zondag 19 juni 2016

Requiem: Hoofdstuk 48 (2e deel)

           












           Iléna naderde de deur met haar hand op de holster die ze ook geleend had van Peter Jackson. Met haar kepie en doordringende ogen die op dit moment heel streng naar de man aan de deur keken, liet ze een duidelijke lichaamsboodschap na. Ze hield niet van geintjes. Ze zag dat de man begon te zweten. Natuurlijk zou iemand met een dringende boodschap ook kunnen zweten om zo gauw mogelijk hiervan verlost te geraken, maar zij wist dat er een andere reden was.
            ‘Open je vest en draai je om, dat ik zie of je geen wapens verborgen hebt. Oké, goed zo en nu je broekspijpen omhoog.’ De man deed alles wat ze deed. Wat een schoothondje. ‘Laat die broekspijpen nu maar weer zakken, man, het heeft geen zicht,’ plaagde ze de man. ‘Mag ik nu even je pas zien, duw hem maar gewoon tegen het venster.’
Wat Philip dan ook deed.
‘Ik laat je nu binnen, geen geintjes, meneer Collins of dat zal je zuur opbreken. Nadat ze duidelijk zichtbaar voor Philip Collins haar holster opende, zodanig dat ze direct bij haar wapen kon, opende ze de grote deur met de sleutelbos van de nachtwaker. Gelukkig had ze de code onthouden, dus dat was geen probleem. Een nachtwaker die de code van de deur niet kent, zou direct als fake ontmaskerd worden. Ze wees naar de toiletten aan de rechterkant van de balie. ‘Ik riskeer hier mijn job kerel, door je binnen te laten. Dus maak voort.’
            Iléna zag dat de man, niettegenstaande hij bang was, zijn nieuwsgierigheid niet kon onderdrukken. Juist toen hij aan de toiletten kwam, draaide hij zich om.
            ‘Bedankt, mevrouw dat u mij…,’ begon Philip Collins maar stokte in zijn woorden toen hij achter haar iets zag dat blijkbaar niet mocht, gezien de ogen die hij opentrok en toen naar haar hand op haar holster keek.
            Iléna’s blik flitste even achteruit en zag toen ook een van de handen van Peter Jackson uitsteken langs de rand van de balie. Verdomme! Dat was een beginnersfout. Ze trok de Colt Combat Elite met het rozenhouten greep uit de holster en richtte dit op Philip Collins. ‘Ga maar binnen in het toilet…NU,’ zei ze wat luider omdat hij als versteend naar de loop van het pistool aan het kijken was. Toen ze binnen waren, stak ze vlug haar wapen terug in haar holster en paste vliegensvlug een ‘aikido atemi waza’ toe. ‘Atemi’ is op zich niet alleen een vuistslag. De ‘Atemi waza’ zoals Iléna toediende, kon gebruikt worden in het begin van een oefening om zich goed te plaatsen, ook om de verplaatsing mogelijk te maken of kracht mee te geven. Tenslotte kan je ‘Atemi waza’ ook gebruiken als afwerking. Het resultaat was hier dat  Philip Collins als een ledenpop in elkaar zakte en dat was hetgeen ze initieel voor ogen had met haar beweging. Ze sloot hem op in het onderhoudshokje dat zich binnen de toiletten bevond en waar men allerhande sanitair materiaal bewaarde. Ze vond zelfs materiaal om hem te boeien en te knevelen. ‘Sorry, maatje, maar je zal je plas nog wat langer moeten ophouden!’ Ze nam afscheid van Collins door even met de wijsvinger tegen haar kepie te tikken en deed daarop de deur toe. Iléna zou als alles goed afliep een boodschapje op de balie achterlaten waar ze de heer Philip Collins konden vinden. Nu maar hopen dat hij niemand anders had gecontacteerd.
            ‘Probleem opgelost, Gekko.’ liet ze haar contact weten.’ Laat ons hopen dat we geen onverwacht bezoek meer krijgen. ‘Hoe ver zitten Joeri en Nikolaj met hun opdracht?’



……..



            Ik, rode cirkel in de Kami Akai was als een zelfmoordpiloot, een kamikaze door het verkeer gevlogen. Hoe het mogelijk was dat ik geen brokken had gemaakt, het was een echt mirakel. In opperste concentratie had ik mij tussen voertuigen en langs voertuigen gewrongen, de topsnelheid van mijn autobot uitgetest en in een recordtempo mijn autobot bestemming mijn appartement gestuurd. Daar had ik tot mijn consternatie gezien dat Stephen er niet was. Ik vond geen sporen van inbraak of gevecht. Dus hij moest reeds naar het huis van mijn ouders zijn ofwel…ik mocht er niet aan denken, was hij weer ontvoerd.
            Zonder veel nadenken smeet ik mij weer als een waanzinnige in het verkeer en vloog als de wiedeweerga richting ouderlijk huis. Ik besloot om mezelf een paar huizen verder  te parkeren toen ik daar aankwam en de autobot van Stephen zag staan. De andere zwarte geblindeerde autobot die zich in wat verder bevond, deed mij kippenvel krijgen. Hier was hij! Stephen en zijn belager. Ik hoopte enkel maar dat ik op tijd was. Ik had onderweg nog tijd gezien om Ji en Eagle Eye op te trommelen, maar vooraleer die ter plaatse zouden zijn, kon het al allemaal te laat zijn. Ik alleen zou de taak moeten klaren. Zo stond het waarschijnlijk geschreven, het kon geen toeval zijn.
            De voordeur stond op een kier. Het elektronisch slot was intact, maar ik zag dat het alarm af stond. Er was een stukje hardware aangekoppeld waarmee ik vermoedde dat de insluiper binnen was geraakt. Michael was toch dood? Of was dit die andere die Michaels opdracht wou afmaken?  Dit was in korte tijd al de tweede maal dat ik sporen van inbraak tegenkwam. Eerst bij mijn vriendin, nu hier. Geen goed teken! Ik deed mijn schoenen uit en sloop verder door de gang langs de kersenhouten kasten de leefkamer binnen. Ik zag dat een paar zaisu en de kleine teburu omgegooid waren. Een spoor van omvergeworpen voorwerpen leidde naar buiten. De tuin! Ze waren in de tuin. Neen, deze keer zou, gelijk wie de belager was van Stephen niet ontsnappen. Ik deed mijn vest uit om meer bewegingsvrijheid te hebben. Wierp ze op een van de zaisu die nog rechtstond. Er viel een soort kalmte over mij die ik nodig zou hebben voor Stephen uit de handen van die kerel te redden. Maar het was niet alleen kalmte. Binnen in mij borrelde er iets naar boven dat ik moeilijk kon benoemen. Ik had er meer dan genoeg van! Hier, als men het mij gunde, zou ik er een eind aan maken. Tot der dood! Het waren de woorden die door mijn hoofd flitsten. Tot der dood, tot der dood… herhaalde ik steeds in mezelf. Een mantra die me moed en kracht gaf.
            De tuin was op het eerste zicht verlaten. Op mijn blote voeten sloop ik naar het chashitsu, maar ook in het theehuisje was er niemand. Mijn blik draaide zich naar rechts en ik zag door het matte glas van de serre twee gestaltes. Zou ik hem in de serre aanvallen of zou ik hem naar buiten proberen te lokken? Wat was de slimste oplossing? Binnen in de serre had ik minder ruimte om mij te verdedigen of aan te vallen als dat kon. Trouwens al Stephen daar aanwezig was, zou hij als doelwit van zijn belager een zwak punt voor mij zijn. Ik zou niet honderd procent kunnen uitpakken zonder het risico te lopen dat Stephen in het proces ook gewond of zelf gedood werd.
            ‘Hé, daar, …Michael? Of hoe noemen ze je? Is het makkelijk om iemand te doden die zich niet kan verdedigen. Bij ons noemen ze dat lafheid.  Je ben een lafbek! Of durf je niet te vechten tegen een vrouw. Je hebt Stephens zus wel durven doden en twee ouderlingen, die zich niet konden verweren.’
Ik zag de figuur stokken in een beweging, zich omdraaien in mijn richting en daarna in de serre weg en weer lopen. Hij liep van Stephen weg en dan weer terug naar Stephen. Ik veronderstelde dat het Stephen was, want hij was de enige persoon die zich niet bewoog. Als ik het goed in kon schatten, bevond Stephen zich dit ter hoogte van een van de steunen die zich halverwege de serre bevonden. Hij was daar waarschijnlijk aan vastgemaakt, daarom dat hij niet bewoog. Ik hoorde Stephen ook niet antwoordden op mijn geroep. God, het mocht niet waar zijn dat ik te laat was en dat die smeerlap hem al gedood had. Mijn woede probeerde ik met alle macht te onderdrukken en te ventileren in mijn woorden, ik moest Stephens vijand trachten te provoceren.
            ‘Kom naar buiten, moederskindje, dan kan je misschien nog iets leren van een meisje.  Of ben je ook bang voor meisjes. Nou ja je weet wat ze zeggen van mannen met een zwaard. Ze moeten compenseren voor dat een ietwat kleiner dingetje…!’
            De deur van de serre werd opengesmeten, zo hard dat ze uit haar hengsels vloog en het glas in stukken in het rond vlogen. Gelukkig stond ik ver genoeg en werd ik niet geraakt door de rondvliegende stukken. In het midden van de deur stond een Euraziaat in een zwart pak. In zijn rechterhand had hij de Nihonto vast in een vuist waarvan de knokkels wit zagen van de druk die hij erop uitoefende. De woede stond in zijn ogen te lezen. Hij spoog zijn woorden uit als gifpijlen.
‘Krijg de tering, je bent ook overal waar je niet moet zijn. Stephen is van mij! Hij moet boeten, maar eerst zal ik jou eens een lesje leren. Het zal de laatste keer zijn dat je een Engel een lafaard noemt. Ik ben uitverkoren en niemand zal dit offer van me wegnemen. Men heeft het me beloofd.’
            Ik zuchtte opgelucht. Dit wou zeggen dat Stephen nog leefde. En voor de rest was het praat van een waanzinnige psychopaat. Ik kon achter Michael nog juist de gestalte van Stephen ontwaren. Hij was inderdaad geboeid aan een van de steunen van de serre. Gekneveld zag ik van waar ik stond de woede in zijn ogen schitteren. Nu had ik andere prioriteiten maar als ik dit tot een goed einde kon brengen, zou ik Stephen inwijden in de Kami Akai. Die lieve beer had dringend nood aan een manier om zich tegen zijn vijanden te weren.
            ‘Beloofd, pfff! Je bent het schorremorrie van het vuilste wat ik ooit onder mijn schoen heb verpletterd. Een kakkerlak, een luis. Een gewone moordenaar, neen, sorry een smeerlap van een vent die weerloze mensen vermoord. Onschuldige slachtoffers maken, die zich amper kunnen verweren. Oh ja, je moet ze eerst nog verdoven, bang dat ze je ze niet meester kan. Of ben je bang van de woorden die ze je naar het hoofd zouden slingeren. Zouden woorden je boos maken, moederskindje!’ Alles wat me maar in mijn gedachten kwam om hem te kwetsen, te vernederen vloog als etter uit mijn mond. Ik spuwde haat en ademde zijn vertwijfeling die ik las in zijn ogen met genoegen in.

            Michael twijfelde! Wat een vrouw was dat? Hij kende ze wel. Die zwartharige feeks was de dochter van dat oude koppel dat hij uit de serre had ontvoerd. Ze hadden het voor hun ouderdom nog lang gemaakt. Vele jongere slachtoffers hadden het eerder begeven en gesmeekt bij de eerste druppel bloed die ze zagen. Haar ouders waren dapper gestorven, maar dat zou hij haar niet vertellen. Die feeks was het niet waard. Wat zij allemaal naar zijn hoofd slingerde. Hij wou zijn vingers in zijn oren stoppen om het allemaal niet meer te horen maar dan zou hij zijn wapen moeten loslaten. Neen, hij zou dat tengere ding eens een lesje leren!

copyright Rudi J.P. Lejaeghere


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen