woensdag 5 november 2014

Requiem: Hoofdstuk 7 (2e deel)












 ……..



            De man trok verwoed en angstig aan zijn de kettingen waarbij hij zijn reeds zwaar gehavende polsen nog meer verwondde. Ze waren ontveld en straaltjes bloed liepen langs zijn gestrekte armen naar beneden. Men kon de loop van het rode levensvocht volgen over zijn lichaam en benen naar een klein plasje dat aan zijn voeten lag. Een deel daarvan was al geronnen. Na korte tijd staakte hij vermoeid zijn nutteloze pogingen. De uitputting was te groot en hij liet zich moedeloos in zijn boeien hangen. De man kon amper op zijn benen staan die ook in kettingen waren gekluisterd.
Hij huilde snikkend, jammerend, smekend: ‘Alstublieft, ik heb geld,…ik…ik doe alles wat je wilt…genade…laat me vrij alstublieft…heb genade.’ De woorden kwamen er in horten en stoten uit, stokten bijna in het gesnik in zijn keel en de klanken van wanhoop die uit zijn mond kwamen werden luider naarmate de witte gedaante met het zwaard hem naderde.
De man  merkte niet dat de naderende beul in het witte  gewaad in de zijmuur op een knop duwde. Stil klonken de eerste tonen van klassieke muziek op de achtergrond die echter gauw aanzwollen en de gehele de ruimte op een angstaanjagende manier in een griezelige sfeer dompelden.

Tuba mirum spargens sonum
Per sepulcra regionum
Coget omnes ante thronum

            De man met het zwaard wist wat de woorden betekenden. Wie hem het ooit had geleerd was hem een raadsel maar hij begreep wat er werd gezongen.

De wonderbaarlijke bazuin
Zal allen uit het dodenrijk
Tot voor de troon oproepen

Het slachtoffer hield even op met snikken, luisterde, de ogen in het gezicht uitpuilend van onbegrip en angst. Niettegenstaande hij de  muziek niet herkende, kwam razendsnel het moment van besef. De vertaling die zijn beul hem bijna in het gezicht spuwde terwijl hij voor hem heen en weer liep waren duidelijk.

Judex ergo cum sedebit
Quidquid latet apparebit
Nil inultum remanebit.

Is de Rechter dan gezeten
Zal alles, wat verborgen is, onthuld worden.
Niets zal ongewroken blijven!

 De gekwelde man vermoedde dat dit zijn eigen doodlied was. Het laatste lied, een requiem. Een afscheidsgroet van de wereld aan hem en hij schreeuwde met alle kracht die nog in zijn gemartelde lichaam zat: ‘Nééééééén!’



……..



            Toen Stephen de besturing van het spel ‘Deeplands’ na een korte tutorial onder de knie had gekregen, begon hij geconcentreerd de nieuwe game te spelen. Met de gameviewer die eruitzag als een donkergetint duikbrilletje met elektroden die hij bevestigd had op zijn slapen en via de computerapplicatie van het spel dat draadloos met de tabletcomputer verbonden was, bewoog hij zich virtueel in het spel.
Via een doorzichtig scherm – een rechthoek gevuld met diverse mogelijke spelopties - kon hij de nodige instructies aanwijzen die hem door het spel leidde. Het was een action-adventure game die de hoofdpersoon langs moeilijke wegen naar zijn uiteindelijke doel zou moeten brengen. Stephen March had sinds zijn jeugd al verschillende soortgelijke spelletjes gespeeld. Niet dat hij er steengoed in was, maar hij kon zijn mannetje staan.
Met de jaren was zijn reactiesnelheid voor het deel actie in dit soort spelen eerder wat roestig geworden. Stephen hield nu meer van het adventure-deel van de game. Het zoeken naar oplossingen, de verdoken aanwijzingen vinden, dat vond hij leuker dan het neerknallen of neersteken van de virtuele tegenstanders. De ervaring ondergaan hoe het spel zich verder ontwikkelde door onderweg de nodige puzzels op te lossen dat was een kick op zich. Het was ook een test van het doorzicht en de  intelligentie van de speler. Door deze raadsels te ontsluieren en gesloten deuren te openen zouden die hem naar een nog gevaarlijker route leidden, maar misschien ook naar een spoor van Suzy’s moordenaar.
Hij had bij het opstarten de hoofdpersoon in Deeplands zijn eigen naam in het daartoe geëigende vakje ingegeven. Zodoende hoorde hij de eventuele aanwijzingen in de game alsof de personages direct tegen hem spraken. De graphics waren megacool. Door de grote resolutie en het 3D-effect merkte je bijna nauwelijks het verschil met de werkelijke wereld. Dat Stephen zijn eigen voornaam gebruikte in het spel, lag volgens hem voor de hand. Suzy kennende, als er een aanwijzing te vinden was, moest hij het zeker en vast op die manier spelen.
            Na het eerste level kreeg hij de beschikking over sterkere wapens. Daartegenover stond natuurlijk dat de uitdagingen gevaarlijker werden en de monsters groter en moeilijker waren om te verslaan. Langzamerhand kreeg hij het juiste ritme te pakken en werd Stephen terug  even de puberende tiener die zo in een spel kon opgaan dat hij zich van de buitenwereld afsloot. Hij  hoorde noch zag wat  er zich buiten het spel afspeelde. Toen na een aantal uur, met alle frustraties en missers die erbij hoorden - momenten waarop moest teruggegrepen worden naar vroeger gesavede games – kwam de virtuele Stephen plots voor een deur te staan waarop in grote letters ‘Furious’  op  stond geschreven.
Geschrokken pauzeerde hij, schudde verbaasd het hoofd om het woord dat hij las. Stephen veronderstelde dat Suzy hem hier duidelijk iets mee wilde vertellen. Dit was het. Suzy had hier een item laten installeren dat niet tot het originele spel behoorde. Furious was het koosnaampje die zij vroeger voor Stephen gebruikte omdat hij als puber nogal een opvliegend kereltje was.

Stephen stond voor een deur zonder sleutel. Een mechanische stem vroeg: ‘Wie ben je?’. Toen hij zijn naam opgaf en er niets gebeurde, probeerde hij gewoon aan te kloppen. Met evenveel succes bleef de deur voor hem gesloten. Met de naam Furious bleek hij evenmin succes te hebben. De deur bleef gesloten. Voor alle zekerheid savede hij het spel. Een simpele druk met zijn virtuele hand op de S van ‘Save’ rechtsonder in het doorzichtig kader die hij in zijn gameviewer zag, zorgde ervoor dat hij later naar dit punt van het spel terug kon gaan. Tenminste als hij te weten kwam hoe hij die deur open kon krijgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen