zondag 15 maart 2015

Requiem: Hoofdstuk 16








16



            Hij had al vijf kopjes thee of yunomi ocha uit de kyûsu, de typische Japanse theepot gegoten. Zijn keuze viel zoals altijd op de voor hem lekkerste theesoort, de gyokuro. Een thee die water vereiste van rond de 55 graden, veel minder heet dan andere soorten. Vijf kopjes was voor hem niet echt veel. Thee was voor hem telkens weer een nieuwe ontdekking. Ergens binnen in zijn hoofd, in een kamer die nauwelijks toegankelijk was klonk soms een ander woord door. Iets anders dan thee, zuiders en zwart, zo zwart als de zielen van de zondaars. Hij las het woord koffie in zijn gedachten en het zei hem helemaal niets, hij zou er nooit van proeven. Cha, het Japanse woord voor thee vooraan verlengd met de o betekende letterlijk en figuurlijk voor hem ‘uw eerbiedwaardige thee’. Hij kon er niet genoeg van krijgen.
            Zonder het te beseffen wist hij niet waar hij deze feiten ooit had geleerd, maar blijkbaar kon hij veel omtrent thee en het theezetten vertellen. De feiten doken zomaar op uit zijn geheugen. Een van die feiten was dat vele theesoorten meestal van dezelfde plant kwamen, namelijk de Camelia Sinensis en dat de verschillende variëteiten ontstonden door de hoeveelheid zon die de plant kreeg. Ook de pluk van de blaadjes in diverse seizoenen kon juist om die reden een proefbaar smaakverschil doen ontstaan. Zelfs ná de pluk konden bij de fermentatie, een enzymatisch oxidatieproces, nog verschillen in de smaak optreden en dit naargelang de hoeveelheid sappen die men uit de blaadjes haalde. De fermentatie werd gestopt door de ketel waarin alles gebeurt te verhitten of er stoom aan toe te voegen.
            Maar dat was nog niet alles. Wanneer men dit in een vroeg stadium deed, bekwam men de ‘sencha’, een zeer lichte gefermenteerde thee. Men had ook nog de ‘bancha’ waarbij de blaadjes in de nazomer werden geplukt. Deze thee is dan ook meestal een minder geapprecieerde soort. De gyokuro daarentegen, een duurdere theesoort, waarvan de plant het best gedijde in de schaduw of in een minder lichtrijke omgeving en waarvan de eerste blaadjes van de lenteoogst werd gebruikt, was zijn persoonlijke favoriet.
            Voor deze soort gebruikte je meestal twee eetlepels blaadjes  op een hoeveelheid van 120 milliliter water, maar je kon met dezelfde hoeveelheid theeblaadjes meerdere malen thee zetten. Je had ook ‘genmaicha’ een mengsel van theeblaadjes en  geroosterde bruine rijst en ‘hôjicha’ een soort die bestond uit theeblaadjes die men roostert. Voor de Japanse theeceremonie, bij iedereen welbekend, werd echter een soort poederthee gebruikt. Men heette deze ‘matcha’. Allemaal ronkende namen die voor hem als het ware geen geheimen meer hadden.
            Het waren allemaal weetjes die door zijn hoofd maalden terwijl hij luisterde naar de gesprekken in het hotel Oji aan de overkant. Hij was veel te weten gekomen in een korte tijd. Het groepje van twee was verdubbeld en zijn stemmen hadden hem nieuwe instructies gegeven.

            Deze mensen zijn onze vijanden. Onze vijanden zijn ook jouw vijanden! Ze zijn gevaarlijk en kunnen onze veiligheid in gedrang brengen. Je zal ze één voor één moeten uitschakelen. Ze steken hun neus in zaken die alleen voor ingewijden zijn. Zaken die enkel bestemd zijn voor jou, onze Engel en voor ons. Luister goed naar hen, probeer te  weten te komen hoever ze met hun onderzoek staan en schakel ze dan uit. Jij alleen bent de uitverkorene. We rekenen op jou. Zoals altijd.

            Hij voelde zich goed en gerustgesteld als hij de stemmen hoorde. Daarom bestelde hij nog een kyûsu gyokuro. Enkele kopjes thee zou het nog wel duren vooraleer hij in actie kon komen en indien nodig was het toilet heel dichtbij.



……..



            Markus Moore, Clint Ellory, Walter Fallon en Jack Sterlington zaten samen in de kamer in De Kelder. Ze waren, de een al meer  dan de ander, gefrustreerd vanwege de groepsvorming in het Oji Hotel. Dat de Veiligheidsdienst een onderzoek voerde naar de moordaanslagen, het was hun job en langs die kant vreesde Jack Sterlington niet veel. Maar vier gewone burgers, waarvan drie personen dan nog van de Nieuwe Wereld was iets nieuws voor hem.
            ‘Ik had het liever niet gehad, maar de senator heeft bevolen dat Stephen March moet verdwijnen. Hij heeft verdomd veel eigenschappen geërfd van zijn vader, dat mag je wel zeggen. Weet je wat ze zei?’
            De stilte die volgde deed hem automatisch verder vertellen. Blijkbaar zagen zijn compagnons dat de beslissing van de senator naar wie hij refereerde hem niet echt blij maakte.
            ‘Daarom moet hij hetzelfde lot ondergaan.. Waarbij ze onbewogen eraan toevoegde dat een schielijk overlijden ten gevolge van een ongeval, jammer voor ons diplomatiek corps zou zijn. Maar mensen zoals de heer March met een lange neus waren een bedreiging voor haar plannen. En misschien niet alleen een bedreiging voor haar maar ook voor ons saldo op onze  bankrekening.’ Hij stopte even en zag de impact van zijn uitleg. ‘Dat waren letterlijk haar woorden Heeft iedereen dit goed begrepen?’ Jack Sterlington keek even rond. ‘We zullen er het beste moeten van maken, wat kunnen we anders?’ Zelf Clint die nu met de helm opzat, knikte met enige aarzeling bevestigend.
            Jack Sterlington keek bezorgd naar het scherm. De senator was een vrouw en had veel invloed in de politieke wereld. Ergens had Jack respect voor de geslepenheid van de senator. Een project op poten zetten zoals ‘Michael’ zonder dat zijn omgeving en haar collega’s daarvan op de hoogte waren, je moest het maar doen. De senator wist veel van Jack en zijn team en over hun verleden, maar dat stoorde hen niet. De senator was niet onsterfelijk.
            Jack Sterlington was het gewoon bedreigd te worden door machtige mannen en vrouwen. Het was zijn beroep en zonder die constante kick van het gevaar zou hij niet kunnen leven. Daarom nam hij iedere dreigement dan ook met het gepaste respect ter harte en zou hij ten gepaste tijde daarop met de nodige acties reageren. Als het nodig was zou hij ook de sporen van het team kunnen uitwissen, zelf als die zouden leiden naar een belangrijk senator van de Verenigde Staten van de Westerse Gemeenschap.



……..



            De moordenaar in het wit met bloed doorweekt gewaad kwam een moment heel dicht in close-up. Donkere ogen keken onbevreesd en arrogant in de lens. Het waren de ogen van een waanzinnige, schoot het door mijn gedachten. Ik veronderstelde dat hij de opnameapparatuur bijstelde, want wij hoorden nu duidelijk een gesteun en gekreun. Het was Suzy Chang die in haar toegetakelde toestand door de knevel heen onverstaanbare woorden probeerde te spreken. De tranen liepen over haar wangen.
            Zij was over haar ganse lichaam met snijwonden gekerfd waaruit het bloed in kleine stroompjes over haar lichaam liep. Toen de man zich terug verwijderde van de camera zagen we duidelijk het wapen in zijn hand. Hij bewoog het met een soort sierlijke gratie. Niemand van ons twijfelde eraan dat hij het wapen ook met dodelijke trefzekerheid kon hanteren. We zagen helaas het resultaat van zijn kunde op het scherm.
            ‘Nihonto,’ fluisterde Ji Lang onder de indruk van de man met het wapen. Ji Lang wist waarvan hij sprak. Hij was naast Rode Cirkel in de Kami Akai ook een begenadigd meester in het hanteren van de Nihonto. Ik had nooit de voorkeur gehad voor het gevecht met een wapen. Mijn lichaam had aan zichzelf als wapen genoeg. We hoorden allen ook op hetzelfde moment de achtergrondmuziek.

Hostias et precis tibi, Domini
laudis offerimus.
Tu suscipe pro animabus illis,
quarum hodie memoriam facimus.
Fac eas, Domine,
de morte transire ad vitam,
quam olim Abrahae promisisti et
semini eius.

            Ik hoorde Gekko vertalen in het oortje. Woorden volledig uit hun context gerukt. Een onmiskenbaar doodsvonnis dat uitgesproken werd voor de vrouw op de achtergrond.

Wij dragen u offer en dankgebeden op, Heer
wil ze aanvaarden tot heil van de zielen
die wij heden gedenken.
Laat hen, Heer, van de dood
overgaan naar het leven,
zoals Gij eertijds Abraham en zijn
nakomelingen beloofde

            Een rilling liep mij over de rug, het was een van de lievelingsstukken van mijn ouders, het Requiem van Mozart. God, wat een klootzak van een vent om zo’n mooi meesterstuk als achtergrond te gebruiken voor een moord. Ik zou nooit meer die muziek kunnen beluisteren zonder aan deze beelden te denken. Hij danste op de maat van de muziek en zwaaide met zijn wapen voor de camera. Even verdween hij uit beeld, maar dan verscheen hij plots weer en stopte midden in een van zijn gracieuze bewegingen. We hielden werktuiglijk onze adem in. Hij kwam voor de camera staan, zodat we zijn woorden duidelijk hoorden en hij het zicht blokkeerde op de stervende Suzy.
            ‘Stephen March, ik vervloek je! Vrees mijn toorn, want ik ben de rechter en de beul die alle beloofde offers naar de Heer zal brengen. Luister naar mijn gebed, tot de Heer zal al het vlees komen. Je bent zoals velen een bok tussen de schapen, net zoals alle zondaars die zich over hun zonden berouwden en die ik daarom vergiffenis heb geschonken in de dood.  Zo zal ik ook jou die mogelijkheid bieden. Enkel en alleen op het moment dat ik mijn zwaard op je keel leg en je schreiend om genade zal smeken. Dan pas zal ik je naar het licht leiden. Ik ben zijn Engel Michael en zal iedereen die het verdient in de dood leiden naar het licht of… naar de hel! Als alle vervloekten uitgestoten zullen zijn en in de vlammen vergaan, zal Hij mij tot de gezegenden roepen. Dat is mij beloofd door de Wittel Engel.’
            Hij verdween even uit het beeld, het scherm viel een paar tellen uit. Een anticlimax waarin we allemaal verbaasd naar elkaar keken. Toen kwamen de beelden terug en die Michael zoals hij zichzelf heette, kwam wat verder links weer terug in zicht. Zwaaiend en dansend in zijn macabere dodendans. Mijn gevoel zei dat er iets dat niet klopte, maar hoe goed ik ook keek, ik kon er op dit moment de vinger niet op leggen. Ik was te geschokt en mijn verstand was verstard door de verschrikkelijke beelden.
            Niettegenstaande het besef van het onvermijdelijke, schrokken we toch nog alle drie toen hij de genadeslag gaf aan Suzy Chang en het hoofd van haar romp scheidde. De camera nam alle beelden genadeloos tot het bittere einde op terwijl de moordenaar weer uit het beeld verdween en een poos later de camera inzoomde op het levenloze hoofd van Suzy Chang. Het gemassacreerde gezicht vertrokken in een laatste schreeuw, een schreeuw waarvan we alle drie getuige waren geweest, staarde ons beschuldigend aan. De knevel was bij de doodslag afgevallen. De ogen gebroken, doorbloed. Er werd uitgezoomd en het beeld werd zwart.
            Niemand sprak een woord. Eagle Eye zat met zijn handen voor zijn ogen en Ji Lang zat stokstijf met de vuisten zo hard gebald, dat de knokkels van zijn handen wit trokken. Ik weende stil. Zo een wreedheid!
            Moesten wij die beelden aan Stephen laten zien? Zou de hypnotische suggestie van Eagle Eye voldoende zijn om geen trauma’s bij hem te veroorzaken. Wij waren zelf zo intens geschrokken dat we tijd nodig hadden om dit te verwerken. Toch bleef er een stem in mijn hoofd zeuren dat er iets niet klopte. Suzy Chang was dood en vermoord, daar was geen twijfel over. Ik concentreerde mij op dat gevoel, dat was mijn reddingslijn, mijn binding met de normale wereld, een wereld waar zo’n waanzin geen plaats vond. Of toch? Het was Ji die als eerste de stilte verbrak.
            ‘Ik vermoord de schoft. Als ik dat beest onder handen krijg dan, dan….’, hij kreeg gewoon van woede en ontzetting zijn woorden niet gezegd. Eagle Eye nam zijn handen weg van zijn gezicht. Ik zag dat zijn wangen vochtig waren. Hier was geen plaats voor machogedrag. We waren getuige geweest van zo’n onmenselijk gedrag dat we dit niet zomaar in een-twee-drie in een in een hoekje of een kamertje van ons hoofd konden wegduwen.
            Toen een stille stem achter ons sprak, schrokken we ons allemaal rot. ‘Heb ik geslapen? Hoe lang heb ik geslapen? Is de hypnose gelukt, Eagle Eye?’ Stephen stond in de deuropening van zijn slaapkamer en wreef de laatste slaap uit zijn ogen.


copyright Rudi J.P. Lejaeghere

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen