maandag 21 maart 2016

Requiem: Hoofdstuk 42 (2e deel)













……..



            Er komt een ogenblik in een leven dat men het gewoon opgeeft. Stephen March was al verschillende malen bezocht geweest door Michael. Iedere keer had de man een nieuwe manier gevonden om hem te folteren. Stephen was een man uit één stuk, een beer van een vent. Maar op een bepaald moment, na alle strijd die je levert en niettegenstaande de hoop die je koestert in het diepst van je gedachten op een miraculeuze redding, geef je het op. Niettegenstaande Michael hem steeds iets te drinken gaf, had hij nog geen voedsel gekregen. Hij voelde zich zo verzwakt dat hij nauwelijks op zijn benen kon staan.
            Hij hing verslagen in zijn boeien. Het hoofd gebogen, de kin rustend op de borst. Overgegeven aan de genade van zijn folteraar. Zijn adem stokte verschillend malen en hernam zich weer in een hijgend ritme. Zijn hartslag was onregelmatig. Hij had hartoverslagen vanwege de stroomstoten die Michael hem had bij verschillende gelegenheden had gegeven. Hij was ten dode opgeschreven dacht hij en wat het ergste was…hij had alle hoop laten varen. De volgende maal zou hij smeken met al wat nog in zijn lijf aanwezig was om het einde. De pijn die door zijn lichaam trok, zijn gedachten die hem geen alternatief voorschotelden, lag aan de oorsprong van zijn huidige mentale toestand.
Als een mens kon je veel weerstand bieden, maar op een bepaald moment had iedereen zijn grens bereikt. Stephen had het lang uitgehouden, niet lang genoeg volgens zijn eigen normen had hij op sommige momenten gedacht, maar er waren mensen die bepaalde martelingen niet zouden overleefd hebben die hij wel had doorstaan. Je kon niet zeggen met succes. Want datgene wat hij nu meemaakte, aardde uit in een onvermijdelijke nederlaag en zou uiteindelijk resulteren in zijn dood, net zoals Michael hem had gezegd.
Hij had afscheid genomen van zijn leven zoals hij het kende, ook van zijn ontluikende liefde voor Yukiko. Het deed hem pijn maar niemand wist waar hij was. Anders zou hij hier niet geradbraakt hangen. Hoelang al? Stephen had nieuwe vrienden gemaakt in de Nieuwe Wereld. Speciale mensen waar hij ook een bijzondere genegenheid voor had ontwikkeld. Ook van deze mensen had hij reeds in zijn gedachten afscheid genomen. Eagle Eye, de Afrikaanse leeuw met zijn gouden hart. Ji, de partner van Jérome Shumbwa, vriend van Yukiko, Rode Cirkel in de Kami Akai net zoals Yu, waar hij verliefd op was geworden.  Eén voor één had hij ze in gedachten bedankt voor alles. Jammer voor hen dat het voor niets zou zijn geweest.
Voor de zoveelste keer sprong het licht aan en kwam de moordenaar binnen. Stephen hief met inspanning zijn hoofd op en zag dat Michael deze keer zijn zwaard, de Nihonto, bij zich had. Hij had een laken als een cape met een kap over zich gedrapeerd waarbij uit twee gaten waar de ogen zich bevonden een dodelijke blik op hem werd geworpen. Stephen slaakte een diepe zucht. ‘Eindelijk,’ fluisterde hij, hoorbaar voor zijn folteraar.
Michael keek hem even verward aan. De reactie van zijn slachtoffer stond hem niet aan. Hij was gewoon aan het karakteristieke smeken, het aanbieden van alles wat het slachtoffer maar kon bedenken om zijn leven te sparen. Dit waren niet de woorden van iemand die gered wou worden.
‘Alsjeblieft, maak er een einde aan. Het geeft niet. Ik ben er klaar voor!’. Langs de wangen van Stephen liepen tranen. Tranen van verdriet om al de mensen die hem voor waren gegaan, hij had geen verschil kunnen maken. Dat vond hij heel jammer.
Michael liet de Nihonto die hij bij zijn binnenkomst klaar had gehouden om tot actie over te gaan wat zakken en trok het laken over zijn hoofd en smeet het met een woedende beweging achter zich weg. Neen, dit ging verkeerd. Stephen March moest wenen en smeken om genade. Hij moest om vergiffenis vragen voor zijn zonden. De Witte Engel had Stephen aan hem overgeleverd als het nageslacht van de zondaar die haar lang geleden in de wielen had gereden. Michael twijfelde! Hij was van plan geweest om er nu een einde aan te maken. Hij zou Stephen beetje bij beetje gevild hebben. Zijn vingers een voor een verwijderd hebben met het korte mes dat hij in zijn broeksband droeg. Dan zou hij hem met zijn Nihonto aangeraakt hebben. Korte aaien met zijn vlijmscherp wapen die hem zouden pijnigen maar niet direct doden. Maar nog voor het moment dat hij zijn plan tot uitvoeren kon brengen smeekte die man om de dood. Michael begreep die reactie niet.
Nog minder begreep hij dat de deur met een geweldige kracht uit zijn voegen vloog en geplooid in een hoek van de kamer weg werd geslingerd. Een Japanner stond in de deuropening naar hem te kijken. In zijn rechterhand lag de Ishime Kiku Tamahagane  met het bordeauxkleurig handvat. Het was het reservewapen van Michael. Hij had zelf nog een derde zwaard, een Tamahagane Unokubi  Zukuri waarmee hij nooit vocht omdat het te waardevol was. Hij verkoos zijn Ishime Mokko Tamahagane met het blauwe handvat. Dit zwaard was ietsje zwaarder dan de Kiku. Zo’n honderd vijfentwintig gram maar dat maakte voor hem soms juist het verschil. Een betere balans en bij de juiste handeling een grotere slagkracht. Deze feiten schoten door zijn gedachten omdat hij wist, neen hij het zag in de ogen van de man in de deuropening, dat die voor ‘hem’ kwam.
‘Wie ben jij en wat kom je hier doen. Je beledigt me in mijn eigen huis om mij met mijn eigen zwaard te bedreigen?’ verwoordde Michael het heel bondig terwijl hij zich in een aanvallende houding positioneerde en het snijvlak van zijn Nihonto naar de man draaide. Een vijandelijk signaal dat hij als eerste waarschuwing aan de vreemdeling gaf.
            De man deed nauwelijks geïntimideerd  een stap voorwaarts en Michael zag dat ook zijn zwaardsnede in de richting van Michael gedraaid was. ‘Ik ben je opvolger! Je hebt je tijd gehad en je doel gediend. Waarom hield je je niet aan je instructies? Je bent een doorgedraaide psychopaat voor zover ik heb gehoord. De Witte Engel kan je niet meer vertrouwen. Ik geef je het voordeel van de eerste slag. Dat is de enige genade die “ik” je zal geven. Wees klaar om te sterven!’
            Stephen had dit allemaal met open mond gadegeslagen. Was dit voor hem positief of zou hij van de regen in de drup komen? Gelukkig bevond hij zich met zijn rug tegen een muur van de kamer en namen de protagonisten een positie in links en rechts van hem. Hij was gefascineerd door het schitteren van de bladsnede van hun wapens waarin het licht weerkaatst werd. Hij was doodvermoeid , klaar om de dood in de ogen te kijken en plots stond de wereld op zijn kop en keek zijn belager naar een tegenstander die op het eerste zich niet met zich zou laten spotten.
            Michael, rood van opwinding en woede viel de vreemdeling aan. Die pareerde zijn slag met zo’n gemak alsof hij die van uren ver had zien aankomen. Het deed Stephen goed om Michaels verbazing te bemerken. Toen begon het gevecht pas echt. De geluiden van botsende klingen, de zwierende bijna dansende bewegingen van de beide krijgers. De vreemdeling had Michael enigszins onderschat. Woede en waanzin was onberekenbaar en kon voor verrassingen zorgen. Michael was een wervelwind, maar de vreemdeling deed niet onder voor hem. Verschillende slagen sloegen zo dicht bij Stephen in, dat hij met al de kracht die nog in zijn lichaam zat, zich zo dicht mogelijk tegen de muur drukte. Michael draaide iets te ver door in een slag en raakte de ketting waarmee Stephen vastgemaakt was.
            De vreemdeling had Michael een kleine wonde toegebracht aan zijn rechterschouder. Het bloed liep over Michaels borst, maar blijkbaar was het niet levensbedreigend want Michaels aanvallen werden driester en volgden elkaar in frequentie vlugger op. De vreemdeling was weliswaar niet in de verdediging gedrongen, maar hield zich op dit moment enkel bezig met het pareren van de Nihonto van Michael. Als hij een goede kans zag probeerde hij een korte aanvalsstoot. Eenmaal was hij er al in geslaagd om de verdediging van Michael te doorbreken met de kleine wonde als resultaat.
            Stephen had gezien dat de ketting door de slag vervormd was en als hij er bij zou kunnen zou hij de schakels uit elkaar kunnen halen. Maar die twee vechters draaiden zo vlug rond elkaar dat hij het zeker met de dood zou bekopen als hij zich naar het midden van de ruimte zou wagen. Plots gleed Michael uit, maar kon in een laatste moment zijn wapen voor hem houden om de doodslag te pareren die de vreemdeling hem wou toebrengen. De man had zijn knie in de buik van Michael geduwd en de twee zwaarden duwden in een krachtproef tegen elkaar wat een sinister metaalachtig geluid maakte.
            Nu, dacht Stephen! Hij nam de beschadigde ketting, maar met zijn bevende handen en zijn verzwakte lichaam duurde het veel te lang. Toch kreeg hij de schakel los en hinkte weer naar de muur waar hij de ketting door de lus in het plafond naar hem toe trok. Michael had de man weer van zich af kunnen duwen en het gevecht was weer in alle hevigheid losgebarsten. De vonken sprongen er soms af, zo krachtig raakten de zwaarden elkaar. De twee vechters waren volgens Stephen aan elkaar gewaagd, maar dat maakte zijn rekening niet. Hij probeerde steeds als ze het verst van hem verwijderd waren om de koorden rond zijn voeten los te maken. Zijn vingers hadden geen kracht en de knopen waren vakkundig gemaakt. Toch beetje per beetje losten ze. Op een bepaald moment had hij ze open. Net toen een van de Nihonto’s op een paar centimeter voor zijn gezicht zwaaide. Stephens hart klopte als een razende in zijn keel. Hij was niet zover gekomen om nu nog als bij toeval gewond te geraken of zelfs gedood te worden. Stephen had weer dat sprankje hoop. Hij had het nooit durven dromen. Op de drempel van de dood had hij gestaan en had in de afgrond gekeken en het aanvaard. Nu was het mogelijks anders met een beetje geluk. Hij probeerde een paar passen links en rechts terwijl hij steunde langs de muur. Zijn benen waren heel zwak, maar het moest lukken. Meer en meer begon de Japanner zijn strategie te veranderen. Als het ware had hij Michaels bewegingen bestudeerd en nu ging hij meer in de aanval, dwong bij momenten zijn tegenstreven in de hoek. Het was op zo’n moment dat Stephen met de ketting in zijn geboeide handen maar zijn voeten los naar de deur wou lopen. Het werd meer wankelen en bijna vallen, maar toch was hij vlugger buiten dan hij gedacht had. Hij keek niet om maar vluchtte verder. Hij wist dat het zijn enige kans was!
            Zowel Michael als de Japanner had het gezien. Michael schreeuwde van onmacht en frustratie. ‘Neen, Stephen March! Jij moet sterven! Dit mag niet, dit kan niet.’ Met bovenmenselijke kracht begon hij een reeks aanvallen. Als een wervelende wind draaide hij rond de Japanner. In zijn woede vergat hij alle voorzichtigheid en kreeg een paar slagen toegediend, maar zijn woede en kracht was zo groot dat er toen gebeurde wat de vreemdeling nooit had verwacht op het moment dat hij de deur uit zijn voegen had doen springen. De Ishime Mokko Tamahagane sneed als boter door de slag-arm van de Japanner, die verrast even stil stond en dan door zijn knieën zakte, zijn arm met het zwaard op de grond zag liggen. Hij keek omhoog naar zijn beul die hem nauwelijks de tijd liet. Michael sloeg in alle razernij nog één keer toe!


copyright Rudi J.P. Lejaeghere


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen