zaterdag 9 januari 2016

Requiem: Hoofdstuk 38 (2e deel)














..........


            Het was een goed plan, maar het moeilijkste deel van gans de operatie zou zijn om veilig en wel bij de CCD te geraken en al trainden Joeri en Nikolaj hier al een tijdje op, onvoorziene omstandigheden waren nooit uitgesloten. Lucy zat vooral met de vraag: ‘En wat daarna!’ Het zou waarschijnlijk een hele tijd duren vooraleer de mensen die verantwoordelijk waren voor de verspreiding van de chips een nieuw systeem op poten hadden gezet. Maar uiteindelijk zou men het weer proberen. De mens was een gewoontedier en verviel altijd weer zowel in zijn goede als slechte gewoontes.
            Gekko had haar verzekerd dat daar ook aan gewerkt werd. Een diplomaat uit hun eigen land was op dit ogenblik al zijn bronnen aan het aanwenden om de naam van de hoofdschuldigen te vinden en voor het gerecht te brengen. Hij vertelde er wel niet bij dat de oplossing van dit probleem waarvoor Stephen March zou proberen te zorgen nog lang niet zeker was.



……..



            Philip Collins en Jim McFinster hadden er een drukke tijd opzitten. De productie van de CB-chip had hun werkschema praktisch verdubbeld. Er was bijna geen tijd meer over om te slapen. De liters koffie en de medicatie die ze ten langen leste slikten om langer wakker  te kunnen blijven, hadden het afbraakwerk in hun lichaam gedaan. Ze waren hyper gestrest en liepen constant op de toppen van hun tenen. Beiden probeerden zo min mogelijk op elkaars werkterrein tussen te komen, juist om die reden. Ze hadden ondervonden dat als ze dat niet deden, kleine meningsverschillen uitgroeiden tot vlammende ruzies en een paar keer zelfs tot een handgemeen. De senator had hen verschillende keren tot de orde moeten roepen maar daarmee was de oorzaak van deze strubbelingen niet weggenomen. Ze had hen gepusht tot het onmogelijke. “De deadline halen” had iedere nacht in grote neonletters in hun dromen geschenen en had er steeds weer kortere nachtmerries van gemaakt. De uren slaap die ze misten eisten hun tol.
            De senator was steeds weer met nieuwe eisen gekomen. Er was altijd wel iets dat ze net niet goed genoeg vond of iets dat volgens haar wat minder of meer prioriteit had in de mogelijkheden van de Cyborg-chip. Het feit dat zij geen wetenschapper was en dat haar begrip van de biogenetica, nanotechnologie en fysica maar die van een leek was, botste met de doorwinterde en ervaren kennis van Philip en Jim. Dit had zowel haar als hun tweeën tegen de muren doen oplopen van frustratie. ‘Het Kreng’ had Jim haar gedoopt, een naam die ze met verve droeg en steeds weer onderschreef wanneer ze hun een bezoekje bracht in De Kelder.
            Nu was de chip eindelijk, min of meer, naar haar ideeën aangepast en was ze ‘gematigd’ tevreden. Jim had een foto van de senator op de binnenkant van de deur van zijn kastje geplakt waar hij regelmatig darts op speelde, enkel en alleen al het idee dat hij een pijl in haar oog of neusgat kon werpen was voor hem een bull’s eye!
            Maar vandaag waren ze al heel wat stappen verder. Zowel de productie, als de injectieronde bij de elitetroepen was een voldongen feit. Jim en Philip wisten niet hoe de senator het hoofd van de strijdkrachten zover had  gekregen om dit te bewerkstelligen. Ze wisten beiden dat dit buiten de geijkte kanalen gebeurde. Het kreng had van iedereen een dossier en ze wist van elk de kleinste en onbelangrijkste dingen, maar die haar op het juiste moment weer een voordeel zou verschaffen als ze iets nodig had van die persoon. Zowel Jim als Philip spraken uit ervaring.
            Vandaag klonken ze elkaar toe met een erlenmeyer waar zich een goudachtige vloeistof in glinsterde die veel weg had van whisky. De opdracht voor hen was eindelijk voorbij. De senator had voor de opvolging van de CB-chip een speciaal team ingehuurd die overdag de CCD bemande. Haar eigen mensen die ze meer vertrouwde dan haar wetenschappers van dienst, zouden de verdere afwikkeling van het project controleren.
            ‘Ik klink op de overwinning van de wetenschappers op de politiekers,’ zei Philip. Jim keek hem nogal verbaasd aan.
            ‘Overwinning? Hoe kan je dat als een overwinning zien,’ reageerde Jim McFinster. We hebben ons uit de voegen gewerkt. Ik denk dat ik soms met mijn ogen open slaap. Die politieker in kwestie heeft ons alle hoeken van ons labo laten zien en nog veel meer. Blij dat dit project voor ons voorbij is! Ja, dat zou ik vooral willen zeggen. Hoe kan je dat nu als een zege zien, man, je verstand is aangetast door de lange uren labo de laatste weken.’
            Philip Collins schudde zijn hoofd. Natuurlijk dat zijn collega dit met zijn beperkte visie niet had gezien. Maar Philip die altijd de intelligentste van de twee geweest was en ook diegene die het meest contact onderhield met de senator, had op eigen houtje iets verwezenlijkt waar hij toch wel trots op was.
            Hij zette zijn viewer op en gaf er ook een aan Jim. Philip toetste op het virtuele beeld van het klavier een aantal combinaties in en er kwam een blauwprint boven die Jim herkende. Het was het stukje waar ze de laatste tijd hun ziel hadden in gelegd. De uitvergrote blauwprint van de CB-chip verscheen voor hun ogen.
            ‘Nou ja,’ zei Jim, ‘beste vriend, ik heb dit al genoeg gezien of toch de delen waarvoor ik verantwoordelijk voor was. Ik ben het zelfs beu gezien. Wat wil je me duidelijk maken, heb ik iets over het hoofd gezien, want dat geloof ik niet. Alles heb ik uitgetest en nog eens uitgetest. Mijn deel werkt naar behoren.’
            ‘Ach nee,’ lachte Philip nu om de reactie van Jim, ‘wees gerust, daarover ben ik het honderd procent met je eens, je hebt geleverd wat men gevraagd heeft. Maar ik heb iets meer geleverd dan nodig was, begrijp je?’
            Jim was nu helemaal het noorden kwijt. Wat bedoelde die Philip nu weer. Hij had het altijd al een vreemde kwast gevonden die teveel rond de rokken van de senator draaide. Welke streek had die hem nu geleverd? ‘Verklaar je nader, want voor mij is dit koeterwaals?’ Jim was bang dat Philip hem een streek had geleverd die hem in een slecht daglicht kon stellen en de erlenmeyers met de whisky stond reeds aan de kant.
            ‘Mijn beste Jim. Ik vertrouw de senator voor geen haar, net zoals jij. Neen, kijk maar niet zo verbaasd. Het is niet omdat ik steeds opgetrommeld werd en de boodschapper was van zo vele opdrachten dat ik het mens geloof met al haar mooie woorden en beloftes. Kijk hier, zie je deze verbinding. Het is de verbinding naar het deel van de zenuwen die men de nociceptoren noemt. Je weet evengoed als ik dat er twee primaire nociceptieve zenuwbanen zijn, namelijk adelta en C-zenuwen. Ze reageren enerzijds op mechanothermale receptoren en anderzijds op thermale, mechanische en chemische stimuli. De waarden zijn hier zo hoog ingesteld dat het lichaam tegen heel wat meer pijn kan. Wat voor onze elitesoldaten nodig zal zijn als ze op het slagveld gezonden worden. Ik heb er echter wel een grapje mee uitgehaald!’ Philip kon zich bijna niet beheersen, hij kreeg de slappe lach. ‘Sorry, Jim, je gezicht,…misschien heeft het werk aan de CB-chip mij wel wat gek gemaakt maar ik vond dat een kleine wraakneming op ‘Het Kreng’ niet ongepast was. Weet je tegen welke marteling onze helden met de CB-chip absoluut niet kunnen.’
            Jim fronste bedenkelijk de wenkbrauwen. ‘Vertel me niet dat je hebt zitten klooien in een miljardenproject. Wat heb je uitgespookt? Kom vertel op.’
            ‘Kietelen, collega, ze zijn totaal maar dan ook totaal allergisch tegen kietelen. Geef toe, wie kietelt er nu iemand dood. Ik denk niet dat het kan. Maar als iemand hen op de juiste plaatsen kietelt zullen ze peentjes zweten van het lachen. Meer dan iemand die overgevoelig is voor zo’n praktijken. Geef toe, Jim, dit is toch een goeie. Om te lachen, man!’
            Jim kon er echter absoluut niet om lachen. ‘Besef je wel, wat je gedaan hebt. Als de senator dat te weten komt, dan…verdwijnen we in de vergeetput.’
            Jim McFinster was bang uitgevallen en dat wist Philip. Zijn grap was totaal geslaagd!
            ‘Jim, jij  gelooft toch alles wat ik vertel. Man, dacht je nu echt dat ik dat zou doen. Geef toe, ik heb je toch goed liggen.’ Philip begon weer te lachen en nam de erlenmeyer weer in zijn hand en stak hem naar Jim toe. ‘Sorry, Jim, het was maar een grap. Maar stel je het gewoon voor, dat het waar was geweest. Je vijand dood kietelen op het slagveld. Je hebt geen wapens meer nodig, enkel een paar gevoelige handen en een welwillend slachtoffer.’
            Jim zag voor zijn ogen een tot tanden toe bewapende soldaat met blote voeten en de vijand met een veer die…nu begon hij ook te giechelen. Het brak de spanning en algauw lagen ze alle twee bijna dubbel van het lachen. De erlenmeyers werden bijgevuld en de spanning tussen hen beiden was volledig weg bij hun derde toast.

copyright Rudi J.P. Lejaeghere






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen