donderdag 29 januari 2015

De vrouw in het rood: Deel 38















38.

            ‘Maar dat is vreselijk,’ riep Katarina uit. Niet dat ze nu de beste vriend was van Monsieur Charles. Maar zo’n dood wens je niemand toe. ‘Weten ze wie het gedaan heeft? Is de moordenaar gevangen genomen?’
            Frau Bertha schudde ontkennend het hoofd. ‘Neen, mijn contact in Frankrijk zegt dat men zelfs geen verdachte op het oog heeft. Het is allemaal heel mysterieus. Het moet een inbreker geweest zijn, die het op de inhoud van zijn kluis had voorzien, want die stond open.’
            Jean-Pierre en Katarina keken naar elkaar. ‘Wat was er dan verdwenen uit die kluis,’ vroeg Jean-Pierre met een trillende stem. Zowel hij als zijn vriendin dachten hetzelfde en hij vreesde dat hun Duitse gastvrouw hun vermoeden zou bevestigen.
            ‘Ik heb mijn mannetje gevraag of er een tape in de kluis lag. Hij moest dit echter ontkennen. Er lagen wat waardepapieren in en een bundeltje geld, maar die moest de inbreker blijkbaar niet hebben. We mogen dus met alle zekerheid veronderstellen dat hij op de tape is afgekomen die Charles nog in zijn bezit had. De originele tape waarvan jullie een kopie hebben genomen, zoals je mij vandaag hebt verteld.’
            Jean-Pierre begon te ijsberen door de kamer. ‘Het moet die parvenu geweest zijn met zijn twee mannetjes. Die zwaaide nogal gemakkelijk met zijn pistool. Maar hoe wist hij dat Charles nog een tape had? Wij hadden toch de opdracht om die te bemachtigen? Ik begrijp er niets meer van.’
            Frau Bertha deed hem een teken dat hij en Katarina even moest luisteren. ‘Hebben jullie iets abnormaals gezien in je zusters huis toen je van Charles party thuis kwamen? Het kan niet anders of je moet zijn afgeluisterd. Ik weet waarover ik praat. Mijn bodygard moet altijd alle kamers waar ik verblijf scannen naar afluisterapparatuur. Opdracht van mijn man. Hij neemt het risico niet, dat ik onbewust geheime informatie zou prijsgeven. Jullie kunnen zeker daar niet meer naar toe.’
            ‘Een reden te meer om te veronderstellen dat het die arrogante kerel was die Beatrice heeft ontvoerd,’ reageerde Katarina. ‘Als zij op die manier gaan reageren, is niemand meer veilig.’
            ‘Wij wel, Kat. Wij hebben de opdracht gekregen. Hij verwacht dat wij met de tapes afkomen. Het is aan ons om hem die te leveren. Iedereen die nog een ander exemplaar heeft, die is pas in gevaar. Ze willen er zich van verzekeren dat na de levering van de tapes, niemand nog een exemplaar in handen heeft. Maar mijn God, daarom moorden.’
            ‘Misschien wilden ze een voorbeeld stellen.’ Frau Bertha zag er zeer ongerust uit. ‘Hiermee willen ze zeggen dat…sorry dat ik het zo cru moet zeggen Katarina…dat zij haar zullen doden als je niet voldoet aan hun wensen.’
            Jean-Pierre had zich ondertussen op een stoel neergezet. ‘We zijn gewaarschuwd, maar dat maakt het niet gemakkelijker om de laatste tape te bemachtigen. Zoals je ons verteld hebt, zal Thérèse Dupont die niet zo maar aan ons afgeven.
            ‘Misschien niet als we het gewoon zouden vragen, maar…’ stelde Katarina geheimzinnig voor.
            Zowel Jean-Pierre als de Duitse minister vrouw keken haar verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je?’ zeiden ze bijna tegelijk.
            ‘Als ik het goed voorheb, dan zal Thérèse ook gehoord hebben van de moord op Charles. Akkoord?’
            Beiden knikten. Dat lag voor de hand, het zou waarschijnlijk in de eerste beste morgenkrant verschijnen, maar Thérèse Dupont zou het misschien zelf nog vroeger te weten komen als zij goede contacten met Charles had. ‘Ja, oké, maar hoe moeten we het dan vragen?’ vroeg Frau Bertha.
            ‘Ik weet niet hoe we dit juist praktisch moeten aanpakken, maar als wij haar nu zouden kunnen spreken en haar laten geloven dat wij achter de moord op Charles zitten dan…’
            ‘Ja, dan zal het enkele reis naar het gevang worden, Katarina. Wat zeg je nu allemaal? Voel je je wel goed?’ Jean-Pierre was opgesprongen en begon weer over en weer te lopen in de kamer.
            ‘Hé, ik denk dat ik begrijp wat Katarina wil zeggen, Jean-Pierre,’ liet Frau Bertha vlug horen.
            ‘Dan ben ik de enige nog met gezond verstand. Hoe kan je nu vermijden dat zij niet direct naar de politie loopt en dat we op staande voet gearresteerd worden?’ Jean-Pierre begreep er niets meer van. Die vrouwen waren van de angst waarschijnlijk gek geworden.
            Frau Bertha ging voor de nerveuse Jean-Pierre gaan staan en nam hem bij de arm. ‘Zet je even stil, jongeman, je maakt me zenuwachtig met dat weg en weer geloop. Laat mij het even uitleggen.’
            Jean-Pierre zuchtte maar liet zich gedwee naar zijn stoel leiden. ‘Akkoord, ik zal naar je luisteren, maar ik beloof niets. Als er lijken beginnen te vallen, dan kan ik daar absoluut niet mee lachen en ik wil er ook niet voor opdraaien.’
            Frau Bertha kruiste haar handen in elkaar. ‘Als ik er nu eens voor zorgde dat Thérese Dupont ontvoerd wordt en ons hier op een presenteerblaadje wordt afgeleverd. We laten haar geloven dat wij achter de moord zitten en dat we haar tape nodig hebben of dat haar hetzelfde lot is beschoren.’
            ‘Zie je, dat is wat ik wilde zeggen,’ riep Jean-Pierre, ‘we gaan allemaal de gevangenis in, met jullie voorstellen.’
            ‘Niet als ze ons niet ziet,’ reageerde Frau Bertha prompt. ‘Als zij geblinddoekt wordt en wij vervormen onze stem, wees gerust daarvoor zijn er speeltjes op de markt, dan zal zij haar ontvoering niet kunnen toewijzen aan ons. Wat dacht je daarvan?’
            Jean-Pierre zat met open mond naar Frau Bertha te kijken. Hij had dit niet verwacht van het dametje die hij stiekem nog niet zo lang geleden had zien vrijen met een jonge gigolo.
            Katarina keek naar hem. ‘Het zou kunnen werken.’
            De open mond sloot zich om direct te reageren. ‘Het MOET werken, anders zijn we de pineut.’

© Rudi J.P. Lejaeghere

22/01/2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen