vers is, kan ik beloven dat onder leiding van Generaal Douglas Porter, hoofd van de strijdkrachten van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap, ons leger de Nieuwe Wereld van een gepast antwoord zal dienen. We hebben in het verleden nooit toegegeven aan terroristen en zullen dit vandaag ook niet doen. God zij met u en met onze moedige mannen en vrouwen aan het front.
De senator stond te pronken in een spiegel, toen ze beneden de voordeur hoorde toeslaan. Een van de veiligheidsmensen die zijn ronde deed. Geen paniek. Ze keek of haar pakje paste voor de gelegenheid. Grijs en zwart, een vrouw die haar rol als getroffene, als slachtoffer moest spelen, stond haar goed. Haar make-up was sober en haar kapsel verzorgd, maar zonder fantasietjes die ze zich anders op een feestje wel eens durfde veroorloven.
Ze daalde als een koningin de trap af en ging naar haar bureau om de nieuwsberichten af te wachten. Ze had vandaag geen bezoeken, geen audiënties gepland. Gewoon een dag waar ze wat papierwerk wou doornemen, had ze Rick Stanton verteld. Moest ook maar eens gebeuren had ze hem met een grijns meegedeeld, wetende dat hij wist hoe ze gruwde van dat saai bureauwerk.
Toen de deur van haar bureau langzaam openging en ze de gestalte in de deuropening zag staan, kreeg ze bijna geen adem van schrik toen ze hem zag.



 ……..



            Philip Collins was uiteindelijk na wat zoeken om een plaatsje waar hij zijn autobot kon achterlaten bij de Old World Highest gekomen. Nog een aantal minuten te voet en hij zou plots een uitermate drang hebben om te urineren. Hij hoopte dat zijn toneelspelletje lukte, want hij was een wetenschapper, geen veldagent die dit misschien regelmatig moest doen en veel bedrevener was in misleiding.
            Eigenlijk moest hij in zijn bed liggen, het was een vrije dag voor hem vandaag. Hij had wat overuren geklopt om toch het hoognodige nog af te werken en door die intrigerende grafiek had hij er nog wat uurtjes bijgemaakt. Philip kon het niet laten te geeuwen. Hij voelde zich moe. Het was bijna vier uur in de morgen. Straks werd het bijna licht en zou hij zijn vrije dag een deel moeten verslapen. Gelukkig recupereerde hij vlug en met een paar uurtjes onder zijn dekbed zou hij weer fris en monter tegen een nieuwe dag tegemoet kijken. Dat had zijn loopbaan in De Kelder hem wel geleerd. Aan alles was een positieve kant als je maar ver genoeg zocht, lachte hij in zijn binnenste.
            Mis, zag hij, het was een vrouw! Hij zag de vrouwelijke nachtwaker door de grote glazen ruit van het gelijkvloers achter de balie zitten. Ze was druk bezig met wat ze normaal gezien moest doen, dacht Philip. Hoe zou hij haar aandacht kunnen trekken? Hij had wel geen nachtsleutel en de deuren van de toren gingen ’s morgens maar om 7 uur open voor eventuele bezoekers.
            Iléna had de man al lang gezien vooraleer hij haar opmerkte. Ze keek heimelijk onder de klep van haar kepie zodanig dat…hoe heette hij weer, o ja, Philip Collins het niet echt in de gaten had. De man kwam nader en duwde op de knop van de buitendeurtelefoon.
            ‘Sorry, mag ik even wat vragen?’ Iléna keek gemaakt verbaasd op en duwde op haar paneel op de knop van de deurtelefoon. ‘Meneer, bent u een bewoner, gebruik dan uw sleutelkaart om binnen te komen. De toren is terug open vanaf zeven uur deze morgen.’ De man liet zich echter niet afschepen. Waarom was hij hier, vroeg ze zich gedurig af, waar was het verkeerd gegaan?
            Gekko fluisterde in haar oor. ‘Ik heb de oorzaak gevonden. Er draait een extra programma op de computers van de wetenschappers en bedienden van De Kelder die de gebruikte energie opmeet. Ik zie dat onze vriend hier dat programma heeft geraadpleegd en opgemerkt heeft dat er een toename was van de activiteit vanaf het dak naar de lift en dan naar De Kelder. Het zal hem gealarmeerd hebben. Ik hoop dat hij geen achtergrondtroepen heeft gestuurd anders moeten we helaas de missie afbreken.’
            Philip Collins stond te trappelen van ongeduld. Deed toch alsof. ‘Sorry, nogmaals, maar zou ik even naar het toilet kunnen. Ik moet nog een eind met mijn autobot en blijkbaar heb ik wat teveel koffie gedronken. In een paar minuten ben ik binnen en buiten. Het is echt hééél dringend,’ zei hij, de benen wat ongemakkelijk toeknijpend.
            Hoe zou een nachtwaker reageren, dacht Iléna. Je kon toch zomaar iemand niet binnenlaten. Ze zou het spelletje op haar manier moeten meespelen. ‘Oké, ik kom nader, maar geen geintjes, ik ben bewapend.’

            Philip Collins’ ogen knipperden zenuwachtig, zeker toen ze het wapen vermelde. Hij hoopte maar dat de vrouw eerst vragen stelde vooraleer ze begon te schieten. Hij was beter naar huis gegaan en zich van die grafiek niets aangetrokken. Het speet Philip nu al, maar ja, hij stond nu hier en kon toch niet meer achteruit. Dat zou pas verdacht lijken.

......

copyright Rudi J.P. Lejaeghere


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen