zondag 15 februari 2015

Requiem: Hoofdstuk 14 (2e deel)














            ‘Doomo Arigato,’ antwoordde ik. Ofwel was de heer March een kenner ofwel probeerde hij indruk te maken, hoewel ik dit niet in zijn ogen las. Er lag wel een soort van triestheid in die bruine ogen. Een gezichtsuitdrukking die ik van mezelf herkende. Het was de blik van een gekwetste ziel, een blik van een persoon die zopas een dierbare verloren had. Ik nam een slok. Mij smaakte het gewoon naar goed wit wijntje. Een koel biertje of een glas witte wijn waarvan ik achteraf geen hoofdpijn kreeg, voor mij was dit al ruim voldoende. Maar thee was meer mijn ding, daarvan zou ik hem nog wel het een en ander van kunnen bijbrengen. Ik vertelde hem, ondertussen nippend aan mijn ‘Chardonnay’ over mijn ouders en van het onderzoek dat ik en mijn vrienden gestart waren. Gemakkelijk was anders, maar ik voelde dat hij me de tijd liet om me mijn verhaal te laten vertellen.
            ‘Ik begrijp dat het moeilijk moet zijn,’ reageerde Stephen na mijn verhaal, ‘ik bedoel je beide ouders in één keer te verliezen. Ik kan er van meespreken. Mijn vader en stiefmoeder zijn me ook allebei in een ongeluk ontvallen. Ja, het is niet eenvoudig om dat te verwerken. Maar op zo’n manier, door een mens op een beestachtige manier vermoord te worden, dat is een drama waarvoor men geen woorden vindt. Mijn zus, eigenlijk mijn halfzus, was zoals je weet ook het slachtoffer van die Akai-moordenaar.’
           
***** 

            Stephen deed op zijn beurt zijn verhaal, vertellend over zijn vader en hoe zijn biologische moeder gestorven was aan kanker. Dat zijn vader na een aantal jaar als vrijgezel iemand anders had leren kennen, de moeder van Suzy. Hoe Stephen kortgeleden tijdens zijn diplomatieke missie een bezoekje kreeg van de Veiligheidsdienst met de verschrikkelijke melding dat Suzy Chang gewelddadig aan haar einde was gekomen. Hij liet het verhaal van de identificatie achterwege. De horrorbeelden stonden nog zo vers gebrand op zijn netvlies en dat zou hij niet zonder tranen over zijn lippen kunnen krijgen. Men mocht hem dan als een boom van een vent aanzien, zijn gevoelens kwamen recht uit zijn hart en waren even echt als bij ieder ander mens.
            Er viel een stilte die Stephen na een tijdje zelf verbrak. ‘Ik heb misschien iets…Suzy liet mij een videostick na in een bankkluis. Ze voelde zich achtervolgd en dacht dat men had proberen inbreken in haar appartement.’
           
***** 

            ‘Wat?’ kwam er nogal luid uit. Ik was geschrokken. ‘Deze week ben ik midden de nacht overvallen door iemand, was het de moordenaar of niet, ik heb er niet het flauwste benul van. Maar die maande mij met grote overtuigingskracht aan dat ik mijn privéonderzoek zou staken. Misschien was het dezelfde man. Mijn beveiliging is nu niet van de duurste. Ik kan het mij niet echt veroorloven maar ik veronderstel als hij bij uw zus niet binnen is  geraakt dat zij een iets betere huisbeveiligingssysteem bezat. Jammer dat …,’ ik beet op mijn tong. God, wat zei ik nu weer.
            ‘Inderdaad, ik weet wat je wou zeggen. jammer dat het haar niet heeft mogen baten,’ was de oprechte reactie van Stephen. Ik apprecieerde zijn reactie. Stephen nam de videostick uit zijn vest die over een stoel hing en woog hem even in zijn hand. Het niet-weten zou erger zijn dan de pijnlijkste waarheid. Hij duwde de stick in de daartoe dienende opening van zijn huisvideosysteem.
           


……..



            In een theeshop recht tegenover het ‘Oji’, het hotel waar  Stephen March uit de taxibot was gestapt en binnen was gegaan, zat een man blijkbaar te genieten van een dampend kopje thee. Hij las de plaatselijke krant of deed toch alsof. Tussen het nippen van de vloeistof uit zijn kopje luisterde hij geconcentreerd naar wat hij hoorde.
            Hij duwde het oortje wat dieper in zijn oorschelp. Zijn technische apparatuur was van hoogstaande kwaliteit. Zijn stemmen gaven hem wat hij nodig had. Vertrouwen, de voldoening die hij nodig had, altijd al gewild had. Hij geloofde onvoorwaardelijk zijn stemmen. Hij wilde dienen, net zoals een Engel zijn God diende. Men zou het zelf als een soort seksueel gevoel kunnen omschrijven. Hij had zich de laatste tijd in bloed gebaad en het had hem steeds opnieuw in een onbeschrijfelijke extase gebracht.
            Hij kende zijn opdracht, hij vond zijn doelen, de een na de ander, zonder twijfel en zonder genade. De genade die hij gaf, was enkel die van de dood. Enkel in de dood kregen zelf de ergste zondaars vergiffenis. Hij had de beschikking over heel wat hightech-apparatuur. De videostick was er een knap staaltje van. Op het eerste zicht een gewone videostick maar binnenin zat een minuscuul zendertje. Zo kon hij de melodramatische dialogen van Stephen March en Yukiko Mitsukai volgen. Ze zouden de stick bekijken. Dat zou pas een verrassing worden!



……..



            Jack Sterlington kwam de kamer binnen. Markus had al via een van zijn veiligheidsschermen het sein gekregen dat Jack op komst was.
            ‘En…gaat alles volgens plan?’ Jack kwam achter Markus staan. Hij was een slanke veertiger, blond haar en groenblauwe ogen. Zijn warme glimlach had vele harten al sneller doen slaan. Maar dat waren meestal onenightstands. In zijn beroep kon hij zich geen diepgaande intimiteit of amoureuze verwikkelingen veroorloven. Jack Sterlington was meedogenloos in zijn werk. Het was zijn leven, het was zijn roeping. Diegene die dit in gevaar bracht was een vogel  voor de kat. Er waren een paar mensen die het niet meer konden navertellen en hij had er geen minuut slaap voor gelaten.
            Markus was de analist van het team. Hij moest de situaties  inschatten, de mentale toestand van ‘Michael’ beoordelen en eventuele bijsturingen adviseren. Met zijn warrige bruine haardos en zijn korte baard die hij sinds een jaartje probeerde te cultiveren, wat hem niet echt lukte, zag hij eruit als een jonge universiteitsprofessor. Er bleven steeds stukjes in zijn baard die eerder rood kleurden dan bruin. Het had hem de bijnaam ‘Reddy’ opgeleverd, tot zijn groot ongenoegen die hij meestal niet onder stoelen of banken stak wanneer een van het team hem met die naam aansprak of plaagde.
            ‘Tot nu toe geen problemen. Alle markers staan op groen, onze Michael doet het goed. Hij volgt zijn prooi…en op dit moment mag ik wel het woord wel in het meervoud gebruiken,’ lachte Markus van onder zijn helm.
            Jack bekeek de schermen en stopte een draadloos oortje in zijn oorschelp om de zaken mee te kunnen volgen. Het was nog niet zijn beurt om Markus af te lossen, maar hij kwam af en toe binnen om even te checken. Hij had er alle belang bij dat dit project een succes werd. Alle belang, want de senator had hem gezegd dat De Kelder ten dode opgeschreven stond als dit project mislukte. Als het zover kwam was Jack niet een man die op één paard wedde. Hij zorgde altijd voor achterdeurtjes, tweede kansen. Als alles in het honderd liep zou zijn opdrachtgever dat nog wel ontdekken.

copyright Rudi J.P. Lejaeghere
15/02/2015


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen