Stilte na de storm
Ik schrik door licht en scherpe flitsen een ogenblik is het glashelder en klaar alsof de duisternis is opgeslorpt in mijn hoofd zie ik nu afgelijnd de dingen mijn adem inhoudend tel ik het na en krimp bij het onverwachte het uitbreken van een krakende donder in mijn oor slaat een hamer fel het dak kreunt onder het sleuren en het wilde snokken van de wind mijn hart doet de geluiden na en slaat als een gek op hol zo slaat het weer en striemt het in regen de hagel springt de goten uit het water giet met stromen de angst vloeit uit mijn ogen de bomen buigen nederig voor vlagen zij die het niet willen spattend kraken ontkleed van tak en bladeren de naakte waarheid zo dicht nabij ...